Siebelink: “Je zult nooit de mens begrijpen in hun diepste wezen.”
Door: Eelke Snoeren
Onlangs kwam de vijftigste druk van het boek Knielen op een bed violen van Jan Siebelink uit. Met een totale oplage van 560.000 exemplaren is dat uniek in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Een mooie aanleiding om de auteur te bevragen. We ontmoetten hem voor een kopje koffie op het landgoed Groot-Warnsborn te Arnhem, dichtbij de plek waar de roman zich afspeelt.
Stipt op tijd loopt Jan Siebelink het loungegedeelte van het hotel-restaurant binnen. Na een snelle hand en een groet naar het personeel, loopt hij direct naar de serre om een blik te werpen op de omgeving: “het is hier veranderd sinds de verbouwing. Wist je dat Anne Frank hier nog gewoond heeft?”. Het is snel duidelijk dat Siebelink weinig stimulans nodig heeft om zijn verhalen te vertellen.
Volgens Siebelink werd de potentie van het manuscript van Knielen op een bed violen direct ingezien door zijn redacteur en uitgever. Op de dag dat hij het manuscript had ingeleverd, waren zij zo enthousiast dat ze hem een paar keer opbelden om te vertellen hoever ze in het boek gevorderd waren. De uitgeverij bepaalde dat Knielen op een bed violen het ’boek van het voorjaar‘ werd, waardoor de eerste druk al in een oplage van 20.000 exemplaren verscheen. “Dat maakte alles wel erg spannend.”
Dat dit boek zou ontstaan, lag in de lijn der verwachtingen. Eerdere boeken, waarin thema’s als geloof en vader-zoonrelaties al besproken waren, bleken de opmaat te zijn tot Knielen op een bed violen waarin die thema’s verder werden uitgediept en samenkwamen. Het verhaal kreeg een eigen dynamiek waardoor het zich makkelijk liet schrijven. Het vorderde dan ook met een hoofdstuk per dag.
Door een roman te schrijven met een autobiografische tint poogde Siebelink zijn vader beter te begrijpen. “Door met taal te scheppen kom je dichter bij de waarheid van de man.” Hoewel het wel vaak vermoed wordt, ontkent Siebelink dat het een waarheidsgetrouwe weergave van zijn jeugd is. De bedoeling van het boek was het beschrijven van het leven op een kleine kwekerij, hoe het erbij lag. De lading van het boek ontstond vanzelf. Het was ook die lading die het boek voor grote aantallen mensen aantrekkelijk maakte. “Het gaat toch om de beklemming in het boek. Daarbij gaat het niet over onduidelijke dingen, het is juist vrij concreet. Het gaat om het werken met plantjes.”
De spanning ontstaat grotendeels door de ongrijpbaarheid van het gedrag van hoofdpersoon Hans, die zijn harmonieuze bestaan met vrouw en kinderen omruilt voor een onzeker na-aards bestaan, voor een God die twijfel zaait en buitengewoon veeleisend is (een streng, duistere calvinistische geloofsovertuiging). Ondanks het gedrag van Hans blijft zijn vrouw (Margje) solidair tot het eind. In die kringen was scheiding in die tijd ongewoon. Voor de kwekerij was men samen verantwoordelijk. “Een hoogleraar godsdienstpsychologie vertelde me dat er wel vaker een vreemde loyaliteit bestaat bij gedrag dat neigt naar godsdienstwaanzin,” voegt Siebelink toe.
Knielen op een bed violen heeft veel losgemaakt. Lezingen werden massaal bezocht door lezers die vanuit hun eigen achtergrond veel in het boek herkenden. Soms kondigden de organisatoren aan dat de toeschouwers, zo nodig, na afloop hulp konden krijgen van de aanwezige hulpverleners. Siebelink had niet verwacht dat zijn werk zo’n impact zou hebben. “Maar ergens is het logisch, want het gaat om een gewoon gezin met een groot drama, dat spreekt iedereen wel aan.” Op de vraag of hij het niet moeilijk heeft gevonden hiermee om te gaan, antwoordt hij: ”Je groeit overal in, je moet afstand zien te houden. Je kunt de zaal nog zo vertellen dat het om een roman gaat, maar dat willen ze niet weten.”
W.F. Hermans schreef ooit dat er twee soorten schrijvers zijn; diegenen die zich willen rechtvaardigen als schrijver en diegenen die zich willen rechtvaardigen als mens. Siebelink hoeft niet lang na te denken over zijn missie: “Door mijn boeken wil ik mij als schrijver rechtvaardigen, maar los daarvan als mens. Ik ben een groot fan van Hermans. Ook hij weet zeer raadselachtige, maar reële personages neer te zetten, waarbij deze overtuigd atheïstische schrijver juist door zijn mystiek en duister een soort metafysica in zijn werk brengt,” vertelt hij enthousiast. Dat komt ook voor in Siebelinks boeken, waarbij de fundamenten van het bestaan van de personages langzaam maar zeker afbrokkelen: “Je zult nooit de mens begrijpen in hun diepste wezen.”
Siebelink is erg bekend met de Franse decadente literatuur. Zijn oudere werk is daar door geïnspireerd. “Knielen op een bed violen is authentieker omdat het meer vanuit mijzelf kwam en dichter bij me stond.” Doordat Knielen zo’n succes was, is het moeilijk dit te overtreffen. “Je komt er niet zomaar overheen. Voor de lezer is het nog moeilijker dan voor mij. Voor hen is het onmogelijk omdat ze dit opnieuw verwachten, maar voor mij gaat alles toch maar gewoon door.”
Op de vraag of hij niet eens toe is om een geheel nieuw thema aan te snijden dan religie of het leraarschap (nog een vaak terugkerend thema in zijn oeuvre) antwoordt Siebelink met een geheimzinnige lach en de uitspraak: “wacht mijn nieuwe boek maar af. Dat wordt geheel anders.”
Interview in samenwerking met Roy Heijkoop
Gepubliceerd op: 02-11-2009








