Bernhard Willhelm en Jutta Kraus tonen de vele gezichten van mode in Groninger Museum

Tentoonstelling Bernhard Willhelm en Jutta Kraus, Bernhard Willhelm en Jutta Kraus, 2010 Recensie

dec
16

Door:

Eclectisch, provocerend, kleurrijk, grotesk, kinderlijk en klederdracht. Dat zijn de begrippen die de stijl van het Duitse mode-duo Bernhard Willhelm en Jutta Kraus omschrijven. Hun tienjarig jubileum wordt gevierd met een prikkelende tentoonstelling in het Groninger Museum. De creaties laten zien dat mode vele gezichten heeft.

Willhelm studeerde aan de Royal Academy voor Visual Arts in Antwerpen en Kraus aan de University of Westminster in London. In 1999 begonnen zij samen een kledinglijn onder Willhelms naam. In tien jaar tijd realiseerde het ontwerpersduo meer dan dertig collecties. Onconventionele mode is hun kenmerk. Het vermengen van stromingen en stijlen – eclecticisme – voert de boventoon. Klederdracht, Japanse kledij, moderne mode gecombineerd met traditionele kleding; elk kledingstuk heeft een verhaal, een geschiedenis.

Gelijkenis en spiegelbeeld zijn twee thema’s die voortdurend aanwezig zijn in de collectie. Man kijkt naar man; ze staan in spiegelbeeld, maar de kleding is verschillend. Of dan de drie poppen die uit kartonnen dozen te voorschijn komen. Ze dragen allen dezelfde kleuren van de Amerikaanse vlag, maar alle drie in een totaal andere ontwerp. Ook de negen modepopjes in de centrale zaal worden gespiegeld. Elke pop heeft spiegels om zich heen hangen – van onderen, van achteren of dwars door de pop heen. De kleding wordt van allerlei onconventionele kanten belicht, waardoor de bezoeker de mode eens van een andere kant kan bekijken. Ook zo krijgt kleding opeens heel veel verschillende gezichten.

En daarmee komt direct de boodschap van Willhelm en Kraus naar voren. Mode kan alles zijn. Het kan zijn wat jij wilt dat het is, omdat kleding een eigen karakter heeft. Kleding kan dus ook kunst zijn als de juiste omstandigheden de mode naar een hoger niveau tillen, zoals in deze tentoonstelling het geval is. Bijvoorbeeld in het geval van de poppen in de centrale hal, waar de fabelachtige omgeving, waarin scenograaf Zana Bosnjak (Berlijn) de poppen heeft geplaatst, bijdraagt aan de kunstfactor van de kleding.

De tentoonstelling is goed uitgewerkt. De bezoeker wil kamer na kamer het thema ‘gelijkenis’ terug vinden en vindt steeds waarnaar hij op zoek is. Maar, paradoxaal genoeg, het verrassingselement blijft. Door de onverwacht prikkelende creaties die het modeduo heeft ontworpen, valt de tentoonstelling niet in herhaling, maar blijft juist intrigeren tot het laatste kunstwerk.

Draagbaar is de kleding niet, maar dat is het uitgangspunt van Willhelm en Kraus ook niet. De modestukken zijn ironisch bedoeld. De humor vult de ruimtes; bezoekers lachen hardop om de vijf ‘potheads’ die in de laatste kamer tussen tientallen wietplanten hun hippieachtige kleding tonen. Het karakter van de kleding springt naar voren. Daarmee werkt het Groninger Museum naar een climax toe; de bezoeker verlaat de tentoonstelling met een uitbundige glimlach.

Gepubliceerd op: 16-12-2009

Comments Closed