Jeroen Brouwers overtreft alles en iedereen met Bittere bloemen
Door: Evelien Roels
Wat is de overtreffende trap van grandioos? Dat is wellicht de enige gepaste omschrijving voor Bittere bloemen, de nieuwe roman van Jeroen Brouwers. Hierin beschrijft hij de laatste reis van ex-rechter, ex-politicus en ex-schrijver Julius G.M. Hammer.
Illusies zijn als bloemen. Eerst bloeien ze weelderig, dan verwelken ze, om uiteindelijk te verdwijnen. Dat is de filosofie achter Bittere bloemen. Een schitterende titel trouwens – alles zit erin vervat.
Onmogelijke liefde
In Bittere bloemen zijn de illusies talrijk. Vergankelijkheid, ouder worden, sterven. Met zijn veelzijdige carrière achter de rug denkt oud-minister van Staat en professor doctor emeritus Hammer vaak na over de vraag die hij ooit kreeg: ‘Hoe wilt u worden herinnerd?’ Hij weet het niet, gaat ervan uit dat hij zelfs niet herinnerd zal worden. Hij is 81, behoort tot het verleden.
Zijn gezondheid gaat achteruit. In het ziekenhuis wordt hij – die ooit werd aangesproken met ‘excellentie’ – gepamperd als een kind. Zijn dochter bepaalt in zijn plaats wat goed voor hem is, ruimt zijn huis op, beslist dat hij niet meer mag roken bij zijn geliefde orchideeën. Heeft hij nog een eigen wil? Blijkbaar niet, want zelfs als zij een verblijf op een luxecruiseschip voor hem boekt, en hij dat helemaal niet wil, gaat hij toch.
Daar wacht hem de grootste illusie denkbaar: die van de onmogelijke liefde. Ooit aangewakkerd door een miniatuur van de zestiende-eeuwse schilder Lucas Cranach, van een meisje met orchideeën in de hand. Later in alle vurigheid vervolgd door een toevallige ontmoeting met de jonge Pearlene – door Hammer liefkozend Leentje genoemd. Het vleesgeworden meisje van Cranach. Ze volgde een van z’n schrijfcursussen en bleef daarna in en uit z’n leven lopen. Om nu, o ironie van het lot, als waarzegster aan de slag te zijn op het cruiseschip waarop ook Hammer tijdelijk verblijft.
Gebeurt het echt?
De liefde van Hammer voor Pearlene is overweldigend, prachtig, aandoenlijk en bij momenten zelfs grappig – maar ze komt tientallen jaren te laat. Vermoedt zij hoeveel hij van haar houdt? Alles verdwijnt, zegt hij, en zo ook hijzelf. Terwijl hij steeds meer wegglijdt uit de realiteit en daardoor ook uit het leven, ondersteunt zij hem, neemt ze hem mee over het eiland Corsica waar het schip is aangemeerd, tot op de set van een sciencefictionfilm. Het is drukkend warm, de hele tijd door snakt hij slechts naar zuurstof en naar de rust van zijn serre. Hallucineert hij of gebeurt het echt? Is hij al dood, is dat de begrafenisondernemer die zijn haar fatsoeneert?
Daar schuilt de kern van het boek. Bittere bloemen draait rond illusies, en niets is wat het lijkt. Let tijdens het lezen op subtiele verwijzingen zoals Hammers bril die onder de douche als een kaartje rond z’n teen zit gedraaid (‘hij stelt nog vast dat er iets rondom zijn grote teen zit, dat spant, het knelt’) en je begrijpt dat niets van wat in het boek gebeurt, echt is. Dit zijn niet Hammers laatste dagen, dit is Hammer die in de lijkenlade van het ziekenhuis piekert over de vraag of je herinneringen kunt meenemen over de dood heen. Hij vindt het een beangstigend idee, maar beseft niet dat hij er tegelijkertijd al mee bezig is.
Conclusie
Bittere Bloemen is een boek dat alle andere overstijgt. Dat eerder geschreven meesterwerken verpulvert tot amateuristische opstelletjes. Een wonderlijke opeenvolging van woorden, waarbij elke andere schrijver slechts nederig het hoofd kan buigen om in Brouwers de absolute grootmeester van de Nederlandse taal te erkennen. ‘De rechter is zijn bef en hamertje kwijt, de hoogleraar zijn krijtje, de politicus zijn praatjes, de schrijver zijn volle zinnen,’ schrijft Brouwers over Hammer. Beide mannen hebben veel gemeenschappelijk – hun gevorderde leeftijd, hun met de hand geschreven oeuvre, de tragische herinneringen aan wat oorlog met hun moeder deed – maar het verlies van de taal is er met zekerheid geen van.
Gepubliceerd op: 15-04-2011








