Harry Mulisch opent vernieuwd Letterkundig Museum
Door: Steve van Weelij
Op donderdag 4 maart werd het Letterkundig Museum in Den Haag officieel heropend. Een verbouwing van ruim twee jaar heeft geleid tot 500m² extra tentoonstellingsoppervlakte met daarin twee nieuwe vaste tentoonstellingen: Het Pantheon. 100 schrijvers – 1000 jaar literatuur en de Nationale Schrijversgalerij. Het Pantheon is een hommage aan 100 schrijvers van Vlaamse of Nederlandse afkomst, die het literaire landschap van de Lage Landen hebben bepaald. De Nationale Schrijversgalerij huist 500 schilderijen van schrijvers, gemaakt door bekende en minder bekende artiesten.
Opening
Dat dit niet zomaar een opening zou worden, was al bij voorbaat bepaald toen bekend werd dat Harry Mulisch het Letterkundig Museum officieel zou openen. In de eerste plaats zou Minister Plasterk, als groot fan van het Museum, de officiële opening doen. Dat in zijn plaats Harry Mulisch dit overnam, was volgens Erik van Muiswinkel alleen maar positief: “Minister Plasterk is door Bos en Balkenende verzocht om thuis te blijven. Gelukkig maar, want dan kunnen we in ieder geval uitlopen met de tijd. Dat soort mensen heeft altijd een ‘nog belangrijkere afspraak’ waar ze absoluut op tijd moeten wezen.” Van Muiswinkel had vanavond de taak als brug te fungeren tussen de sprekers. En dat was maar goed ook. De serieuze sfeer van de formele speeches werd duidelijk losser door Van Muiswinkels vlotte babbel en een goede dosis humor.
Literaire kennisquiz
Nadat Aad Meinderts, de huidige directeur van het Letterkundig Museum, een woord van dank had uitgesproken, was het wederom de beurt aan Erik van Muiswinkel. Om de opening een speels tintje te geven, hield Van Muiswinkel een kenniswedstrijd over literatuur. De competitie bracht een ontspannen en informele sfeer met zich mee, terwijl de bezoekers toch op een leuke manier met schrijvers en hun werk bezig waren. Alle zes de finalisten kregen uiteindelijk een exemplaar van de full color catalogus met afbeeldingen van de 500 schilderijen uit De Nationale Schrijversgalerij.
Muzikale intermezzo
Het muzikale intermezzo werd verzorgd door Kees Torn. Een ware taalvirtuoos. Spelend op een vleugel gooide Torn de ene na de andere taalgrap en woordspeling er uit. Zo werd het publiek onder andere gevraagd om het laatste woord van de zin “Ik geloof niet dat het er vandaag ..” in het Engels te vertalen, waarna de fonetische uitspraak van dat Engelse woord een correcte Nederlandse zin opleverde. “Ik geloof niet dat het er vandaag today (toe dee)…”
Ook wisselde Torn met het publiek van gedachten over een zo vaak mogelijke herhaling van hetzelfde woord, om vervolgens toch nog tot een correcte zin te komen. Het bekende zinnetje ‘Als achter vliegen vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegen achterna’, lijkt beginnerswerk in vergelijking met Torn’s zinnen over graven: “Een graf dat door een graaf gegraven wordt zou kunnen slagen, als voor nog niet begraven graven graven graven graven graven graven graven graven. Dat klopt perfect.”
Officiële opening
Twee uur na het begin en een droge keel rijker, was het moment daar: de officiële opening door de heer Harry Mulisch. Snel van de tongriem gesneden, maar al duidelijk op leeftijd, sprak Mulisch het publiek toe op de manier die verwacht wordt van iemand met aanzien. “Het Walhalla van de schrijvers”, sprak Mulisch. “Dit is de hal van de gevallenen, volgens de oud Noorse mythologie. Iedere avond is er een feestmaal, wordt een waarachtig ever geslacht die dezelfde avond weer levend wordt. En ik denk in dit rijtje hallen, heilige hallen, hoort nu ook het Letterkundige Museum. En ik zal nu het gebaar van de opening maken.” Met een vuist in de lucht en een daverend applaus verklaarde Mulisch het Letterkundig Museum officieel voor geopend.
Gepubliceerd op: 05-03-2010








