De stoel van Rietveld verrijkt
Door: Rike Blom
Is er iemand die de rood-blauwe stoel van Gerrit Rietveld niet kent? Maar weten we ook hoe belangrijk de stoel is geweest voor de Nederlandse kunstgeschiedenis? Het Stedelijk Museum in Amsterdam organiseerde in samenwerking met NAi uitgevers en Premsela, het Nederlandse instituut voor design en mode, de presentatie van het nieuw te verschijnen boek met bijbehorende documentaire: De stoel van Rietveld. Kunsthistorica Marijke Kuper en documentairemaker Lex Reitsma maakten het verhelderende film- met boekwerk vanwege het grote gebrek aan kennis, dat er tot dusverre was bij zowel het publiek als de kenners over Rietvelds stoel.
Rietvelds idee
Rietveld vertelde zelf ooit over de stoel:
“De stoel was speciaal gebouwd om aan te tonen dat het mogelijk is om een mooi object met een ruimtelijke sfeer te ontwerpen dat kan gemaakt worden met eenvoudige machinaal gefabriceerde onderdelen. Ik verzaagde een houten plaat in planken en rechthoeken. Ik deelde het middelste paneel in twee stukken: het zitvlak en de rugsteun en ik maakte het frame uit verschillende lengtes van de plank. Maar ik was wel bezig met een stoel te maken en het kwam nooit bij me op dat dit object zo belangrijk zou worden dat het zelfs de architectuur zou beïnvloeden.”
Boek met documentaire
Het eenvoudig vormgegeven boek De stoel van Rietveld (2011) doet recht aan de kunst van de eenvoud waar Rietveld naar streefde. Zowel de documentaire als het boek zijn helder opgedeeld. Ze vertellen per kenmerk over de ontstaansgeschiedenis van de stoel. Het hoofdstuk over materiaal begint bijvoorbeeld bij de beukenhouten gebeitste stoel en eindigt bij de rood-blauwe stoelen zoals meubelproducent Cassina ze tegenwoordig namaakt.
Nieuwe informatie
In het boek wordt ook aandacht besteed aan de onduidelijkheden over de jaartallen waar voorheen van uit werd gegaan. Men dacht dat de stoel ontworpen was in 1918 en voor het eerst rood-blauw geschilderd werd in 1923. Kuper geeft aan dat 1918 niet met zekerheid vastgesteld kan worden als het begin. In september 1919 werd de stoel voor het eerst tentoongesteld, waaruit blijkt dat de toen nog onbeschilderde stoel voor 1919 vervaardigd moet zijn geweest.
Een ander interessant thema in het boek en de documentaire, is de verandering in waardering voor de stoel. Kostte de stoel in 1923 nog zo’n 20 gulden, nu wordt er op een veiling bijna 3 ton in euro’s voor een origineel exemplaar betaald.
Verdwenen mystiek
Het boek maakt nog eens duidelijk waarom de stoel in de Canon van de Nederlandse geschiedenis is geplaatst. Het gebruik van eenvoudige vormen en kleuren was in de tijd van de kunststroming De Stijl een nieuwe manier om kunst te aanschouwen. Voorheen werd deze vorm van eenvoud nog niet als schoonheid gezien. Wanneer er later museale tentoonstellingen worden georganiseerd over De Stijl, staat de rood-blauwe Rietveld stoel er steeds bij als icoon en voorbeeld voor de schilderkunst. Mondriaans schilderijen werden hier dan meestal bij geplaatst vanwege de overeenkomsten van hun vakmanschap.
In vergelijking met andere informatie die over de rood-blauwe stoel is gepubliceerd, is dit tot nu toe het meest volledige werk vanwege de verscheidenheid aan aspecten die worden behandeld en de nieuwe informatie die het boek bevat.
Neveneffect hiervan is dat de mystiek rondom de stoel deels is verdwenen. Gelukkig blijven er nog enkele onbeantwoorde vragen over, want wat was nou de exacte datum van de maak van de eerste Rietveld stoel?
Volledig werk
Eindelijk is er meer informatie beschikbaar over dé stoel van Rietveld. Marijke Kuper en Lex Reitsma hebben het meest informatieve document tot nu toe afgeleverd. Nu weten we nog beter hoe belangrijk de stoel is geweest voor de kunstgeschiedenis.
Op zaterdag 19 maart zendt Close Up op Nederland 1 om 10:30 uur de documentaire uit.
Gepubliceerd op: 16-03-2011








