Bekijk de kleurrijke pracht van Ottomaans Turkije in Teylers Museum


aug
17

Door:

De Nederlanders die in de achttiende en negentiende eeuw reizen maakten naar verre oorden, konden dit helaas niet vastleggen met een fotocamera. Teylers Museum in Haarlem toont met de tentoonstelling ‘Ottomaans Turkije door westerse ogen’ dat er vandaag de dag toch nog een levendig en kleurrijk beeld van deze reizen terug te vinden is. Zo zijn er rijk geïllustreerde reisverslagen en kostuumboeken te zien, waarmee een verrassend beeld van het leven daarginds wordt neergezet.

Ruimte voor de middenklasse
Het boek Voyages au Levant van de Hollandse schilder en reiziger Cornelis de Bruijn (1652-1727) is een goed voorbeeld van een reisverslag waarin veel illustraties zijn opgenomen. Hij publiceerde het boek over de reizen door Turkije, Palestina en Egypte die hij had gemaakt in 1698. Tegen de verwachting in beeldt hij geen elitaire mannen af, maar juist vrouwen uit de middenklasse. Op de getoonde pagina zijn vier vrouwen te zien, die allemaal een andere hoofddoek dragen. Hoewel vrouwen misschien minder belangrijk waren dan mannen, is het bijzonder om te zien dat er toch een hele pagina aan hen gewijd is.

Ook de mannen uit de middenklasse zijn op papier gezet in de reisverslagen. In het boek Voyage pitto van Antoine Ignace Melling (1763-1831) is Interieur d’ un café public sur la place de Tophane opgenomen, waarop zij te zien zijn in een koffiehuis. Melling zegt erover dat dit café een van de mooiste is van Constantinopel. Het is interessant om te zien dat de plaatselijke cultuur, waarbij het koffiehuis als trefpunt werd gezien, werd gewaardeerd en tegelijkertijd werd vastgelegd. Hierdoor geeft het werk een glimp uit het leven van de gewone Ottomaanse man.

Kleurrijke kleding
Met het tonen van de middenklasse, wordt er tegelijkertijd een realistisch beeld gecreëerd. Niet alleen door de mensen die zijn afgebeeld, maar ook door het gebruik van enkel zwart en wit. Dat het gebruik van kleur zorgt voor twijfel, blijkt uit de weergave van de elite. Zo toont Jean-Baptiste van Mour (1671-1737) met het werk Amant Turc een exotisch, rijk ogend persoon, gekleed in kleurrijke kleding. Ging men zo gekleed of is deze kleurenpracht een toevoeging van westerse ogen? De man draagt namelijk een blauwe broek, gele schoenen, een groene riem en een paars met witte tulband. Ook het kostuumboek van Pierre Duflos (1742-1816) en Abbé Rive (1730-179) uit 1780 waar de Chef des Spahis (commandant van de cavalerie) te zien is, toont de kleding als een zeer kleurrijk geheel. Of de kleuren realistisch zijn of niet: het bonte geheel op beide werken blijft prachtig om te zien en draagt bij aan het exotische gevoel van verre reizen dat Ottomaans Turkije oproept.

De naam van de tentoonstelling is kortom goed gekozen; er wordt een mooi beeld gegeven van Ottomaans Turkije door westerse ogen. Daarbij verrast de tentoonstelling op een positieve manier door behalve de rijkere bevolking in kleurrijke pracht, ook de ’gewone man’ te tonen, waardoor er een duidelijk beeld van het echte leven ontstaat.

Gepubliceerd op: 17-08-2012

Facebook reacties