Gerrit Jan Zwier maakt in Het noordelijke gevoel de verwachting niet waar
Door: Eelke Snoeren
In Het noordelijke gevoel omschrijft Gerrit Jan Zwier zijn reizen door noordelijke gebieden om de lezer een kijkje te geven in het noordelijke gevoel dat hem tijdens deze reizen bekruipt. De inleiding belooft veel goeds en wekt dan ook direct nieuwsgierigheid. Wat is dat noordelijke gevoel? Het is een mooi begrip, maar Zwier slaagt er niet in de lezer tot het einde te boeien met zijn drang naar het noorden.
’Ik had weer toegegeven aan “het noordelijke gevoel”. Ik weet niet precies wat voor gevoel dat is. Het heeft te maken met een hang naar ruimte, naar eenzaamheid, naar zuiverheid misschien. Het lijkt op nostalgie, die ook nooit bevredigd kan worden.’ Zoals Zwier dit bijzondere gevoel omschrijft in de inleiding zal het toch iets speciaals en romantisch zijn: ’Het lijkt me een romantisch sentiment, maar dan zonder de geur van lavendel en bloeiende citroenbomen.’
Geen romantisch noordelijk gevoel
Zijn veelbelovende woorden staan haaks op de rest van het boek, waarin het Zwier niet lukt dit bepaalde gevoel over te brengen op de lezer. Hij breekt zijn regelmatig mooi geformuleerde omschrijvingen vaak abrupt af om te vertellen over de beschrijvingen van andermans avonturen uit het verre verleden. Het noordelijke gevoel krijgt hierdoor niet het ritme dat het eigenlijk verdient. Zeker het eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt op de waddeneilanden, klinkt eigenlijk maar saai en suf. En in plaats van een introductie die een voorproefje neemt op wat te gebeuren staat en de lezer stimuleert om door te lezen, kan dit deel eigenlijk niet kort genoeg duren, zodat de echte zoektocht naar dat bijzondere noordelijke gevoel zou kunnen beginnen.
Maar ook in de vordering van het boek krijgt Zwier het niet voor elkaar de romantiek rondom het Noorden over te brengen. De reizen naar de meest noordelijk gelegen gebieden, zoals Groenland, IJsland en Lapland, lijken overheerst te worden door de drankproblematiek van de lokale bevolking en de verveling van de toeristen. Er is immers niets te doen op deze verlaten plekken in de wereld – althans, als we de uitvoerige beschrijvingen van Zwier moeten geloven. De omschrijvingen van de hang naar ruimte, de prikkeling van de eenzaamheid en extremiteit van de zuiverheid blijven achterwege. Het noordelijke gevoel is een bundeling van observaties van medereizigers en gedetailleerde omschrijvingen van een leeg en saai gebied, waarbij de avonturen van Zwier maar onderbelicht blijven.
Toch wel een geestige verhalenverteller
Gelukkig laat Zwier in het laatste hoofdstuk over het Finse Lapland nog net zien dat hij een geestige verhalenverteller is. Eindelijk laat hij het navertellen van andermans historische avonturen naast zich liggen en begint zelf op komische wijze zijn mislukte langlaufavontuur te beschrijven. ’Ik spreid mijn benen, raak direct uit balans en duik na enige onwaarschijnlijke capriolen in de sneeuw naast de loipe. Alleen mijn ski’s steken er nog boven uit. Ik doe de ski’s af en wil naar boven lopen. Pardoes verdwijn ik tot aan mijn heupen in de sneeuw. Donald Duck op wintersport.’
Als het de bedoeling was om het noordelijke gevoel te typeren als de drang naar saaie, koude gebieden, gekenmerkt door vervelende toeristen en zuipende jongeren, dan is het een geslaagd boek. Maar als het gevoel eigenlijk romantisch en speciaal had moeten zijn, dan is Zwier hier zeker niet in geslaagd. Het noordelijke gevoel mist in zijn geheel de uitstraling die het laatste hoofdstuk wel heeft: de geestige en scherpe pen, zoals die op de achterflap beloofd werd.
Gepubliceerd op: 06-06-2011








