Met Walter toont Daniël Rovers nog eens zijn oog voor detail
Door: Ralf de Jong
In 2010 debuteerde Daniël Rovers met de roman Elf. Opvallend was de manier waarop hij van de op het eerste gezicht niet bijster bijzondere personages, iets unieks wist te maken door hun levens met prachtige details te vullen. Zo was er het briljante verhaal over Olivier die na zijn verbroken relatie twee maanden lang, drie ochtenden per week ging ontbijten bij de IKEA. Nu ligt Rovers’ tweede boek in de winkel: Walter.
Het verhaal speelt rondom Walter die tot priester opgeleid wil worden en daarom naar het seminarie gaat. Het eerste hoofdstuk speelt zich af in 1950. Elk volgend hoofdstuk springt vervolgens ongeveer een jaar verder in de tijd om in te zoomen op één specifieke dag. Zo krijg je als lezer duidelijk zicht op de ontwikkeling van Walter en op zijn groeiende twijfels over het geloof. Daarnaast schetst Rovers ook mooi een tijdsbeeld door de moord op Kennedy en het afnemende gezag van de Kerk langs te laten komen.
Korte verhalen op zich
Walter doet je op een bepaalde manier denken aan Elf. Dit heeft onder andere te maken met de structuur van de roman. Hoewel elk hoofdstuk weliswaar een deel van een groter verhaal is, heeft het telkens zo’n duidelijk begin en einde dat het op zichzelf al een verhaal is. Een kort verhaal,als je het zo wilt noemen. Het grote verschil is dat Walter vooral over één persoon gaat, terwijl in Elf juist het verhaal van meerdere karakters verteld wordt.
Oog voor detail
Het begin van Walter zit vol met veel gedetailleerde beschrijvingen van onder andere kleding, gezichten en de manier waarop een koe poept. Hierdoor start het verhaal aanvankelijk wat moeizaam, maar vanaf het derde hoofdstuk leest het een stuk vlotter. . Rovers toont echter door het hele boek heen, dat hij een oog voor details bezit. De ene keer zijn ze betekenisvoller dan de andere keer. Mooie vergelijkingen – “een dambord van verlichte ruiten, meer donkere dan lichte” - over het licht dat uit tientallen ramen schijnt – wisselen elkaar af en toe af met minder geslaagde vergelijkingen: “Mevrouw Nagtegaal had een lage, hese stem, alsof er ooit een kaasschaaf langs haar stembanden was gegaan.”
Doordat Walter de enige hoofdpersoon is, voelt Rovers’ tweede boek veel meer aan als één geheel. Rovers heeft zich in dat opzicht positief ontwikkeld. Alleen zijn stijl is af en toe iets te beschrijvend, waardoor het verhaal niet lekker op gang komt. Ondanks dat is Walter een aanrader voor wanneer je een origineel verhaal wilt lezen over de belemmerende invloed van het geloof op de ontwikkeling van een jongeman.
Gepubliceerd op: 31-10-2011








