Geen sprekende beelden in Verleden in verf
Door: Yvette Slotema
Het idee is interessant: de Nederlandse geschiedenis samenvatten aan de hand van veertig schilderijen. Kunstcriticus Hans den Hartog Jager en schrijver en boekenrecensent Pieter Steinz gingen de uitdaging aan en doken in de (kunst)historie van Nederland. Het resultaat is echter een saai geschiedenisboek, waarin de beelden niet spreken. Terwijl dat wel de bedoeling was.
Twee perspectieven: dat van een schrijver over kunst en dat van een deskundige op het gebied van literatuur. Hans den Hartog de Jager (Verf en Dit is Nederland) en Pieter Steinz (chef van de boekenbijlage van NRC Handelsblad) vertellen samen de geschiedenis van ons land. Dat klonk veel belovend, maar ze stellen teleur.
Ondergeschoven beeld
De schrijvers benutten hun hulpmiddel niet optimaal. Zij zouden aan de hand van veertig schilderijen de Nederlandse geschiedenis vertellen. Helaas zijn deze schilderijen vaak niet groter afgebeeld dan een standaard foto van tien bij vijftien centimeter. Details zoals ‘de man met een Spaanse hoed bij wie het vuur uit zijn onderlichaam lijkt te spuiten’ op Het ontploffen van het Spaanse admiraalschip tijdens de zeeslag bij Gibraltar, 25 april 1607 van Cornelis Claesz. van Wieringen uit 1621 zijn dan niet te zien. Den Hartog Jager wijst op dit detail, maar die Spaanse hoed is niet te vinden wanneer de mannen zelf niet groter zijn dan een paar millimeter.
Het is ook spijtig dat de schilderijen vaak slechts ter inleiding of versiering van een historische gebeurtenis dienen. Soms wordt alleen in de eerste alinea naar het schilderij verwezen. Naast het schilderij dat centraal staat bij de behandelde historische gebeurtenis zijn er ook andere schilderijen en afbeeldingen opgenomen, maar daar wordt in de tekst niet dieper op in gegaan. De belofte die lijkt te spreken uit de ondertitel (De Nederlandse geschiedenis in veertig schilderijen) en uit de inleiding dat de schilderijen centraal zouden staan, wordt dus niet waargemaakt.
Onbegonnen werk?
Wel is het dapper van Den Hartog Jager en Steinz om deze uitdaging aan te gaan. Vind maar eens veertig goede historiestukken in de Nederlandse schilderkunst. Dat is immers geen populair genre. Alleen in de Gouden Eeuw werden ze regelmatig geschilderd. Toch weten de schrijvers de Hollandse historie van de hunebedden van duizenden jaren voor Christus (Willem Roelofs, Het hunebed van Tynaarlo, 1870) tot de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 (Marlene Dumas, The Neighbour, 2005) te behandelen. Al moesten ze daar soms wel voor uitwijken naar schilderijen die zijzelf minder geslaagd vinden, naar buitenlandse werken of naar illustraties.
Struikelblok na struikelblok
Het is duidelijk dat de schrijvers hebben moeten worstelen met het doel dat zij zichzelf hebben gesteld. Wat ze tekort komen qua beeld, proberen ze goed te maken in de tekst. Jaartallen, namen, wetten en regelingen schieten voorbij. Het is meer of je vlug door een historische encyclopedie bladert, dan dat je een beeldend lopend verhaal leest. De schrijvers willen te volledig zijn, waardoor Verleden in verf een saai geschiedenisboek wordt. Zo behandelen ze vaak bijzaken en wordt de tekst ook plots onderbroken door een rijtje jaartallen. Dat leidt af van de gebeurtenis die centraal staat en van het schilderij dat eigenlijk ook besproken zou worden.
Verleden in verf belooft de Nederlandse geschiedenis te vertellen in veertig schilderijen. Helaas komen die schilderijen minimaal naar voren. Wat beloofde een beeldende geschiedenis te worden, werd dus een saai geschiedenisboek.
Gepubliceerd op: 03-08-2012








