Vekeman bundelt cynisme en wrangheid in Señorita’s
Door: Marjolein Theunissen
Wie Christophe Vekeman kent van zijn live voordrachten op televisie, radio of zijn zelfgeknutselde YouTube-filmpjes, hoort automatisch de passionele stem van de zevenendertig-jarige Vlaamse dichter in zijn hoofd, als hij de gedichten en andere podiumteksten uit zijn nieuwe bundel Señorita’s leest. En dat is een voordeel, want daardoor komen de cynische teksten nog nèt iets beter aan.
In België is de schrijvende duizendpoot Christophe Vekeman een echte beroemdheid, in Nederland maken steeds meer mensen kennis met de sprekende voordrachten van deze dichter, schrijver, essayist, columnist en performer. Sinds anderhalf jaar treedt hij geregeld op in het programma van Nightwrighters, waar hij volgens insiders de grootste publiekstrekkers is.
Op 12 oktober presenteerde Vekeman in het ComedyTheater in de Nes in Amsterdam zijn nieuwste poëziebundel Señorita’s. Het is een verzameling van de podiumteksten en gedichten die hij de afgelopen jaren schreef. Ook het inmiddels bekende ‘We Waren’, dat hij op het ritme van een flinke vrijpartij voordroeg bij De Wereld Draait Door is in deze bundel opgenomen.
In Señorita’s is geen sprake van een duidelijk thema. Liever vliegt Vekeman van een wrang maar uiteindelijk hilarisch huwelijksaanzoek naar een hopeloze schreeuw om hulp in ‘Red Me’.
…
Red me van de regen, o, en red me van de mist
Ik dacht dat ik ertegen kon, maar heb me dus vergist
Red me van de horizon, de glorievolle wolkenranden
Ik ben die Morriconesound kotsbeu, God, red mij uit mijn eigen handen
…
Wel vaker doet de Vlaamse dichter een beroep op de Almachtige. Soms is het een smeekbede, maar vaker steekt hij de draak met Hem, zoals in ‘Noodzakelijk Gebed’, waarin hij overspel probeert goed te praten. Niet alleen overspel, ook lesbische internetdates en seksistische mannenpraat komen veelvuldig aan bod en niet in de meest verhullende termen. Hoewel het taalgebruik op het eerste oog soms nogal plat is, wordt de keuze daarvoor al snel verklaard. ‘Een Jongensachtig Meisje’ is daar een schitterend voorbeeld van.
Vekeman weet zowel in veel van zijn gedichten als in zijn podiumteksten een waterdichte spanningsboog in te bouwen, met een knallende, meestal hilarische ontknoping op het eind. Het zijn een soort kleine detectiveverhalen: je hebt zo je vermoedens hoe het afloopt en de ene keer heb je gelijk, maar de andere keer loopt het heel anders af.
Echter niet alle teksten komen even goed over. Het gedicht ‘Wie Weet’ bijvoorbeeld, moet je waarschijnlijk echt uit de mond van Vekeman zelf horen wil het de tweeënhalve pagina die het lang is, blijven boeien. Maar de afwisseling tussen lange en korte teksten, gedichten en sketches, maken deze bundel een vermakelijk boek ‘voor tussendoor’.
Gepubliceerd op: 21-10-2009








