In Het grote huis van Nicole Krauss lopen te veel schrijvers rond
Door: Ralf de Jong
Het grote huis van Nicole Krauss bestaat uit vier verhalen die vanuit verschillende Joodse ik-personen zijn geschreven. Vanwege het grote aantal flashbacks en een overlap in tijd bij de verschillende verhalen, moet je telkens goed opletten waar de gebeurtenissen precies plaatsvinden. Dit levert een ingenieuze constructie op. De basis wordt gevormd door een bureau dat in elk verhaal verschijnt en weer verdwijnt.
Een verhaal gaat over een man die getrouwd is met een schrijfster. Vlak voordat zij doodgaat, komt de man achter het grootste geheim van haar leven waardoor hij hun hele relatie in een ander perspectief moet zetten. Dan is er nog een andere schrijfster die al jaren werkt aan een bureau dat een Chileense dichter haar in bruikleen heeft gegeven. Op een dag komt de dochter van de dichter langs en vanaf dat moment belandt de schrijfster in een persoonlijke crisis.
Zwevende piano
Het mooiste en meest aandoenlijke verhaal van het boek gaat over een studente Literatuurwetenschap – geen schrijfster voor de verandering – die verliefd wordt op de zoon van een antiekhandelaar. Deze zoon heeft een bijna incestueuze relatie met zijn zus, doordat ze in hun jeugd regelmatig naar een ander land verhuizen. Vader Weisz werkt ondertussen aan een reconstructie van zijn vaders studeerkamer die in de Tweede Wereldoorlog is leeggeroofd. Krauss wekt in dit gedeelte de meeste sympathie op doordat een halve buitenstaander de familie Weisz met verwondering karakteriseert.
In Krauss’ lange zinnen passeert een groot aantal omschrijvingen van dromen of observaties met een surrealistisch karakter. Zo is er een oneindige draad die uit iemands mond moet worden getrokken, een kasteelzaal die gevuld lijkt te zijn met schaduwen van een uitdijende mensenmassa, of een piano die vanwege de akoestiek met touwen als een kroonluchter aan het plafond hangt. Ook gebruikt Krauss veel beeldende vergelijkingen: [Wij tweeën] bewegen ons door de dag als twee wijzers van een klok: soms overlappen we elkaar even, komen dan weer los en vervolgen ieder afzonderlijk onze eigen cyclus.
“Ik ben een schrijfster, zij ook en hij is een dichter”
Niet elk personage is meer even boeiend in het tweede deel van het boek. Daarvoor verschillen ze uiteindelijk te weinig van elkaar. Er zijn veel personages die beroepsmatig schrijven of iets met boeken hebben. Op zichzelf is dit geen probleem. Krauss werkt het alleen uit op een manier waardoor de personages te veel op elkaar gaan lijken.
Als gevolg hiervan draait elke (liefdes)relatie in het boek om de spanning tussen het verbergen of bloot durven geven van jezelf. Misschien was het ook de bedoeling van de auteur om met Het grote huis aan te tonen dat elke menselijke relatie uiteindelijk alleen maar verschilt in de mate waarop je geheimen met elkaar deelt. Dit is in ieder geval gelukt, maar niet op een bijzonder indrukwekkende manier.
De constructie van de verhalen in Het grote huis rondom een bureau dat komt en gaat in de levens van de Joodse hoofdpersonen zit ingenieus in elkaar. Verder zorgen Krauss’ beeldende zinnen ervoor dat je zelden een moment in de verleiding komt om het boek naast je neer te leggen. Toch blijf je aan het einde achter met het gevoel dat de Amerikaanse schrijfster je maar één verhaal heeft gegeven. Dit klopt ook wel: eigenlijk heb je alleen maar gelezen over een zwijgend voorwerp, een bureau met een lange geschiedenis.
Gepubliceerd op: 25-11-2010








