Remake van New Topographics geeft onverbloemd beeld van stedelijk landschap

Mobile homes, Jefferson county, Colorado, 1973. Foto: Robert Adams Recensie

jul
25

Door:

Tot 11 september is de revolutionaire fototentoonstelling New Topographics uit 1975, opnieuw te zien in het Nederlands Fotomuseum. Het is een remake van de oorspronkelijke tentoonstelling en bestaat uit honderd vintage prints, aangevuld met werk van enkele hedendaagse Nederlandse fotografen.

Tot ongeveer 1970 vierde de romantiek in de landschapsfotografie hoogtij, waarbij de overweldigende en onschuldige natuur centraal stond. Deze voortkabbelende traditie schudde licht op haar grondvesten, toen in 1975 de tentoonstelling New Topographics opende. Hierin presenteerde zich een nieuwe beweging van Amerikaanse fotografen, die deze romantiek binnenstebuiten keerde: afgebeeld werd het verstedelijkte landschap, want inmiddels door de mens aangeraakt.

Trailers en campers
Wat veranderde er? Geen foto van een nostalgisch vergezicht op een bergtop, maar een foto van een vlakte met een rommelig geheel aan bungalows, schuurtjes, trailers en campers, of van een verkeerskruising met een tankstation en vol reclame- en verkeersborden. Een ding is duidelijk: de mens heeft dit landschap veranderd. Toch is er op bijna geen van de foto’s een teken van leven te bekennen. Er is niemand op straat. Er is nauwelijks een publiek domein. Het is het landschap van de westelijke staten Colorado, Californië en New Mexico.

Objectieve registratie
De meeste van deze fotografen streefden naar objectiviteit. Zoals de fotograaf Nicholas Nixon (1947) aan de curator schreef: ‘De wereld is oneindig veel interessanter dan al mijn meningen erover’. Het belangrijkste doel was registratie van het landschap. Zo was er John Schott (1944), die de serie Route 66 Motels maakte van motels langs de Route 66. Anderen zoals Joe Deal (1947-2010) stelden behalve deze objectiviteit ook de persoonlijke relatie met de omgeving als voorwaarde. Deal fotografeerde het landschap waar hij was opgegroeid en dat in de loop der jaren sterk was veranderd door een golf van suburbanisering en bedrijventerreinen.

De tentoonstelling kon het grote publiek in 1975 niet raken. De alledaagse plekken die gefotografeerd waren, vond men oninteressant. Anno 2011 stuit deze reactie op onbegrip. Deze remake laat zien dat er inmiddels veel veranderd is in de verschillende visies op fotografie. Fotografie is de romantiek inmiddels ver voorbij.

Gestileerde weergave
Wat bleef in hun fotografie, was de gestileerde weergave. De voorkeur voor perspectief en symmetrie is van het merendeel van de foto’s af te lezen. Dit maakt dat ze behalve als statements, ook in esthetisch opzicht de moeite van het bekijken waard zijn, bijvoorbeeld het uitzicht van Robert Adams (1937) op het woningenlandschap van de plaatsen North Glenn en Thornton. Ook de series van het Duitse duo Bernd en Hilla Becher (resp. 1931-2007 en 1934) zijn fascinerend om te zien. Zij specialiseerden zich in uitgebreide typologieën van industriële gebouwen als watertorens, hoogovens, pakhuizen, mijnkranen en gasfabrieken. Fotografen die door hen beïnvloed zijn, zoals een van Bechers leerlingen Andreas Gursky (1955), worden de Becher Schule genoemd.

Deze, overigens in stijl vormgegeven, remake-tentoonstelling bereikt haar doel. Naast de aanwezigheid van goed werk, is er de tentoonstelling zelf, die zich als een museaal object laat bekijken, omdat ze een nieuwe tendens in de landschapsfotografie inluidde. Ook is er werk van enkele hedendaagse fotografen, Theo Baart, Marie-José Jongerius, Hans Gremmen en Frank van der Salm, toegevoegd, die het verstedelijkte landschap even objectief en onverbloemd laten zien. Deze en de vintage prints kunnen aanknopingspunten vormen voor een discussie over de invloed van de new topographers.

Gepubliceerd op: 25-07-2011

Facebook reacties