Conservator Anna Tummers: “Dat het door een vrouw is geschilderd maakt het spannend.”

Judith Leyster, Zelfportret Interview

jan
29

Door:

In het Frans Halsmuseum is een focustentoonstelling te zien van Nederlands meest beroemde kunstenares uit de Gouden Eeuw: Judith Leyster (1609-1660). CultuurBewust.nl sprak met conservator Anna Tummers (1974) over kleine tentoonstellingen, vernieuwende kwaliteiten en een unieke vondst.

Na een behoorlijke wandeling door het hele museum blijken alleen de laatste drie zalen gereserveerd voor de Judith Leyster tentoonstelling.

Er hangen maar elf werken van Leyster. Was dat een bewuste keuze?
Er zijn maar een dikke twintig werken van Judith Leyster bekend. In 1993 hadden we in het Frans Halsmuseum al een overzichtstentoonstelling van haar werk. Toen ging het om een overzicht van haar hele oeuvre en toonden we haar werk tussen schilderijen van tijdgenoten. Nu wilden we slechts een kleine selectie van haar beste werk tonen om meer te laten zien wat haar goed en uniek maakt. In haar tijd was ze al erg beroemd, maar waarom was dat eigenlijk zo? Als je door het hele museum loopt krijg je een beeld van de tijd en kan je daarna in de laatste zalen puur Judith Leyster bestuderen.

Hoe kwam het idee om zo’n tentoonstelling te maken tot stand?
Omdat het dit jaar vierhonderd jaar geleden is dat Judith Leyster werd geboren en omdat ze een echte Haarlemse is, moesten we haar natuurlijk wel eren in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Voor mijn aanstelling in het Frans Halsmuseum heb ik in de National Gallery of Art in Washington gewerkt. Daar was de Leyster-kenner Frima Fox Hofrichter bezig de conservator Arthur Wheelock ervan te overtuigen Judith Leyster te eren in haar jubileumjaar. Toen ik in het Frans Halsmuseum kwam werken, belde de conservator uit Washington met het voorstel om samen te werken.

Is deze tentoonstelling precies hetzelfde als die in Amerika?
Nee, wij tonen wel een iets andere selectie. In Washington was nog nooit een tentoonstelling van Judith Leyster geweest, en zij wilden haar tussen enkele tijdgenoten tonen, waaronder Frans Hals en haar man Jan Miense Molenaer. Wij hadden een dergelijke tentoonstelling in 1993 al gehad, dus we richten ons alleen op Leyster zelf. Een ander verschil is logistiek

Ik zag dat Jonge Fluitspeler uit Stockholm komt. Was die niet te zien in Washington?
“Jawel, die was daar wel, want dat is een topper! Het is een heel eenvoudig jochie met versleten kleren, maar heel waardig, heel monumentaal afgebeeld. Vermeer zou pas twintig jaar later meester worden in die verstilde momenten. Het was nog best lastig om dat stuk te mogen lenen, want in Stockholm is het ook een publiekstrekker. Een normale tentoonstelling duurt drie maanden, maar deze duurt vijf maanden, dus dat maakte het lastiger. Maar het is voor beide tentoonstellingen gelukt het werk te lenen.”

Bevalt het om zo’n kleine focustentoonstelling te maken?
“Ik ben er zeer tevreden mee. Eerst vroegen we ons af of we überhaupt wel een grote opening moesten organiseren voor zo’n kleine tentoonstelling. Maar het concept slaat aan. Het loopt storm! Doordat we ons richtten op dat wat Leyster uniek maakt, begonnen ook nieuwe dingen op te vallen. Zoals dat veel werken tamelijk groot zijn. Pas nadat we vier weken bezig waren met de tentoonstelling viel me ook op dat Leyster een specifieke manier heeft om figuren in het beeldvlak te plaatsen. Vaak begint een halffiguur van het middel naar boven, zoals Frans Hals dat doet. Maar zij toont net iets meer dan het bovenlijf. Hierdoor kon ze haar halffiguren nonchalant achterover laten leunen.”

Kan je iets vertellen over de inrichting van de tentoonstelling?
“Als je de tentoonstelling binnenkomt, zie je direct Leyster’s Zelfportret (ca. 1632-33). Het zelfportret is zo sprankelend! Ze toont hier echt wat ze kan. We mogen meekijken met hoe ze aan het werk is. Op de ezel staat een schilderij van een vioolspeler. Dat is een citaat van het werk Vrolijk gezelschap (ca. 1629-1631), dus die hebben we er naast gehangen. Omdat dat werk waarschijnlijk een pendant is van De laatste druppel (ca. 1629-1631) hangt deze er bij. Het was ook de enige ruimte met een vitrine, waar we geschriften hebben gezet die tonen dat Judith Leyster al in haar eigen tijd als vernieuwer in de schilderkunst werd gezien.

De middelste zaal toont Leysters hoogtepunten. Zoals Man biedt jonge vrouw geld aan (1631), een scene waarin een man seksuele gunsten van een vrouw probeert te kopen. Dat de dame heel degelijk gekleed is en bovendien de man geheel lijkt te negeren, is uniek voor dit type schilderij. En dat het door een vrouw is geschilderd maakt het spannend. De lichteffecten waren ook heel vernieuwend.

In de laatste zaal hangen de drie werken van na haar huwelijk. Het Bloemstilleven (1654) is een nieuwe vondst. Heel vaak als je bezig bent met een tentoonstelling, komen er mensen langs die hopen dat ze misschien een origineel werk hebben van de kunstenaar. Meestal is het niks, maar deze keer wel. Een Belgische vrouw kwam naar het museum en bleek het Bloemstilleven te bezitten. Het is elf jaar later geschilderd dan het laatste bekende werk van Judith Leyster. Er bestaat niets vergelijkbaars, alleen een fruitstilleven. Maar dit werk was veel delicater, met desalniettmin in enkele passages een vrij losse toets. Het is zo’n ander type schilderij! Gelukkig was het gedateerd en gesigneerd. Samen met het fruitstilleven en het tulpenboek is het hele oeuvre van Judith Leyster van na haar huwelijk nu hier.

We hebben het werk langdurig in bruikleen gekregen en we hopen stiekem dat de eigenares het ons nalaat. De mevrouw noemt het werk haar ‘oudste dochter’. Nu het werk hangt in Haarlem, de stad waar het gemaakt is, zegt ze dat ‘haar oudste dochter weer thuis is’.”

Gepubliceerd op: 29-01-2010

Comments Closed