Het oord van helse verschrikkingen blijkt een lachertje in Inferno
Door: Matthijs Graner
In navolging van de vrij goede film Suspiria komt de Italiaanse horrorregisseur Dario Argento (Once upon a time in the West, Deep Red) in 1980 met het vervolg Inferno. In de film, die nu als gerestaureerde versie op dvd verschijnt, wordt een appartementencomplex in Manhattan door drie wraaklustige geesten in de gaten gehouden. Een bewoonster vindt een dagboek waarin de geheimen van deze geesten onthuld worden. De vrouw zal het zelf helaas niet kunnen navertellen.
Als fan van het genre laat ik mij graag verrassen door een meer dan dertig jaar oude film die laat zien hoe horror aan het begin van de jaren ’80 tot uiting kwam. Helaas niet al te sterk.
Clichés
Het verhaal bouwt zich traag op en de acteurs zijn inwisselbaar. De beelden van een vrouw die een dagboek leest worden begeleid door een voice over en wekken de gedachte op dat je naar de meest saaie opening van een horrorfilm ooit zit te kijken. Naarmate de film vordert, en het verhaal vrij origineel blijkt, treden er helaas al snel clichématige situaties op. Het appartementencomplex blijkt voor het grootste deel leeg te staan en overal zijn gangen afgesloten met witte doeken die, hoe kan het ook anders, een paar scènes later tijdens een ‘schrikmoment’ aan stukken gescheurd wordt. Als er dan ook nog de nodige lichten uitvallen en er welgeteld één persoon naar de donkere stoppenkast loopt, is de spanning al snel weg.
Een aparte wereld
Het interieur van het appartementencomplex is op zijn zachtst gezegd onrealistisch te noemen. Al moet gezegd worden dat dit ook wel weer een bepaalde charme heeft. Overal branden fel rode en blauwe lampen. In elke muur van het gebouw zit een gat waardoor stemmen worden versterkt en mensen van grote afstand te horen zijn.
Een opvallende scène speelt zich af in de bibliotheek. Hierin kiest één van de dames er om onverklaarbare redenen voor om op een andere manier het gebouw te verlaten dan de manier waarop zij gekomen is (via de voordeur). Ze besluit een trap naar beneden te nemen, waarna ze uitkomt in een verlaten gangenstelsel. Daar blijkt één kamer een soort tovenaarskamer te zijn, die zich dus – totaal misplaatst – onder de bieb bevindt. Als je vervolgens als anticlimax de absurd slechte en vooral lachwekkende vertolking van de Dood aanschouwt, ben je maar wat blij dat we inmiddels dertig jaar verder zijn.
Soundtrack
En dan de muziek. Zoals op de hoes van de dvd te lezen valt: “Een horrorfilm met een theatrale soundtrack van Keith Emerson”. En theatraal is het zeker. De synthesizermuziek is in vrijwel elke scène hoorbaar en zou de spanning tot grote hoogte moeten brengen. Dit doet het echter allerminst. Het is op sommige momenten zelfs vrolijk te noemen, wat als logisch gevolg weer afbreuk doet aan de ervaring.
Oud
Er moet natuurlijk rekening gehouden worden met het feit dat het hier gaat om een film uit 1980, waardoor het niet helemaal eerlijk is de film met de huidige maatstaven te beoordelen. Waarom ik dat dan toch heb gedaan? Het betreft hier namelijk een gerestaureerde versie waarvan de makers blijkbaar gedacht hebben dat die nog wel mee kon komen met de films van nu. Op IMDB kreeg de film destijds nog een redelijke 6.7, maar dertig jaar later geef ik Inferno toch echt een onvoldoende. Voor de liefhebber van oude horror is het wellicht een goede keus, maar zelf werd ik er helaas niet warm of koud van. En dat is toch wat horror zou moeten doen: je laten rillen en zweten.
Gepubliceerd op: 28-10-2011








