De haarscherpe keuzes van Marie Chouinard zorgen voor een overdonderende totaalervaring
Door: Pauline Weijs
Één enkel idee is waar zowel Etude #1 als Henri Michaux: mouvements om draait. Etude #1 is een solo bestaande uit vijf delen waarin steeds een andere dansstijl wordt verkend. In Henri Michaux: mouvements beelden de dansers letterlijk de tekeningen van Henri Michaux uit. Hoewel beide stukken wezenlijk van elkaar verschillen wat betreft bewegingsstijl, setting en bezetting, is in de scherpe keuzes duidelijk de hand van Marie Chouinard te herkennen. Haar energieke stukken bouwen zich op van een simpel idee naar een eclectische totaalervaring die je als toeschouwer overdonderd achterlaat.
De setting van Etude #1 is opvallend: in plaats van het hele podium te gebruiken beperkt Chouinard de ruimte tot één blauwe rechthoek waarop danser David Rancourt in huidkleurige string de solo uitvoert. In de vijf delen waaruit de solo bestaat worden verschillende dansstijlen onderzocht, zoals klassiek ballet, moderne dans en tap. Met de grote armbewegingen en golvende ruggengraat geeft Chouinard een eigen draai aan deze stijlen.
Te veel energie
Een ander belangrijk aspect zijn de tapschoenen die Rancourt draagt. Alle geluiden en ritmes die daarmee worden gemaakt worden direct verwerkt in de muziek en zorgen zo voor een spannende interactie tussen geluid en beweging. Deze interactie is één van de redenen waarom Etude #1 je aandacht behoudt. De uitvoering is helaas wat minder goed. Rancourt geeft vanaf het begin veel te veel energie waardoor zijn performance te vlak blijft. Hoewel hij de bewegingen technisch goed uitvoert is zijn optreden hierdoor toch niet helemaal overtuigend.
Zwarte inktstrepen
De tekeningen van Henri Michaux vormen het uitgangspunt voor Henri Michaux: mouvements. De dansers in hun zwarte bodysuits zigzaggen over het toneel om de op de achterwand geprojecteerde tekeningen met hun lichaam na te doen. Dit uitbeelden is lang niet zo eenvoudig als het lijkt. Want waar in de zwarte inktstrepen kan je een hoofd, romp of ledematen herkennen en wat voor een bewegingskwaliteit geef je eraan? Chouinard en haar elf dansers hebben hier allerlei creatieve oplossingen voor gevonden, waar ze alle spieren – dus ook gezicht en stembanden – bij gebruiken. De vergelijking is soms verbazingwekkend treffend en bovendien sprankelen de bewegingen van de energie en spat het plezier er bij de dansers vanaf.
Stroboscoop
Door gebruik van groepsformaties en steeds hectischer wordende bewegingen bouwt de choreografie langzaam op naar een hoogtepunt. Begint het stuk nog met één danseres die over het podium zigzagt, geleidelijk worden er duo’s en groepsdansen gevormd. In de knallende finale worden de zwarte tekeningen in negatief geprojecteerd en flitsen de tekeningen in razend tempo voorbij terwijl de dansers dit tempo in het licht van een stroboscoop proberen te volgen.
Hoewel beide choreografieën wezenlijk anders zijn van opzet laat Chouinard zien dat ze scherpe keuzes kan en durft te maken. Zonder twijfel maakt ze radicale keuzes in licht-, kostuum- en decorontwerp, zoals het gebruik van tapschoenen of de negatieve projecties van de tekeningen van Henri Michaux. Deze keuzes passen zo goed in de ontwikkeling van de stukken dat je ze als toeschouwer bijna voor lief neemt. Vooral Henri Michaux: mouvements heeft verrassende wendingen en een spannende opbouw en laat je dan ook met open mond achter in je stoel.
Gepubliceerd op: 16-07-2012








