Berlijn is hip, hot en happening en dé creatieve broedplaats voor kunstenaars om zich te ontwikkelen. Ook de Nederlandse kunstenaar Johnny Kortlever (37) trok in 2005 naar de Duitse hoofdstad en heeft Berlijn sindsdien niet meer verlaten. “Ik doe niet mijn best om op te vallen tussen al dat kunstenaarsgeweld.”

Slechts een kwartiertje te laat komt de Brabantse Johnny Kortlever hijgend Café Cinema binnen. Naast zijn werk als kunstenaar heeft hij nog een zoontje van zes en twee andere baantjes die zijn aandacht opeisen. “Het leven van een kunstenaar is onzeker”, vertelt hij. “Naast mijn werk als beeldend kunstenaar werk ik ook een paar dagen per week op de Berlijnse markten. Daar verkoop ik kaas. Daarnaast werk ik ook in het fotomuseum en bouw ik tentoonstellingen op.” Een Duits accent klinkt al door zijn Groningse accent, maar de Hollandse nuchterheid is hij nog niet kwijt. “Ondanks mijn onzekere bestaan blijf ik doen wat ik leuk vind. Dit is een stad waar zoveel kunstenaars bij elkaar komen. Hier hoor ik thuis. Maar ik doe niet mijn best om op te vallen tussen al dat kunstenaargeweld.”

Subsidies
Anders dan Nederland is Duitsland voor kunstenaars een goede plek om zich te ontwikkelen, en dan met name Berlijn. Waar in Nederland kunst en cultuur wordt wegbezuinigd, wordt het in Duitsland gewaardeerd. “In Duitsland krijg ik vaker en sneller subsidie voor mijn projecten”, vertelt Johnny. “Op dit moment ben ik samen met iemand bezig met een Kinderkunstprojekt. De subsidie aanvraag is de deur uit, nu is het afwachten. We haken in op een al bestaand kinderkunstproject, waarbij kinderen tussen de 10-11 jaar een verhaal schrijven over een bepaald thema. Zeven scholen in Berlijn doen mee en van het winnende verhaal wordt een korte film gemaakt. De overige verhalen gaan daarna in de prullenbak. Dat betekent niet dat die overige verhalen niet goed zijn. Wij willen daar iets mee gaan doen door middel van workshops en andere activiteiten.”

Grappig en grimmig
“Het duurde even voordat ik wist wat ik wilde met mijn studie, met mijn leven”, vervolgt de kunstenaar. “Ik kom uit een arbeidersgezin. Ik was als kind al veel bezig met tekenen en muziek en in de kantine of in de bieb zat ik altijd te schetsen. Op de kunstacademie leerde ik iemand kennen die uit Berlijn kwam en werd ik verliefd op de stad. Het leek me spannend om er naartoe te gaan voor één jaar, om ervaring op te doen.” Kort daarna verkocht Kortlever zijn eerste werk, op zijn 27e. Hij omschrijft zijn stijl als grappig en grimmig. “Ik probeer altijd humor en karakter in mijn werk te stoppen. Ik heb ooit twee levensechte zelfportretten gemaakt van brood. De één verkocht ik op de markt, de ander legde ik op het gras in de kinderboerderij en wachtte af tot de dieren hem zouden opeten. Aan de ene kant is het grappig, aan de andere kant heeft het misschien iets grimmigs dat ik mezelf op laat eten door dieren of mensen.”

Leven en dood
De kunstenaar probeert mensen zo veel mogelijk te betrekken bij zijn werk en maakt zijn kunst daarom zo interactief mogelijk. Johnny: “Ik wil dat mijn bezoekers een bepaalde ontmoeting hebben met mijn kunst en uitlokken dat ze er een bepaald gevoel bij krijgen, zoals bij dat zelfportret van brood. Ik laat ruimte voor eigen interpretatie. Vaak zit er een filosofische gedachte achter ieder werk. ‘Wat is het leven of wat is de zin ervan?’, vraag ik me wel eens af. Leven en dood zijn daarom ook vaak terugkomende thema’s in mijn werk. Ik ben een denker.”

Kortlever hoopt volgend jaar een nieuwe tentoonstelling klaar te hebben. “Ik ben voorlopig wel even klaar met sculpturen”, vertelt hij. “Het is energieverslindend en het duurt maanden voordat je zoiets af hebt. Mijn zoontje neemt ook steeds meer tijd in beslag, dus ik ben de laatste tijd steeds meer gaan tekenen, schilderen of drukwerk gaan maken. Dat gaat sneller. Kunst is iets onderaards, dat komt langzaam boven de grond, net als paddenstoelen. Maar dat duurt even. Kunst kun je nooit forceren.”

Zelfportret van brood

Gepubliceerd op: 18-06-2012

Facebook reacties