Archive for the ‘Recensie’ Category

« Older Entries |

Drie generaties op zoek naar thuis in Tryatervoorstelling

dinsdag, september 7th, 2010

Drie generaties verhuizen naar een nieuwbouwwijk om een nieuw leven te beginnen. Je ergens weer thuis voelen is echter moeilijk. Het ruikt er anders, het bed ligt niet lekker en je brengt je verleden als bagage met je mee. De nieuwe locatievoorstelling van Tryater Op zoek naar thuis, geregisseerd door Jos van Kan, gaat over de onontkoombaarheid van verandering en de noodzakelijke berusting die het vraagt.

In een bus wordt het publiek naar de eerste locatie gebracht. Aan de rand van een maïsveld ligt een omgevallen huis op een hoop zand. Een jongetje gekleed in een indianenpak loopt voorbij en richt zijn pijl en boog op het publiek. Een in zwart geklede cowboy komt vanuit het maïs tevoorschijn op de eerste tonen van Ennio Morricone, de muzikanten bevinden zich nog ergens tussen het maïs. Heel onverwacht verschijnt een vrouw met een stofzuiger en een boze puber met een tas op haar rug stuift achter haar aan.

De grote trek
De drietalige voorstelling Op zoek naar thuis (Nederlands, Fries en Leeuwarders) is een familievoorstelling voor kinderen vanaf acht jaar, waarin drie generaties gaan verhuizen en een nieuw thuis moeten vormen. Door een nieuwe start te maken, proberen ze hun verleden achter hen te laten. Toch belandt Boerin Dieuwke (Leny Dijkstra) na een wandeling weer op het erf van haar oude boerderij, die niet langer van haar is. En een Jazzpianist (Hans Thissen) blijft na een gebroken relatie letterlijk steken in het drijfzand, waar zijn nieuwe buurvrouw Pats (Lysbeth Welling) hem moet uittrekken.

Cowboys en indianen
In zwart gestoken cowboys bewegen zich tussen de personages. Zij dagen de nieuwe bewoners uit om een keuze te maken. Kies je voor vrijheid of gebondenheid? Kies je voor het leven of de dood? Ze creëren zekerheid en onzekerheid bij de verschillende personages.

De rode draad vormt de zoektocht naar de weggelopen Sproet. Het dertienjarige meisje (Alyt Damstra) begrijpt niet waarom mensen in huizen gaan wonen. Waarom zwerven ze niet gewoon rond? Ze voelt zich sterk aangetrokken door de cowboys die een vrij leven leiden en niet in een nieuwbouwhuis moeten gaan wonen. Ze krijgt van hen witte cowboylaarzen, maar als ze zich echt bij hen wil voegen, moet ze alles achterlaten, ook haar familie.  Met -bescherming van het indianenjongetje weet ze de cowboys weg te jagen van haar nieuwe thuis.

Zintuiglijke belevenis
De voorstelling is een belevenis voor de zintuigen. De geur van koeienmest komt je tegemoet en wanneer het publiek zich in de maïsvelden begeeft, hoort het stemmen terwijl het met de laarzen door de blubber loopt. Een mannenkoor begeleidt het publiek al zingend naar de verschillende locaties, waar de cowboymuziek de sfeer bepaalt. Het prachtige weer doet de ernstige regenval van de afgelopen week vergeten, al heeft het gezelschap de nodige voorzorgmaatregelen genomen door de paden te bestrooien met houtsnippers.

Het ontheemde gevoel van de personages wordt goed overgebracht in het spel en het gebruik van de locaties. De wijdse leegte van de Friese vlakte zorgt voor inspiratie, of juist voor het beklemmende gevoel dat je de weg naar huis niet meer terug kunt vinden. Toch vinden alle figuren hun plek in de nieuwe omgeving en wordt er een gevoel van thuis-zijn gecreëerd.

Tags: , , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | 1 Comment »

Theatergroep Poolse Vis maakt met THEE toegankelijk en beeldend theater

maandag, september 6th, 2010

Twee schoolvriendinnen ontmoeten elkaar na jaren weer voor een theevisite. Maar echt gezellig wordt het niet. Oude hobby’s en herinneringen kunnen niet voorkomen dat in THEE de kopjes sneuvelen en kokend water munitie wordt.

De twee dames in THEE nemen geen doosje thee mee op visite, maar een koffer vol. Maar wiens thee (overigens allemaal met dezelfde smaak van hetzelfde merk) zullen ze zetten? En hoe? Drinken ze inmiddels eigenlijk niet liever koffie? Nog voor de thee is gezet, ontaard de ontmoeting in een absurde competitie.

Eigen wereld
De actrices van Poolse Vis (opgericht in 2005) creëren met behulp van theezakjes een eigen wereld. Lichaamstaal en muziek – van tango tot balkan – vormen een verhalende choreografie. Die verhaallijn geeft het publiek dat onbekend is met mimetheater houvast. Inge Voskamp en Eveline Agema hebben weinig woorden nodig om de ontmoeting nóg ongemakkelijker te maken: “Heb jij nog steeds die kat?” (ander knikt) “Tommy? Timmy?” De ander: “Jip”.

Hoogtepunt is een live-projectie op de achterwand van het speelvlak. Een videocamera registreert een landkaart die op tafel ligt. De twee halen herinneringen op aan hun tijd bij de padvinders. De kaart verandert in een bos waarin twee theezakjes (de meisjes) rond paraderen. De een laat de ander struikelen – met het touwtje van het theezakje. Een label van een zakje wordt een gsm om een ziekenauto – een rood theedoosje met fietslampje – te bellen.

Ongemakkelijk gezelschap
Hilarisch zijn de scenes waar de vrouwen hun hobby met de ander proberen te delen. Agema en Voskamp vouwen theezakjes en beelden vogels uit. Ze weten van deze toch al weinig populaire hobby’s, vervreemdende ongemakkelijke bezigheden te maken. Je vraagt je soms af waarom deze twee koppige mensen elkaars gezelschap zoeken. De liefde die de ene vrouw voor de ander blijkt te voelen, valt dan ook enigszins uit de lucht.

Dat die avances leiden tot escalatie is geen verrassing, de extremiteit ervan wel. Een gevecht op, over en naast de tafel houdt het midden tussen spel en dans. In slow motion slaat een vuist tegen een gezicht en de twee buitelen over de tafel. Theezakjes vliegen door de lucht en het servies sneuvelt. THEE ontaardt in een geregisseerde puinhoop met een macaber einde.

Deze derde voorstelling van Poolse Vis (voor het eerst gespeeld in 2008) is ideaal voor wie van absurde humor houdt én wil kennismaken met mimetheater.

Tags: , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Nieuwe drama’s op FringeNYC

maandag, september 6th, 2010

Het New York Fringe Festival wordt geacht nieuw of opkomend talent op het programma te hebben, zoals toneelschrijvers met nieuwe stukken. Op het FringeNYC is komisch drama dan het meest populaire genre. Wat dat betreft wordt er weinig risico genomen. De schrijvers voeren graag intense drama’s op maar nooit zonder een passende dosis humor.

Waar wel aardig mee geëxperimenteerd wordt zijn thema’s en taalgebruik. Zo is er een komisch toneelstuk over kanker, een relatietoneelstuk waarin ‘sex’ en ‘fuck’ zonder enige censuur de centrale woorden zijn, en een familiedrama waarin een homoseksuele man als baby door zijn biologische moeder ter adoptie was afgestaan en nu opnieuw contact met haar zoekt. Welk van deze stukken heeft de meeste Broadway-potentie?

How my mother died of cancer, and other bedtime stories
Een komedie over kanker kan eigenlijk niet anders dan eindigen in tranen. Dat is het vreemde maar ook het mooie aan deze voorstelling. Auteur Chris Kelly baseerde zijn toneelstuk op persoonlijke ervaringen met zijn zieke, en later dode, moeder. Het idee ontstond toen hij in de wachtkamer van het ziekenhuis zat. Hij bedacht de 25-jarige Kate (Elizabeth Romanski) die na het overlijden van haar moeder aan kanker een ‘low budget’ theaterstuk over dit verlies wil opvoeren in de hoop dat het haar zal helpen bij de verwerking van haar verdriet. Samen met haar vader en broertje en enkele vrienden – die gewoon ‘zichzelf’ moeten voorstellen – probeert ze standvastig haar script te volgen en het publiek een boeiende avond te bezorgen.

Het begint als een soort vaudevilleshow met overdreven glimlachende gezichten, de ‘cancer dance’, liedjes en scènes waarin de diagnose en behandeling van kanker worden toegelicht. Kate heeft voor de rol van de moeder een zogenaamde professionele actrice (Sharon Wyse) ingehuurd die voornamelijk in een ziekenhuisbed ligt, maar soms staat ze frivool op om mee te doen in een komisch bedoelde sketch. Het eerste deel van de voorstelling bevat eigenlijk een overdosis aan veelal flauwe grappen over kanker. Maar al vanaf het begin is te zien dat vader (Mike Boland) de grote dwarsligger is. Dat leidt halverwege het script tot een reeks ‘spontane’ onderbrekingen waarin de ware gevoelens van de personages boven water komen.

De dialogen tussen Kate en haar broertje Tim, vader en Tim, en vader en Kate buigen de voorstelling vanaf dat punt om in een aangrijpende realistische toestand. Ontroerend is het praatje van vader aan het sterfbed van zijn vrouw, die hem helpt te zeggen wat hij wil zeggen. Tot slot spreekt Sharon Wyse in de rol van moeder de laatste woorden tot haar kinderen alsof ze hen zojuist een verhaaltje voor het slapen gaan heeft verteld, zoals ze vroeger altijd deed. Uiteindelijk verlaat vrijwel iedere toeschouwer de zaal met tranen in de ogen.

Een interviewfilmpje met Chris Kelly is te zien op de website van de voorstelling (www.cancerplay.com).

Heterosexuals
Dit toneelstuk van Lee Papa (tevens de regisseur) wordt omschreven als een ‘obscene comedy’ met ‘sexual small talk’ ‘about how much we just want to fuck’. Een getrouwde man (‘He’) belandt op een avond op de bank bij een andere vrouw (‘Other’) waarmee hij heel open en expliciete gesprekken heeft over seksvoorkeuren en -fantasieën. Beiden nemen ze regelmatig de woorden ‘sex’, ‘fuck’, ‘ass’ en ‘dick’ in de mond. Later in het stuk blijkt deze ‘andere’ vrouw een vriendin te zijn van zijn echtgenote (‘She’) die overigens stilzwijgend op de hoogte is van de affaire. Het overspel zelf speelt zich niet voor de ogen van de toeschouwer af. Praatjes vullen immers geen gaatjes, om het maar heel flauw te zeggen. In Heterosexuals mag de taal dan wel vol seks en lust zijn, in het spel van de acteurs is weinig spannends te bemerken.

Heterosexuals is opgebouwd uit vijf scènes, te beginnen met ‘He’ en ‘Other’ bij haar thuis. Zij flirt, stelt vragen, neemt geen blad voor de mond als het om haar seksleven gaat. Hij geeft weifelend maar eerlijk antwoord op haar gewaagde vragen. En dan: ‘the woman invites the man to touch her’. Wat betreft aanrakingen – of iets wat die kant op gaat – is deze voorstelling echter nogal saai en preuts. De acteurs willen spanningen tussen de personages suggereren, maar dat gaat nogal moeilijk als je meters van elkaar vandaan gaat staan of zitten. Fysiek gebeurt er dus vrijwel niks, in tegenstelling tot alle grootspraak over wat ze allemaal willen doen en beleven. Het is alsof de makers van de voorstelling de tekst al het werk willen laten doen.

In de vervolgscènes blijkt dat het huwelijk al niet op rolletjes loopt en hebben de twee vrouwen een lunchafspraak. Terwijl de door seks geobsedeerde vriendin een langdradige monoloog houdt over haar single seksleven, zit de echtgenote gretig een salade weg te kauwen. Ze zegt geen woord en in haar non-verbale spel is weinig emotie te bekennen. De meest originele scène in deze clichématige driehoeksverhouding is die waarin de echtgenote haar wraak zoekt in het vernederen van haar overspelige man. Hij moet namelijk tot in de details vertellen hoe de seks met haar vriendin was. Jammer genoeg maakt Jeff Kreisler ook in deze scène van zijn personage een simpele slappe zak die aan z’n suffe huwelijk probeert te ontsnappen. Wat is daar nou grappig aan?

Lost and Found
Dit is het meest traditionele toneelstuk in het rijtje, een familieportret van een arbeidersgezin in Boston. Pa is een jaar geleden overleden aan hartkwalen, hij was politieagent. Zoon Tommy is rechercheur en sinds kort de man in huis. Dochter Marie worstelt met haar zelfvertrouwen doordat haar vriend Keith, die dorpsagent is, weigert haar ten huwelijk te vragen. Moeder Eva is een vrouw die ondanks haar weduwestatus het hoofd niet laat hangen en haar kibbelende kinderen resoluut tot stilte maant. De familie Broncato lijkt stug en liefdeloos, maar daar komt verandering in met de komst van een vreemdeling die al snel niet zo vreemd blijkt te zijn.

Vincent is de man die op een avond aanklopt en verklaart Eva’s zoon te zijn. Hij was de baby die zij ter adoptie afstond toen zij als tiener zwanger raakte van haar jeugdliefde, nog voordat zij trouwde. Maar Eva moet er niks van weten, heeft dit altijd verzwegen tegenover haar kinderen en probeert het verleden nu ook te laten waar het was. De sympathieke Vincent weet echter door zijn vasthoudende interesse in zijn bloedverwanten de harten van zijn halfbroer en –zus te veroveren. Dat hij homoseksueel is, is voor hen een zure appel – maar daar bijten ze zich doorheen dankzij goede gesprekken (Marie) en een gebroederlijk potje knokken (Tommy).

John Pollono – die ook de rol van Tommy speelt – schreef Lost and Found als een deels autobiografisch stuk. Het emotionele proces van de personages heeft hij zelf doorgemaakt in een soortgelijke situatie. Verwarring, verwondering en nieuwsgierigheid heeft Pollono dan ook knap verwerkt in prachtige scènes met levendige, vlotte dialogen en mooie, ronde karakters. Leuk om te weten: de rol van Eva wordt gespeeld door The Sopranos-actrice Geraldine LiBrandi.

Uiteindelijk geeft ook moeder zich gewonnen en omhelst haar ‘verloren’ zoon die van hun gezin weer een hechte familie maakt. Het verhaal heeft vele wendingen en alle personages hebben zo hun eigen subverhaaltjes. Dankzij de sterke cast en hun overtuigende (samen)spel is Lost and Found een spannende dramatic rollercoaster met voldoende komische momenten. Dit stuk verdient een groter podium en een groter publiek… misschien wel op Broadway.

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Youp van ‘t Hek houdt het publiek goed wakker in Omdat de nacht

maandag, september 6th, 2010

Omdat de nacht is alweer de dertigste show waarmee raskomiek Youp van ’t Hek op het toneel verschijnt. Na een maandenlange tour door het land strijkt hij eind oktober weer neer in het Amsterdamse Carré. De bezoeker, die inmiddels wel weet wat ‘ie kan verwachten van Nederlands’ populairste cabaretier, zal niet ontzettend worden verrast door Omdat de nacht. Maar er wordt tenminste wel gelachen. Ook belangrijk.

Afwisselend
Het is even wennen: Youp van ’t Hek begint Omdat de nacht met een rustig en ingetogen gezongen gedicht. “U dacht vast: ik hoop dat hij dat niet te vaak gaat doen vanavond,” zegt de cabaretier even later. Gelukkig. Met de zelfspot zit het dus wel goed. Hij heeft hier echter wel een beetje gelijk: zang is inderdaad niet zijn sterkste punt. Maar eigenlijk maakt dat helemaal niets uit. De sfeer die bij al zijn liedjes wordt gecreëerd is namelijk erg intiem en heeft bovendien een hoog kleinkunstgehalte. Begeleid door vier muzikanten en de uitstekende zangeres Lotte Horlings onderbreekt Youp op deze manier zijn gepassioneerd vertelde verhaal en rake grappen. Een prettige afwisseling die ervoor zorgt dat de scènes soepel in elkaar overlopen.

Droomwereld
De rode draad in de voorstelling is de licht zeurderige man Erik, die de cabaretier vorig jaar na een voorstelling ontmoette. Erik is uitgeblust, ontevreden en droomt van een beter leven. Zijn verhaal, dat Youp als een volleerd verteller navertelt, gaat over een surpriseparty die zijn collega’s voor hem organiseerden. Verafschuwd en ongelukkig loopt hij weg van het feest en belandt in een bos, waar hij een klein lichtje ziet branden. Erik loopt erheen en treft een jonge vrouw in een huisje aan (gespeeld door zangeres Lotte Horlings), bij wie hij alles vindt wat hij in zijn eigen leven mist. Een droomwereld. Dit is de kapstok waaraan Youp zijn show ophangt en zo laat hij Erik in Omdat de nacht model staan voor een groot deel van het Nederlandse volk.

Spelplezier
Het verhaal van Erik komt steeds in hetzelfde patroon terug in de voorstelling. Youp begint met het maken van grappen: iets waar hij nog altijd ontzettend goed in is. Zijn spelplezier spat er in deze fragmenten vanaf. Irritaties over files en de consumptiemaatschappij komen allemaal weer langs. Ook aan de actualiteit gaat Van ‘t Hek niet voorbij: Laura Dekker, de PVV en de chaos rondom de formatie en het CDA ontspringen de dans niet. Niet erg vernieuwend maar wel lekker fel en herkenbaar voor het publiek, dat hartelijk om de -soms wel érg platte- grappen lacht.

Knus
Na enkele grappen volgt steeds een subtiele overgang
naar een lied dat mooi aansluit op het verhaal van Erik, met steeds hetzelfde thema: ‘de nacht’. Vooral het lichtontwerp speelt bij de overgangen een grote rol: die worden ondersteund door veranderingen van de lichtkleur. Het decor, dat het bos en het huisje uit Eriks’ verhaal uitbeeldt, is sprookjesachtig. Dit zorgt voor een knus sfeertje in de zaal. Vervolgens vertelt Youp het verhaal van Erik. Ook dit maakt indruk, want naast komiek is Van ‘t Hek ook een ijzersterke verhalenverteller. Hij komt dicht bij het publiek met zijn mooie verhaal en maakt contact. De eerst zo felle grappenmaker krijgt nu het hele publiek stil . En dat is knap.

De nacht

Zijn boodschap is duidelijk: jongens, niet zo zeuren. Leef! ‘Blijf niet hangen in die nachtelijke droomwereld, maar probeer je dromen in je eigen leven te verwezenlijken.’ Een credo dat Youp al jaren vol overgave aan zijn publiek probeert over te brengen.  Zo ook in Omdat de nacht: niet bijster origineel, maar wel steengoed en geslaagd, want het publiek loopt na het laatste nummer nog glimlachend de zaal uit. De donkere nacht in, klaar om weer te dromen.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Home, Recensie, Theater | 1 Comment »

De roze wolk van Katy’s Teenage Dreams

zondag, september 5th, 2010

Katy Perry’s carrière begon twee jaar geleden met de hit ‘I Kissed a Girl’, waarin zij vrolijk experimenteerde met haar seksualiteit. Haar uitbundige en stoere stijl zette zij voort in de singles ‘Waking Up in Vegas’ en ‘Hot N Cold’. Diezelfde zelfverzekerdheid komt ook weer terug op haar tweede studioalbum, Teenage Dream. Een fusie van pop en rock met een vleugje hiphop maakt dat ook dit album weer vol met catchy nummers staat.

Terwijl Perry’s eerste album One of the Boys ging over de chaos die de liefde kon veroorzaken, is het op haar tweede album allemaal net ietsjes zoetsappiger geworden. De liefde staat op Teenage Dream nog steeds centraal, maar in plaats van alle stommiteiten waarin je verstrikt kan raken al verliefde losbol gaat het nu om het verlangen naar de liefde zoals het was in zijn priemtijd, namelijk die van de tienerjaren.

De luisteraar begeeft zich op Katy’s roze wolk wanneer zij fantaseert over de ‘goede ouwe tijd’. Om dat goed tot uitdrukking te laten komen, is ook de album-cover een suikerzoete verschijning. De cd en het boekje ruiken zelfs echt naar suikerspin! De nostalgie overspoelt de luisteraar letterlijk.

Een sterke opening
De muziek op Teenage Dream is een smeuïge melange van verschillende stijlen zoals die ook op Perry’s eerste album te horen waren. De opgewekte beats passen bij de vaak speelse thema’s van de liedjes. Het idee achter Teenage Dream is dat elke track een niet al te serieuze visuele oproep moet doen bij de luisteraar.

Dat laatste komt duidelijk naar voren in de eerste single ‘California Gurls’. Het is een fris en positief nummer dat de westcoast laat zien door de ogen van een echte California girl, Katy Perry. ‘Teenage Dream’, de tweede single en openingstrack, is een song over de liefde maar wel één met flinke power. Net zo leuk is ‘Last Friday Night (T.G.I.F.)’. Deze plaat heeft qua geluid en thema wat weg van Ke$ha’s ‘Tik Tok’ en gaat helemaal nergens over, maar functioneert wel als de perfecte soundtrack voor een vrijdagavond.

Arrogant nummertje
De middelste nummers op het album vallen wat minder op. Wel typisch is ‘Peacock’ (een niet al te subtiele verwijzing naar het mannelijke geslachtsdeel) waarin Katy met volle overgave zingt over de arrogantie van mannen, maar hoe dat haantje de voorste gedrag tegelijkertijd wel indruk maakt: “Are you brave enough to let me see your peacock?/Don’t be a chicken boy, stop acting like a beeotch (bitch)/I’m a peace out if you don’t give me the pay off/Come on, baby, let me see what you’re hiding underneath.”

Uitblinkers
Onder de favorieten vallen ‘E.T.’ en ‘Hummingbird Heartbeat’. E.T. is het nummer op het album dat het meest overduidelijk beïnvloed is door hiphop en is dan ook het beste te vergelijken met Katy’s eerste single ‘Hot N Cold’. ‘Hummingbird Heartbeat’ gaat net zoals ‘Teenage Dream’ weer over prille liefde en de vrolijkheid en energie spatten dan ook van het nummer af. Visueel zullen deze tracks ook zeer zeker voor grappige videoclips gaan zorgen.

Extra leuk
Voor de muziekfanaten zit bij de deluxe editie van het album ook een extra cd’tje met de nummers ‘If We Ever Meet Again’ en ‘Starstrukk’. Verder staan er ook nog enkele dance remixen op. Het is een leuk extraatje net zoals de zoete geur van de albumcover, maar het zijn natuurlijk de originele songs die het album maken. Het zijn stuk voor stuk krachtige en levendige nummers die met een hoge dosis zelfvertrouwen worden gebracht. Katy’s motto is niet voor niets: “If you present yourself with confidence, you can pull off pretty much anything”. Missie geslaagd.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »

‘Solo shows’ op FringeNYC

dinsdag, augustus 31st, 2010

Vanwege de kleinschaligheid van de producties zijn ‘Solo shows’ een veelvoorkomend fenomeen op Fringe Festivals. Veel voorstellingen komen en gaan namelijk van en naar (Fringe) festivals in andere steden en landen.

Dat betekent: kleine zaaltjes, beperkte technische middelen, klein budget. Maar dat wil niet zeggen dat het minder waardevol theater is. Integendeel, dit soort voorstellingen lijkt juist back to basic te gaan. Een verteller op een podium vertelt zijn of haar verhaal voor een publiek. Een selectie van FringeNYC.

Namely, Muscles – Spoken word/poëzie, Dans
De uit Connecticut afkomstige Claire Porter heeft jarenlange ervaring met dansvoorstellingen over de hele wereld. Sinds 2002 brengt zij haar soloprogramma Namely, Muscles op de planken in verschillende Staten van Amerika. In deze voorstelling neemt Porter het karakter aan van  Dr. Nickie Nom, een ‘Forensic Orthopedic Autopsy Muscular Anatomical Surgical Specialist’. Ingewikkeld? Het komt neer op een verfrissende en vermakelijke combinatie tussen biologie, dans, poëzie en stand-up comedy. Een eigenzinnig soort choreografie.

In de rol van deze Dr. Nickie Nom leest Porter voor uit een bundel gedichten die zijn geïnspireerd op de spieren van het menselijk lichaam. De in totaal meer dan dertig gedichten hebben titels als ‘Psoas – The Tender Bender’, ‘Gluteus to my Ears’ en ‘Names on your Nerves’. Porter draagt ze voor als odes aan de betreffende spieren alsof het geliefdes zijn. Vervolgens voegt ze simultaan aan de tekst bewegingen toe, met volledige controle over haar eigen spieren. Het is een genot om te zien hoe Porter de poëtische spreektaal omzet in een creatieve lichaamstaal die verwant is aan dans. Zo werkt ze heel wat lichaamsdelen af, van voeten en kuiten tot en met wenkbrauwen en mondspieren.

Porter maakt dus poëzie met haar lichaam, met een haast kinderlijke humor en ijverig enthousiasme. Hoe eenvoudig het ook mag klinken, het is fascinerend om te kijken naar een vrouw in een roodfluwelen tuniek die soepel en speels over het podium rolt en huppelt terwijl ze Latijnse termen prevelt. Ze klimt achterstevoren en ondersteboven op de stoel waaronder ze ligt. Soms laat ze spieren aan beide zijden van het lichaam een ‘dialoog’ met elkaar hebben, of een ‘duet’, waarbij Porter toelichtingen geeft over hun werking of functie. Na elk gedicht neemt ze weer plaats op de stoel en voordat ze de bladzijde omslaat, kijkt ze even het publiek in met een blik die lijkt te vragen: “volgen jullie me nog?”

Amsterdam Abortion Survivor – Improv/Sketch/Stand-up
De in Amsterdam wonende cabaretier Micha Wertheim verwerkte in zijn ‘stand-up comedy show’ Amsterdam Abortion Survivor onder andere scènes uit zijn Nederlandstalige programma Micha voor Gevorderden. Zo is deze Fringe-show hetzelfde opgebouwd, met de koelkast op het podium en de wekker die afgaat aan het einde van de voorstelling. Waarna Wertheim weer opkomt, applaus ontvangt en bijna verontschuldigend vertelt dat hij op snooze heeft gedrukt en er dus nog 9 minuten over zijn. Voor deze optredens in New York verwerkte Wertheim er ook enkele ‘internationale’ grappen in, zoals een blikje Heineken in de koelkast dat sluikreclame zou zijn en waarvoor de cabaretier 1000 dollar zou ontvangen.

Terwijl Fringe al zogenaamd aan de rand van het theaterveld staat, komt Micha Wertheim ook nog eens met grappen die – zoals we van hem gewend zijn – soms over het randje balanceren. Zo houdt hij een betoog over waarom hij liever een kind met het syndroom van Down heeft. Het publiek in New York reageert daarop met een gniffelend “oooh” als in “oh dat kan je niet zeggen”, maar tegelijkertijd moet het lachen om het belachelijke maar toch logisch beredeneerde idee.

Met een kwajongensachtige verwondering bevraagt en bekritiseert Wertheim wat wij in onze Westerse samenleving als ‘politiek correct’ beschouwen. Hij probeert door maatschappelijke gevoeligheden heen te prikken, zoals met het parodiëren van religie door het fantasierijke zelfverzonnen Melvinisme uit te leggen, of een grap over het ‘democratisch’ recht bij groepsverkrachting. Bij de Amerikanen kan een dergelijke humor verkeerd uitpakken, maar volgens de reacties in de plaatselijke pers heeft Wertheim wat dit betreft het ijs gebroken. Zijn quasi onschuldige uitstraling en overdreven egoïsme maken zelfs zijn meest grove uitspraken vergeeflijk. Dat is de charme van Wertheim. En natuurlijk vallen ze voor zijn ‘Dutch’ accent. Begrijpelijk dus dat Wertheim op Nytheatre.com wordt vergeleken met het satirische typetje Borat.

Faye Lane’s Beauty Shop Stories –Storytelling, Musical
Faye Lane is van het kaliber performer dat op het FringeNYC haar vijfde en laatste voorstelling op een maandagavond uitverkocht krijgt, en zelfs een hele rij mensen moet teleurstellen. Ze woont in het Chelsea Hotel in New York City en is inmiddels een lokale bekendheid als succesvolle storyteller. De afgelopen drie jaar heeft ze aan deze voorstelling gewerkt, de ‘Beauty Shop Stories’, waarin Faye Lane eigen liedjes zingt en waargebeurde verhalen vertelt. And she’s got some story..!

Ze groeide op in de Beauty Shop van haar moeder in Texas. Door de kinderen op school werd ze gepest en uitgemaakt voor ‘fatty’, en in de schoolmusical kreeg ze de betreurenswaardige rol van Green Been. Maar de kleine dromerige Rhonda Faye Gunnels – zoals haar echte naam was – werd door de vrouwen in de schoonheidssalon weer opgevrolijkt met iets lekkers, een peptalk of een maf verhaaltje. Faye Lane weet in geuren en kleuren de sfeer op te roepen van de salon met de praatgrage, gepermanente dametjes die haar als omaatjes verwenden. Dat doet ze giechelend, ook al gaat het over het gedoemd zijn in dit dorp in Texas te blijven steken en ooit de salon over te moeten nemen. Altijd straalt ze die engelachtige vrolijkheid uit en het rotsvaste vertrouwen dat ze haar droom zal verwezenlijken: op het podium staan en schitteren.

Het is heerlijk om naar de warme, lieve stem van Faye Lane te luisteren en haar verhaal is zo mogelijk nog heerlijker om aan te horen. Ze vertelt hoe ze op een dag besloot weg te gaan, naar een acteeropleiding in Londen, waar ze de kans van haar leven kreeg om een film over háárzelf te maken, te beginnen met een draaidag in Parijs, waar ze denkt verliefd te worden op de regisseur…! Maar dan, als blijkt dat ze geen verblijfs- of werkvisum heeft, wordt ze onmiddellijk het land uitgezet. Terug bij af, op de veranda voor de Beauty Shop in Texas.

Maar zoals in een sprookje – alleen deze keer waar gebeurd – komt het weer goed met Faye Lane en timmert ze nu aan de weg in New York City. Onthoud haar naam, want volgens tv celebrity Joan Rivers gaat ze het tot Broadway schoppen.

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Cairo Time: een ingehouden romance in het Midden-Oosten

zondag, augustus 29th, 2010

Wat een romantische vakantie in Cairo had moeten worden, verandert in een eenzaam reisje voor Juliette nadat ze bij aankomst te horen krijgt dat haar man opgehouden wordt in Gaza. Door hoofdrolspelers Patricia Clarkson en Alexander Siddig krijgt Cairo Time nog enigszins wat flair, maar de magere verhaallijn wordt overtroffen door de bijzondere filmlocaties en kostuums.

De man van Juliette zorgt ervoor dat zijn goede vriend Tareq zijn vrouw ophaalt van het vliegveld. De mooie, maar ingetogen vrouw is in eerste instantie van plan zelf de straten van Cairo te ontdekken. Maar na een hoop onbeschaamd starende blikken besluit ze de galante Tareq als begeleider in te schakelen. Langzaam maar zeker wordt Juliette verliefd op Cairo, en ontstaat er een sterke band tussen de twee.

Maar is het verliefdheid? Passie? Of ware liefde? Dat laat Ruba Nadda aan de kijker over. De Arabisch-Canadese regisseuse maakte verschillende award-winnende korte films, en staat bekend om het maken van films in korte tijd. Cairo Time kreeg de prijs voor de beste Canadese speelfilm op het Toronto International Film Festival in 2009.

Patricia Clarkson maakte in 1987 haar filmdebuut in The Untouchables en zit al meer dan 25 jaar in het vak. Maar de Engelse acteur Alexander Siddig is degene die zorgt voor het echte achteerwerk. Bekend geworden als dokter Bashir in Star Trek: Deep Space Nine (1991), speelt hij nu op een overtuigende manier de rol van de charmante, knappe Egyptenaar. Hiermee weet hij ook nog een vleugje humor te brengen in deze film, die voor de rest wordt gedomineerd door eenzaamheid en verdriet.

Die eenzaamheid wordt nog eens extra benadrukt door het verlaten hotel waarin Juliette logeert. Nadda probeert ons wel een duidelijke sfeerimpressie mee te geven van Cairo: Arabische muziek galmt de hele dag door de straten van Cairo, er is druk toeterend verkeer, en mooie vrouwen verschuilen zich op straat achter gekleurde doeken. Leuk zijn de terugkerende oosterse details, zoals de waterpijp en het Arabische woord voor dankjewel, shukran.

De rest van de film zit barstensvol clichés en vooroordelen: elke westerling zou een privézwembad hebben en elke Arabische man vier vrouwen. En: ‘Arabische mannen zijn jaloers en bezitterig, maar geweldige minnaars’, zo verklaart een ex-geliefde van Tareq.

Een Hollywood-ontmoeting in het Midden-Oosten, meer heb je niet nodig als basis voor een romantisch drama. De liefde spat niet van het doek, de chemie wel. Zoals in de vele scènes waarin Juliette en Tareq elkaar alleen maar aankijken. Ongemakkelijke stiltes, maar wel vol betekenis. Sterker zijn de prachtige locaties waar gefilmd is: het centrum van Cairo, de piramiden, de witte woestijn en de schitterende tempels. Met op de achtergrond vele sensationele zonsondergangen. Daarvoor, shukran.

Tags: , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Een hoofd vol vragen: ‘Is jouw blauw net zo blauw als mijn blauw?’

donderdag, augustus 26th, 2010

Een hoofd vol van Theater de Citadel is nu te zien op het Noorderzon Festival in Groningen. Het is een intieme voorstelling voor jong en oud waarin filosofische vragen een kinderlijke nieuwsgierigheid oproepen.

Als je nog klein bent, voel je je nog een spreekwoordelijk ei. Je moet de wereld nog ontdekken. Het meisje in de voorstelling Een hoofd vol voelt zich ook een ei. Een ei dat over de wereld loopt en alles wil aanraken, voelen en begrijpen. Ze wil op reis en vraagt zich af of er een wereld is die op haar wacht.

Een filosofische ontdekkingsreis
Een hoofd vol is een ontdekkingsreis door middel van spel, dans en animatie. Uit de voorstelling blijkt echter dat het stellen van vragen de beste manier is om dingen te ontdekken over de wereld. Het meisje in de voorstelling stelt zichzelf voortdurend vragen over de dingen in de wereld: ‘Waarom heet een stoel een stoel?’ en ‘Is jouw blauw net zo blauw als mijn blauw?’ Het zijn vragen waar je niet een, twee, drie een antwoord op hebt, maar door vragen te stellen ontstaat de drang om dingen te weten te komen.

De voorstelling wordt gespeeld door actrice Saskia Driessen en danseres Bibi Yann Bakker. Met subtiele verwijzingen naar de bewegingen van echte kleuters, spelen de actrices voortdurend een spel met elkaar en dagen ze elkaar uit. De een stelt voortdurend vragen en de ander verbeeldt de vragen in haar dans. Het dansende meisje blijkt in het hoofd van het vragende meisje te zitten. Ze kunnen elkaar horen denken en na een tijdje zelfs met elkaar praten. Als publiek krijg je soms het gevoel dat je niet deel uitmaakt van het spel van de spelers en dat ze allerlei geheimen delen die het publiek niet mag horen. Bovendien mist het spel actie doordat er vooral vragen worden gesteld, maar er verder weinig met die vragen gedaan wordt en ze niet beantwoord worden.

Filosofie verbeeld in animatie
De vormgeving van Een hoofd vol is sober, maar heeft wel een mooie lieflijke uitstraling. Het publiek bevindt zich in een intieme witte doos en kan plaatsnemen op houten bankjes. Op het podium bevinden zich twee houten dozen waar de actrices in kunnen klimmen en op kunnen klauteren, maar waar ook verschillende animaties en filmpjes op geprojecteerd worden. Het achterdoek is een projectiescherm voor de kinderlijke tekeningen die de filosofische vragen op een speelse manier verbeelden. Als in een film wordt het publiek mee op reis genomen door de bossen, in de wolken en langs de wolkenkrabbers.

Een hoofd vol is bedoeld voor kinderen vanaf vier jaar oud, maar in het kader van het festival Noorderzon wordt er gespeeld voor jong en oud.  De voorstelling is ook interessant voor volwassenen: het publiek wordt uitgedaagd om zijn verbeeldingskracht te gebruiken en met een nieuwsgierige blik de wereld te bekijken, alsof alles nog nieuw voor hen is.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Jullie zijn anders als ons: integratie als een analytisch, maar levendig verhaal

dinsdag, augustus 24th, 2010

Wat valt er nog te zeggen of te schrijven over integratie? Kunnen er nieuwe conclusies getrokken worden over dit uitgekauwde onderwerp? Ja, bewijst de 27-jarige Roanne van Voorst in Jullie zijn anders als ons. Jong en allochtoon in Nederland. Op een vlotte en levendige manier beschrijft ze de verschillen tussen autochtone en allochtone jongeren in Nederland, waarbij ze scherpe analyses afwisselt met persoonlijke verhalen van allochtone jongeren.

Breed, maar beperkt
Integratie is een ingewikkeld onderwerp. Waar of bij wie moet je beginnen? Welke onderwerpen moet je behandelen? Het wordt al snel duidelijk dat Van Voorst geprobeerd heeft een zo volledig mogelijk beeld te geven. Niet alleen bespreekt de Nederlandse schrijfster veel verschillende groepen allochtonen in Nederland  (van Turken en Marrokanen tot Molukkers en Polen), maar ze stelt ook diverse problematiek aan de kaak, zoals criminaliteit of de wens om terug te keren naar het land van herkomst.

Deze aanpak mag bewonderenswaardig lijken, het levert toch beperkingen op. Doordat het onderwerp zo breed is, moet Van Voorst het thema op bepaalde manieren inkaderen. Zo spreekt ze in het hoofdstuk over Marrokanen voornamelijk over de criminaliteit die met hen geassocieerd wordt, maar niet over hun taalachterstand of religie. Die problemen bespreekt ze weer in andere hoofdstukken.

Deze beperkingen zijn echter niet heel problematisch, omdat Van Voorst aangeeft dat dat volledige beeld niet haalbaar is. Daarom is ze voorzichtig in haar formuleringen en vermijdt generalisaties of haalt ze juist onderuit. Een vaak gehoorde klacht over Antillianen is bijvoorbeeld dat ze luidruchtig zijn. Zijzelf verklaren dit als iets wat nou eenmaal in hun karakter ligt.

“De Antilliaanse feestvierders gebruiken in dit geval hun etnische achtergrond als legitimatie voor hun luidruchtige gedrag. [...] Door een dergelijke argumentatie wordt gesuggereerd dat bepaald gedrag ‘natuurlijk is, en daarmee ook niet te veranderen’.”

De schrijfster vraagt op deze manier van de lezer dat hij of zij een open houding aanhoudt, zonder te willen vervallen in vooroordelen. Haar analytische, populair-wetenschappelijke stijl bemoedigt de lezer hierin.

Persoonlijke verhalen
Percentagecijfers uit verschillende onderzoeken onderbouwen Van Voorsts analyses. Deze droge stof wisselt de auteur af met allochtone jongeren die zelf aan het woord komen. Dat  presenteert Van Voorst in de inleiding als uniek; in eerdere studies naar jeugd- en integratieproblematiek gebeurde dit zelden. Het boek is hierdoor zeer goed leesbaar, met verhalen die blijven hangen. Het eindresultaat is dynamisch, wetenschappelijk onderbouwd, maar ook luchtig.

Pas in het nawoord verandert die analytische toon. Concluderend geeft Van Voorst een aantal aanbevelingen, bijvoorbeeld dat echte integratie te maken zou moeten hebben met rechten en plichten en niet zozeer met cultuur en geschiedenis, waar nu de nadruk op ligt. Door het omvangrijke onderwerp blijft het voor haar (en de lezer) echter onmogelijk om concrete vragen als ‘Waarom zijn de criminaliteitscijfers onder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren zo hoog?’ beknopt te beantwoorden.

Waar het boek wel in slaagt, is het creëren van begrip. Begrip voor waarom sommige allochtonengroepen zijn zoals ze zijn, maar ook begrip voor de manier waarop we over hen denken. Dat is ook wat het boek waardevol maakt; volgens Van Voorst is allereerst begrip nodig om tot uiteindelijke oplossingen te komen. De lezer kan na het lezen van dit boek niet anders dan ook deze laatste redenering begrijpen en beamen.

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »

Step Up 3D: niets meer dan een muziek- en dansupdate

zondag, augustus 22nd, 2010

Het simpele verhaal van de probleemjongere wiens leven draait om dansen in plaats van studeren, is kennelijk in twee delen nog niet verteld. Ondanks het speciale 3D-brilletje dat eerder een last dan een lust is voor het oog, trekt de film na twee weken nog steeds volle zalen.

Het maakt niet uit wie je bent of waar je vandaan komt, als het op dansen neerkomt zijn we één familie. Dat is de boodschap die de dansfilm van tegenwoordig wil meegeven. Zo ook Step Up 3D, waarin het verhaal wordt verteld van hiphopdanser Luke die samen met zijn danscrew  in een kraakpand woont. Wanneer ze het pand dreigen te verliezen, is hun laatste hoop het winnen van de World Jam danswedstrijd. Daarom gaat hij op zoek naar dansers om de crew te versterken. Hij vindt clubdanseres Natalie en studienerd Moose, die we al kennen uit deel twee, en die in dit deel zijn passie voor dansen weer oppakt.

Soapactrice en fotomodel
De verhaallijn is mager en weinig vernieuwend, maar dat is nooit het sterkste punt geweest in dansfilms. Vaak zijn het professionele dansers die ook nog een beetje acteren. Nieuwkomer Sharni Vinson daarentegen, die de rol van de sprankelende, vrolijke Natalie op zich neemt, is een voormalig Australische soapactrice én balletdanseres. En hoewel Rick Malambri (voormalig fotomodel) de kwetsbare Luke redelijk speelt, steekt Natalie er met kop en schouders bovenuit. De chemie tussen de twee spat niet van het doek, maar het altijd lachende gezichtje van Natalie is ontroerend.

Dat Step Up 3D geregisseerd is door dezelfde persoon als Step Up 2: The Streets is wel te zien. De stijl komt totaal niet overeen met de stijl van regisseuse Anne Fletcher, die deel één van Step Up voor haar rekening nam. Jon M. Chu maakte naast de twee dansfilms in 2002 de musicalfilm When the Kids are Away en een jaar eerder de documentaire Silent Beats.

Bovendien komt deze film in vele opzichten overeen met het tweede deel van Step Up. Er wordt, net als in deel twee maar niet zoals in deel één, veel tegen andere crews gebattled. De club waar de ontmoeting tussen Luke en Natalie plaatsvindt is dezelfde club als in deel twee, en de battle met water is bijna een exacte kopie van de eindbattle in de regen uit deel twee. En ook nu wordt er weer een combinatie van stijldans en streetdance gebruikt: naast hiphop blijken hoofdrolspelers Malambri en Vinson ook nog perfect te kunnen tangodansen.

Capoeira en free running
De verschillende dansstijlen zijn dan eigenlijk ook het enige waar je voor naar de bioscoop gaat. De film is niets meer dan een update van de nieuwste muziek en de nieuwste moves in de verschillende dansstijlen, dat varieert van capoeira tot free running, electric boogie, tango en Fred Astaire.

De scènes die opgenomen zijn met een handheld camera door Luke, in wie naast een danser ook een filmmaker schuilt, zijn waarschijnlijk bedoeld om meer werkelijkheid te creëren, maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Want hoe kunnen al deze ouderloze jongeren de dure apparatuur in hun kraakpand betalen zoals de ‘speakerroom’, en de schoenenwand, als ze niet eens werken? En waar haalt Nathalie de tijd vandaan elke dag vrolijk mee te dansen?

De spectaculaire decors maken indruk, zoals de eerdergenoemde ’speakerroom’, de schoenenwand en het kraakpand zelf. Opvallend zijn de neonlichten die gebruikt worden tijdens de laatste dans. Ook het inzetten van kleine kinderen die extreem goed kunnen dansen is een sterk detail. Al met al geen teleurstellende film, maar bomvol clichés voor een simpel avondje, waarbij de ‘D’ makkelijk uit de titel weggelaten had kunnen worden.

Tags: , , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | 1 Comment »

« Older Entries |