Archive for the ‘Kunst’ Category

« Older Entries |

Zichtbaar Joods leed Langs stenen herinneringen in Amsterdam

woensdag, augustus 25th, 2010

Wie naar Amsterdam gaat om iets te leren over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog komt al snel bij het Anne Frankhuis uit. Maar er is in de hoofdstad veel meer dat herinnert aan de verschrikkingen van de oorlog. Het Joods Historisch Museum (JHM) weet dat als geen ander en organiseert daarom geregeld de stadswandeling Langs stenen herinneringen.

“Dit gaat geen vrolijke stadswandeling worden,” zegt rondleidster Marcella Levie van het JHM bij aanvang van de stadswandeling op zondag 15 augustus. Hoe kan het ook anders? Van de 70.000 Joden die vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Mokum woonden, overleefden immers slechts 10.000 de verschrikkingen van de oorlog. Het is daarom niet vreemd dat op verschillende plekken in de stad monumenten zijn opgericht voor de Joodse slachtoffers. Lopend door de oude Jodenbuurt en de Plantage herinneren bekende en minder bekende monumenten en gebouwen je aan het leed van de Joodse Amsterdammers.

De Dokwerker en het Auschwitzmonument
Voor de Portugese Synagoge op het Jonas Daniël Meijerplein staat de Dokwerker, een beeld van de kunstenaar Mari Andriessen. Op 22 en 23 februari 1941 werden op deze plek Joodse mannen tussen de 18 en 35 jaar verzameld tijdens de eerste Amsterdamse razzia’s. De opgepakte mannen werden naar kamp Schoorl vervoerd en belandden vervolgens in concentratiekamp Mauthausen. De krachtige mannenfiguur van de Dokwerker herinnert aan de Februaristaking, die als protest op deze razzia’s uitbrak.

Het Auschwitzmonument van Jan Wolkers in het Wertheimpark is een ander bekend Amsterdams oorlogsmonument. Het bestaat uit zes gebroken spiegelende glasplaten die de zes miljoen omgekomen joden symboliseren. Kijkend in deze spiegels zie je een gebroken hemel, want na Auschtwitz zal de hemel volgens Wolkers voor altijd geschonden zijn. Onder de spiegelplaten is een urn begraven met daarin as uit het concentratiekamp Auschwitz.

De crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg
Naast de bekende monumenten zijn er in Amsterdam veel plekken die herinneren aan het Joodse leed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Plekken waar je aan voorbij loopt als je er geen weet van hebt. Zo zijn er de panden waarin de Joodsche Raad gevestigd was, onder andere op de Nieuwe Keizersgracht 58. En wie is het in de bestrating bij de Stopera wel eens opgevallen dat daar ooit een joods jongensweeshuis stond? In 1943 werden de jonge bewoners weggevoerd naar concentratiekamp Sobibor. Een lijn van keramiek geeft aan waar dit tehuis gestaan heeft. Ook Plantage Middenlaan 31-33, tegenover de Hollandsche Schouwburg, is een plek met een roerige geschiedenis.

Hier stond Huize Henriëtte, een kinderopvang. In 1942 was deze crèche de kinderafdeling van de Hollandsche Schouwburg: kinderen tot twaalf jaar werden hier opgevangen terwijl hun ouders in de schouwburg tegenover wachtten op hun deportatie. Honderden Joodse kinderen zijn uit deze crèche gesmokkeld en naar onderduikadressen gebracht. Dankzij deze reddingsacties overleefden veel van deze kinderen de oorlog, terwijl de rest van hun familie omkwam in de concentratiekampen. Op de plek van de crèche staat nu een ander gebouw, maar op het pand ernaast herinnert een plaquette aan deze gebeurtenissen.

Terug in de tijd
Van een wandeling langs deze belangrijke monumenten en gebouwen word je inderdaad niet vrolijk, maar het zet je wel aan het denken. Hoe het levendige Amsterdam er ooit uit moet hebben gezien. Hoe de Joden bang en onzeker hun lot afwachtten. Hoe ondergedoken kinderen zich moeten hebben gevoeld toen hun ouders na de oorlog niet meer terugkeerden uit de concentratiekampen. De oorlogsmonumenten in Amsterdam houden de herinnering aan de Joodse slachtoffers in leven. En dat maakt het dat er naast het achterhuis van Anne Frank nog zoveel andere plekken zijn om eens bij stil te staan.

Het Joods Historisch Museum organiseert geregeld stadswandelingen door de oude Joodse wijk, variërend van thema. Deze wandelingen worden aangekondigd op de website of zijn als groepsarrangement te boeken. Voor degenen die er liever zelf op uittrekken, zijn er in de museumwinkel van het JHM folders met stadswandelingen te koop.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Reportage | No Comments »

Supermodellen op het tweede gezicht in Fashionistas!

woensdag, augustus 18th, 2010

Galerie Eduard Planting haalt voor het eerst werk van Rohn Meijer naar Nederland. Fashionistas! toont een greep uit het oeuvre van de fotograaf. Gen portfolio van de ontelbare modereportages die hij voor onder andere Versace en Moschino maakte, maar het resultaat van zijn eigen interesse.

Linda Evangelista, Naomi Campbell, Kate Moss, Carla Bruni. Noem een supermodel en Meijer heeft haar op unieke manier geportretteerd. De serie Dreamgirls uit de jaren ‘90 heeft iets betoverends over zich. De egale huidjes en gemodelleerde kapsels zijn scherp weggezet tegen de wazige achtergrond.
Het zijn opnamen backstage, al is dat in de eerste plaats niet direct te zien. Een sigaret, make-up kwast of waterflesje verraden de eigenlijke spontaniteit van deze foto’s. Meijer weet zelfs van de modellen op het tweede gezicht nog een prachtig kunstwerk te maken.

Alleskunner
Het backstage fotograferen is uit eigen interesse en voornamelijk passie ontstaan. De in Amsterdam geboren Rohn Meijer verhuisde op 7-jarige leeftijd naar Amerika. Hij kwam terug naar Nederland om de Rietveld Academie te volgen en vond al snel zijn weg in de wereldwijde mode-industrie als fotograaf. Hiernaast werkt hij als onder andere als ontwerper van servies, beeldhouwer en docent industriële keramiek. Met meerdere exposities in Europa en Amerika kan hij nu ook tot de categorie fotokunstenaars worden gerekend.

Zwart – wit
Waar bij Dreamgirls de spontaniteit nog subtiel te herkennen is, lijkt Angels een serie met een geheel ander uitgangspunt. De stralend witte foto’s tonen mannelijke modellen die zelfbewust voor de camera poseren. Maar in werkelijkheid zijn deze portretten ook backstage gemaakt. Meijer bouwde een klein studio’tje achter de schermen en fotografeerde de modellen tijdens of direct na de modeshow. Niet met indrukwekkende creaties van topontwerpers, maar in adamskostuum. Dit maakt de foto’s volgens Meijer tijdloos.
Hier recht tegenover hangen foto’s van mannenlijven in flexibele houdingen balancerend op een klein stoeltje. Naked Chair en Lost Boys zijn niet achter de schermen genomen, maar hebben wel dezelfde sfeer als de serene Angels. Alleen dan in zwarte kleurstelling en met nog meer naaktheid, weliswaar subtiel door het mooie vormenspel.

Metamorphosis
Tussen al deze smetteloze schoonheden zorgen twee grote foto’s uit de serie Metamorphosis voor een verrassende afwisseling. Meijer vond in een bureaula oude dia’s die door de tijd en vochtige omgeving waren aangetast. Een bijzonder effect is ontstaan en na extra stimulatie van het proces krijgen de foto’s een tweede leven. Door de weggesmolten contouren en lichtelijk fluoriserende kleuren heen is nog net de vorm van een lichaam in witte lingerie te ontdekken. Een zeer fascinerende serie die verfrissing aan het oeuvre geeft en je de veelzijdigheid van Rohn Meijer doet bewonderen.

Select maar dynamisch
Het is jammer dat er maar een aantal portretten van de supermodellen is te zien, terwijl Meijer er tientallen heeft gemaakt. De beperkte ruimte laat niet toe om een grootschalige expositie neer te zetten. Tegelijkertijd is dat juist de charme van een galerie. Door een selectie uit verschillende series te exposeren krijg je een indruk van het hele oeuvre van de fotograaf. Dit is voor potentiële kopers uiteraard een toegevoegde waarde. En je moet er snel bij zijn, want na een paar weken wordt alweer plaats gemaakt voor de volgende expositie.

Tot eind augustus zijn nog een paar werken van Rohn Meijer in de galerie te bewonderen. Voor een indruk van zijn hele oeuvre, surf naar www.rohnmeijer.net

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Museum Nairac toont verschillende visies op Alice

zaterdag, augustus 14th, 2010

In een oude bierbrouwerij in Barneveld zit museum Nairac. Deze zomer is daar in de achterste zaal een tentoonstelling te zien over het beroemde boek Alice in Wonderland. De illustraties variëren van de traditionele Britse tot moderne Aboriginal versies van Alice. Deze leuke illustraties wegen gelukkig op tegen de chaotische opstelling.

Alice’s Adventures in Wonderland
In 1862 roeide Charles Lutwidge Dodgson met de drie Liddell-zusjes in een bootje op de Thames en verzon hij een verhaal over Alice. Alice Liddell vroeg hem later dit verhaal op te schrijven. Dit zou uiteindelijk in 1865 leiden tot het boek Alice’s Adventures in Wonderland, geschreven onder het pseudoniem ‘Lewis Carroll’. Carrolls boek werd een hoogtepunt in de kinderliteratuur, maar is ook boeiend voor volwassenen vanwege de filosofische raadsels (“Why is a raven like a writing desk?”) en de logische, psychologische en zelfs wiskundige lagen in het boek.

Illustraties
In de eerste publicaties van Alice’s Adventures in Wonderland waren de illustraties van de hand van John Tenniel. Hij maakte van Alice het blonde meisje met de blauwe jurk. In 1907 was het copyright verlopen op deze specifieke versie van Alice’s Adventures in Wonderland en mochten uitgeverijen hun eigen versies uitbrengen. In sommige versies werd Alice nu een brunette (zoals de oorspronkelijke Alice Liddell ook was), in andere versies bleef Alice traditioneel blond met de blauwe jurk, zoals ook in de Disneyfilm uit 1951.

In de tentoonstelling is goed te zien hoe het verhaal van Alice op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. Een groot deel van boeken uit de tentoonstelling komt uit het privébezit van Miriam A. B. Goldschmidt, die niet alleen illustraties van Rie Cramer verzamelt, maar ook allerlei versies van Alice in Wonderland. Behalve Nederlandse en Engelse, zijn er ook Franse, Duitse, Russische, Kroatische en Chinese vertalingen te zien, die weer allemaal hun eigen specifieke illustraties hebben. Heel speciaal is het boekje dat een Aboriginal Alice toont. Ook zijn er de beroemde andere illustraties te zien, zoals van Mabel Lucie Atwell en zelfs van de beroemde kunstenaar Salvador Dalí.

Chaotische tentoonstelling
Het is verwarrend dat de tentoonstellingsmakers niet kiezen voor wie hun tentoonstelling nou bedoeld is: voor kinderen of volwassenen?
Voor de volwassenen zijn er kasten die proberen wat historische context te geven. Het is leuk om een facsimile te zien van de handgeschreven versie van Lewis Carroll, die bovendien door hem zelf is geïllustreerd! Maar de algemene informatie is summier. Een kast is gewijd aan Lewis Carroll als fotograaf. Er liggen enkele foto’s en er staat bij dat Carroll ‘belangrijk was voor de moderne fotografie’. Waarom? Dat wordt niet uitgelegd. De volwassenen leren maar weinig nieuws.

De opstelling van de boeken volgt losjes de chronologie van het verhaal: kast één toont verschillende illustraties van Alice die in het konijnenhol valt. Maar langzaam raak je de draad kwijt. Voor de kinderen gebeurt dit nog eerder, omdat zij de boeken die op de bovenste planken staan niet kunnen zien. Zij kunnen wel kleurplaten inkleuren en kijken naar verfilmingen van het verhaal. De grote, enge, poppen zijn ook ongetwijfeld bedoeld om kinderen te vermaken, maar staan grotendeels achter glas, dus je kunt er niet mee spelen. De poppen voegen niets toe aan de tentoonstelling en maken het geheel alleen maar onnodig chaotisch.

Aan de andere kant, past die chaos misschien wel bij het originele verhaal waarin Alice zich in de fase tussen kind en volwassene bevindt. Hoewel de tentoonstelling misschien wat chaotisch is, is het voor jong én oud leuk om illustraties en verfilmingen te bekijken van misschien wel het leukste (kinder)boek uit de geschiedenis.

De illustraties variëren van de traditionele Britse tot moderne Aboriginal versies van Alice. Deze leuke illustraties wegen gelukkig op tegen de chaotische opstelling.

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Een roze galerieroute tijdens Amsterdam Gay Pride 2010

donderdag, augustus 12th, 2010

Van 1 t/m 8 augustus kleurde Amsterdam roze voor de Amsterdam Gay Pride. Het jaarlijks terugkerende fenomeen, dat dit jaar voor de vijftiende keer plaatsvond, was groter en tevens meer cultureel dan ooit. ‘Celebrate’ was het thema voor het evenement dat door de Volkskrant onlangs het ‘feest met een inhoudelijk randje’ genoemd werd. En dit niet voor niks want er is veel meer te doen op de Amsterdam Gay Pride dan alleen de botenparade.

Groei
Neem bijvoorbeeld de galerieroute, georganiseerd door Oscar van der Voorn van GO Gallery te Amsterdam. Dit jaar doen twintig galeries mee. Van der Voorn: “Vorig jaar waren het ongeveer veertien, dus de route is behoorlijk gegroeid”. GO Gallery heeft speciaal voor deze week de expositie Pink with pride geopend, die ruim een maand te zien is. De getoonde werken zijn niet allemaal gerelateerd aan de Gay Pride maar kunnen wel zo opgevat worden. Van der Voorn: “Een van de werken van Sunil Padwal hangt normaal bij mij thuis, maar ik vind het zo mooi dat hij nu even hier hangt.” Het desbetreffende schilderij is een onduidelijke, grijze aftekening van het gezicht van een man. De betekenis laat zich raden. “Het is maar hoe je het interpreteert,” aldus van der Voorn.

Opgezette dieren en slaapkamerfoto’s
Mede door deze persoonlijke noot kun je merken dat GO Gallery actief bezig is met de Amsterdam Gay Pride. Ook Eduard Planting Fine Art Photographs heeft een toepasselijke expositie. Hoogtepunt van de expositie is de licht erotische fotoserie Bedroom Diaries van Sabrina van den Heuvel, zwart-wit foto’s die scènes in de slaapkamer verbeelden. De Jaski Art Gallery heeft de opstelling niet veranderd, wel hangt er speciaal voor de Gay Pride een mannelijk portret in de etalage. Verder springen vooral bizarre werken van Le Deux Garçons in het oog: opgezette dieren die middels hun torso aan elkaar verbonden zijn.

Jammer
Helaas zijn niet alle galeries zo mooi om te zien. De Sexy Art Gallery (in the Erotic Museum) is niet erg ‘cultuurwaardig’,  zeker niet na alle prachtige dingen die je dan al hebt gezien. Deze galerie, gesitueerd op de Wallen, is onderdeel van een ietwat plat seksmuseum. Het is erg toeristisch en bovendien kom je voor een ‘leuke’ verrassing te staan indien je alleen de galerie wilt bezoeken: een entreeprijs van zeven euro. Zeker grappig om een keer te zien, maar in deze galerieroute misplaatst.

Hoogtepunt
Samen met de GO Gallery is het hoogtepunt van de route toch wel de dubbelexpositie Faces and Phases / Proudly African and Transgender van IHLIA. Op de zesde verdieping van de Openbare Bibliotheek van Amsterdam is een serie ontroerende portretfoto’s van Zanele Muholi en tekeningen van Gabrielle Le Roux te zien. De werken gaan over lesbiennes en transgenders in Afrika. Bij de tekeningen lees je de aangrijpende verhalen van de getekende mensen. Tegelijkertijd lijken de portretten van Muholi je haast een verhaal toe te fluisteren.

Mooi initiatief
Het was opvallend druk bij veel galeries en dat lijkt verklaard te kunnen worden door de galerieroute. De route is een mooi initiatief die voor veel mensen de drempel om een galerie te bezoeken verlaagd. Bovendien maak je op een plezierige manier kennis met de homocultuur. Hoewel de Amsterdam Gay Pride maar een week duurt lopen de meeste exposities nog een tijdje door. Altijd al een galerie willen bezoeken? Dan is nu je kans, geef toe aan de nieuwsgierigheid en volg de galerieroute van de Gay Pride.

Tags: , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Reportage | Reacties uitgeschakeld

Verassende Utrechtse geschiedenis in Maliebaan in beweging

dinsdag, juli 27th, 2010

Een brede straat, rijkelijk voorzien van grote bomen en luxueuze huizen: de Maliebaan is een van de mooiste straten in de stad Utrecht. Naast haar schoonheid kent de Maliebaan ook een roerige en interessante geschiedenis. In het kader van het 400-jarig bestaan van de straat heeft het Utrechts Archief een tentoonstelling samengesteld waarin de bezoeker wordt meegenomen naar het verleden van dit stukje Utrecht.

Van maliespel tot verkeersroute
Het is bij binnenkomst even twijfelen welke ingang de bezoeker moet nemen, maar als je de juiste kiest wordt meteen de oorsprong van de Maliebaan duidelijk. Maliebanen en malievelden blijken overal te zijn. In Nederland bevinden ze zich onder andere in Leiden, Amsterdam en Den Haag, maar ook in Hamburg, Londen en Washington zijn ze aanwezig. De oorsprong van deze velden en banen gaat terug naar de zestiende eeuw, toen aan het Franse hof het maliespel werd gespeeld. Voor dit spel, wat op het moderne golf lijkt, was een 750 meterslange baan vereist.

Nadat vanaf 1812 het maliespel niet meer werd gespeeld kreeg de straat verschillende nieuwe functies. Het werd een plek waar wandelaars en ruiters flaneerden en er vonden evenementen zoals veemarkten plaats. Door de bouw van monumentale panden werd de Maliebaan een belangrijke verkeersroute en deze functie heeft zij nog steeds, als verbinding tussen het centrum en de A27. Foto’s, kaarten en tekeningen verlevendigen de geschiedenis van de Maliebaan. In een documentaire laat historicus Maarten van Rossem verschillende huizen aan de Maliebaan van binnen zien en komen vroegere bewoners aan het woord.

Tweede Wereldoorlog
Diverse belangrijke figuren uit de geschiedenis woonden op de Maliebaan, waaronder Rene Descartes, Napoleon Bonaparte en Johannes Brahms. De Maliebaan in Utrecht staat ook bekend om haar essentiële rol in de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen was het hoofdkantoor van de NSB daar gevestigd, ook het verzet had een aantal panden op de Maliebaan in bezit. Het rood en groen op een kaart laat zien dat de tegenstanders dichterbij elkaar waren dan zij wellicht vermoedden.

Van toen naar nu
Het Utrechts archief is erin geslaagd een interessante tentoonstelling neer te zetten. Het onderwerp is vrij specifiek en de oude kaarten en tekeningen zullen voor kinderen misschien saai zijn. De documentaire maakt een bezoek voor zowel jong als oud geschikt.  Hoewel de tentoonstelling erg klein is slaagt het Utrechts Archief er goed in een heldere weergave te geven van een van de bekendste straten van deze stad. Ideaal dus om snel binnen te stappen en de drukte van de Utrechtse binnenstad even achter je te laten. Tijdens de Open  Monumentendag in september kun je zelf ontdekken wat er verborgen ligt achter de monumentale gevels aan de Maliebaan.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Aboriginal art today! is veel meer dan alleen stipjes

maandag, juli 26th, 2010

Het Aboriginal Art Museum te Utrecht toont met Aboriginal art today! de diversiteit van de Aboriginal kunst. Sinds de jaren ‘70 heeft de Aboriginal kunst door contact met de westerse cultuur een verandering ondergaan. De combinatie van traditionele en vernieuwende kunstwerken zorgt voor een verrassende tentoonstelling. Er wordt een breed beeld geschept van de Aboriginal kunst, die net als westerse kunst wat te bieden heeft voor iedereen.

De tentoonstelling toont een overzicht van hedendaagse Aboriginal kunst vanaf 1970. Voorheen maakten Aboriginals ceremoniële objecten voor eenmalig gebruik, maar vanaf de jaren ’70 zijn zij bewust kunst gaan maken. De authentieke beeldtaal en technieken worden toegepast op doek en hout zodat het verkoopbaar is. Sinds die tijd kopen ook Nederlandse musea en verzamelaars Aboriginal kunst. In de tentoonstelling is zowel werk van particuliere verzamelaars, alsook van musea (waaronder het Groninger Museum, Wereldmuseum Rotterdam en uiteraard het Aboriginal Art Museum) te zien.

Abstract fantasierijk
De traditionele Aboriginal schilderijen zijn zonder voorkennis niet erg toegankelijk, maar bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om als autonoom werk te worden beschouwd. Zonder voorkennis lijken de stipjes-schilderijen abstract, maar voor de Aboriginals vertellen deze werken vaak over de droomtijd: een andere tijdsdimensie waarin de wereld werd gecreëerd door hun voorouders. De Aboriginals herkennen de sporen die zij hebben achtergelaten en proberen ze terug te roepen door middel van dans, zang en vertellingen. De titels verwijzen veelal naar een plek of een droom, wat ons de mogelijkheid geeft om zelf te bepalen wat het voorstelt.

Mooi contrast
Sommige werken zijn op natuurlijke materialen aangebracht, zoals Wadjina-figuren op boombast. Twee figuren boven elkaar – zonder mond, maar met stralenkrans – zijn zeer treffend afgebeeld. De witte, enigszins doorschijnende verf op de donkere barst creëert diepte, terwijl tegelijkertijd de houtstructuur nog zichtbaar is. Als omlijsting zijn er stukken bamboe om de kromme boombast bevestigd. Dit lijkt het ultieme Aboriginal kunstwerk, waardoor je des te meer wordt verrast door het werk van Paddy Bedford (ca. 1922-2007) dat om een hoekje hangt. Zijn schilderij Untitled uit 2004 doet door de primaire kleuren en zwarte strepen aan als een Mondriaan met vloeiende lijnen. Achter glas en met strakke witte lijst staat het in contrast met de boombast-schilderingen, als het ultieme bewijs dat Aboriginal kunst veelzijdig is.

Ook andere werken, zoals het schilderij Thundi (2008) van Mirdidingkingathi Juwarnda Sally Gabori (ca.1924), zou niet misstaan tussen westerse kunst. De dikke vegen oranje, witte en zwarte verf creëren een abstract beeld dat niet direct aan Aboriginal kunst doet denken.  Even verderop brengen de YawkYawk sculpturen je weer in Aboriginal sferen. De beelden zijn uit hout gesneden, maar zijn tegelijkertijd simpel, met prachtige versieringen en zelfs een haardos. Deze kunstwerken moet je in het echt zien om te ervaren met welke precisie de details zijn aangebracht.

Vermenging van Aboriginal en westerse cultuur
De grootste verandering in Aboriginal kunst is te zien in het werk van stedelingen. Zij zijn wel van oorsprong Aboriginal, maar doordat ze niet op traditionele wijze leven, laat hun kunst de vermenging met de westerse cultuur zien. Zo stelt Richard Bell (1953) met zijn werk Sanctions (1992) de positie van de Aboriginals ter discussie. Met dikke lagen acrylverf verbindt hij afbeeldingen van slaven en traditionele Aboriginal kunst. In de verf heeft hij symbolen uit zowel de westerse als de Aboriginal cultuur uitgespaard.

Aboriginal art today! toont de diversiteit van de hedendaagse Aboriginal kunst. Uiteraard zijn er de welbekende roodbruin, gestipte schilderijen, maar Aboriginal kunst blijkt zoveel meer dan je in eerste instantie verwacht. Juist door de verrassende combinatie van traditioneel en vernieuwend werk, aardkleurige en kleurrijke schilderijen brengt de tentoonstelling de Aboriginal kunst tot leven.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | 1 Comment »

STIK MAAR! doet een verassend verhaal over Brabantse textiel uit de doeken

vrijdag, juli 23rd, 2010

STIK MAAR! De naam van de nieuwste tentoonstelling in Museum Kempenland schudt de bezoeker gelijk wakker, en dat is ook precies de bedoeling. Het Eindhovense streekmuseum laat zien dat een tentoonstelling over Brabantse textiel absoluut niet saai hoeft te zijn. Vroeger en nu lopen als een rode draad door de tentoonstelling heen en bovendien kunnen bezoekers zelf ook de handen uit de mouwen steken aan een centrale knutseltafel.

Van weefgetouw tot fietsband
Bij het betreden van het neo-romaanse kerkgebouw, waar het museum zich in bevindt, wordt de bezoeker verrast door de hoge ruimte, de glas-in-lood ramen en een enorme stelling met daarop moderne mantels en jurken. Aan de hand van drie onderdelen wordt de ontwikkeling van de Brabantse textiel traditie verbeeld. Het eerste deel, Leven van textiel, vertelt over de ontwikkeling van de textielindustrie. Een van de hoogtepunten in dit deel is een weefgetouw uit 1642, dat jarenlang in de opslag van het museum stond en speciaal voor deze gelegenheid is gerestaureerd.

Het tweede deel heeft als titel Leren over textiel. Hier wordt enerzijds getoond hoe de verplichte handwerklessen er in de negentiende en twintigste eeuw op school uitzagen. Anderzijds wordt ook ruimschoots aandacht besteed aan opleidingen die zich tegenwoordig veel bezig houden met textiel. Naast kledingstukken van de School voor Mode van het ROC in Eindhoven wordt er ook een jurk van ineengevlochten fietsbanden getoond. Deze jurk is gemaakt door Karin Vintges, studente Industrial Design. Zij kreeg de opdracht iets te maken met als thema de weeftechniek ‘schering en inslag’. Hoewel zij deze techniek niet exact heeft toegepast, heeft ze het thema wel op een originele manier uitgewerkt door fietsbanden ineen te vlechten tot een jurk.

Van noodzaak tot kunst
Leven voor textiel is de titel van het laatste deel, hier wordt aandacht besteed aan textiel als noodzakelijke bezigheid vroeger en als vrijetijdsbesteding nu. Er is onder andere een boerenonderbroek te zien die tientallen keren is gestopt en een nationale feestrok van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Om de tentoonstelling compleet te maken wordt deze afgesloten met een aantal werken van diverse hedendaagse autonome kunstenaars, waaronder het werk van de fotografe Suzanne Jongmans. Haar oma die handwerkte is een groot inspiratiebron voor Jongmans en een terugkerend thema in haar foto’s. Een ander opvallend kunstwerk is de film van sieraadontwerpster Marijke Schurink. Hierin is te zien hoe zij een collier van rode draad borduurt op het lichaam van een vrouw.

Voor jong en oud
De veelzijdigheid van de tentoonstelling houdt het boeiend. Door de dynamische, vernieuwende en uitdagende benadering blijkt textiel niet suf te zijn. Mede door het oude kerkgebouw waarin het museum zich bevindt ontstaat een bijzondere ruimte waarin voor jong en oud veel valt te ontdekken.

Voor sommige bezoekers vormt de tentoonstelling een leuke manier om herinneringen aan vroeger op te halen, voor anderen gaat er een geheel nieuwe wereld open. Bovendien kunnen zowel kinderen als volwassenen zich uren vermaken aan de knutseltafel, waar allerhande materialen liggen om te haken, breien, naaien of borduren. Het leuke is dat de gemaakte werkjes opgehangen kunnen worden aan een daarvoor bestemde muur, waardoor ze onderdeel van de tentoonstelling worden. Een ding is zeker: Museum Kempenland laat zien dat Brabantse textiel alles behalve stoffig is.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Tom Claassen transformeert elk materiaal tot een fantasierijk sculptuur

dinsdag, juli 20th, 2010

Heb je weleens olifanten langs de snelweg gezien? Of het zittende konijn in Utrecht of uitgeputte mannen op Schiphol? Het zijn maar een paar voorbeelden van de aandoenlijke sculpturen waar je niet omheen kan, gemaakt door de Limburgse beeldhouwer Tom Claassen (1964) . Kunsthal KAdE in Amersfoort toont met een retrospectief dat Claassen meer doet dan alleen lieve beelden maken. Hij onderzoekt en transformeert alle mogelijke materialen.

Claassen maakte zijn eerste beeld voor de openbare ruimte in 1996. Hierna volgden vele beelden in de openbare ruimte, waaronder halfvergane houten mannen in Museum Kröller-Müller, pony’s in Maastricht en honden door heel het land. Op de tentoonstelling in KAdE geven foto’s en modellen van de buitenbeelden een indruk van de sporen die Claassen achterlaat.

Zoektocht naar beelden
De meeste beelden voor de openbare ruimte zijn dikke, logge beesten of figuren. Claassen wil toegankelijke beelden maken, zodat mensen het begrijpen en leuk vinden. Het is jammer dat bij de modellen de afmetingen van de uiteindelijke werken niet vermeld worden, want ze zijn vaak indrukwekkend groot. KAdE helpt je op weg met een boekje of iPhone applicatie om de grote versies door het hele land te vinden.

Spelen met zand
Naast het maken van vrolijke dikkerds experimenteert Claassen veel met materiaal. Al het mogelijke materiaal. Zelfs met zand weet hij een prachtige groep leeuwen te maken die op de grond lijken uit te vloeien. Deze sculptuur is sinds 1990 op verschillende plaatsen en in verschillende versies gemaakt. Het liefst zou je eraan voelen om te controleren of het echt zand is en om daarna te bedenken wat je er zelf van kunt maken. Die mogelijkheid is wel weggelegd voor de winnaar van de Museumnacht loterij (28 augustus), die de leeuwen te lijf mag gaan.

Het is opmerkelijk dat Claassen veel verschillende materialen gebruikt en er tegelijkertijd een typerend ‘Claassen-beeld’ van maakt. Dacht je bronzen beelden aan hun naad te herkennen en houten sculpturen aan de boomstammen? Dan heb je het mis. Claassen maakt houten beelden van boomstammen, maar giet dezelfde vorm soms in brons. De bronzen beelden zijn soms ruw, dan weer glad. Mensfiguren kunnen gemaakt zijn van glimmend aluminium, ruw hout, of strak beton. De uitwerkingen zijn zo divers en tegelijkertijd zo treffend. Allemaal knuffelbare figuren die een glimlach bezorgen, maar zelf zelden een gezicht hebben om terug te lachen.

Fantasierijk
Uitgezakte wc-hokjes van polystyreen, een wormenveld of een stofzuiger van ijzerdraad en silicone. De gelijkenis is er, maar tegelijkertijd kun je erin zien wat je wilt. Zelfs een afdruk van Claassens ateliervloer lijkt een schatkaart te worden. Dat is ook de reden waarom Claassen zijn beelden vrijwel altijd ‘zonder titel’ noemt, waarna een naam tussen haakjes volgt. Hij wil je de gelegenheid geven om zelf naar de beelden te kijken en erover te fantaseren.

Het retrospectief van Tom Claassen in KAdE is een mooi overzicht waarin zowel bekende als minder bekende sculpturen goed naar voren komen. De tentoonstelling maakt zichtbaar dat Claassen uit elk materiaal en op ieder formaat typerende beelden maakt. Kijk ook buiten goed om je heen, rond KAdE zijn nog meer sculpturen van Claassen te ontdekken.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Home, Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Beelden, tekeningen en prenten van het boerenleven voeren je mee langs de ontstaansgeschiedenis van het Singer

vrijdag, juli 16th, 2010

De tentoonstelling Beelden, tekeningen en prenten vertelt de ontstaansgeschiedenis van het Singer Museum Laren aan de hand van een selectie uit de eigen collectie. Ter nagedachtenis aan haar overleden man, en schilder, William Henry Singer jr. (1868-1943), stichtte Anna Singer-Brugh het museum in 1956 met hun particuliere verzameling als basis. De persoonlijke voorkeur van het echtpaar Singer voor impressionistische, figuratieve en landelijke stukken heeft lange tijd het karakter van het museum bepaald.

De tentoonstelling die deze zomer te zien is lijkt het meest geschikt voor regenachtige dagen. De witte zalen zijn gevuld met een grote hoeveelheid vrij sobere en behoudende werken van klein formaat. Grijstinten voeren de boventoon. Het grote geheel van aquarellen, (pen)tekeningen, etsen en sculpturen tonen het boerenleven, van ploegende ossen tot schaftende boeren.

Herkomst door schenkingen
De aanleiding voor de tentoonstelling is het verschijnen van twee nieuwe bestandscatalogi waarin de verzameling beelden en werken op papier zijn gepubliceerd. De herkomstgeschiedenis van de werken en het ontstaan van het museum door schenkingen staat centraal. Ruim veertig procent van de huidige verzameling is samengesteld uit schenkingen door particulieren, naast die van Anna Singer. De schenkingen werden gedaan door zowel kunstenaars die eigen werk schonken, als door verzamelaars die het museum één tot meerdere werken aanboden.

Afkeer van moderne kunst
De eerste zaal van de tentoonstelling toont werken uit de eerste schenking in 1956 door Anna Singer. De daaropvolgende zalen geven een chronologisch overzicht naar de tijd van de schenkingen en uiteindelijk ook de aankopen, die het museum dankzij de Stichting Vrienden van het Singer kon verwerven. Het eigen werk van schilder William Singer typeert de sfeer van de tentoonstelling. Zijn afkeer van de moderne ontwikkelingen in de kunst en zijn voorliefde voor landschappen zijn terug te vinden in de keuze voor de meeste werken. Het echtpaar Singer zag niks in het grensverleggende en de abstracte uitingsvormen van moderne kunststromingen. De aankopen die zij deden bij Larense, maar ook bij Amerikaanse en Franse kunstenaars zoals Jacob (1876-1969) en Willem Dooijewaard (1882-1980), Walter Griffin (1861-1935) en Gaston Latouche (1854-1913), waren van impressionistische aard.

Latouche’s aquarel ‘In de opera’ is één van de hoogtepunten van de verzameling van de Singers en doet dienst als affiche en publiekstrekker. Het schilderij is voor dit doel enerzijds een zeer geschikte keuze, omdat de zachte kleuren en vormen en de enigszins mysterieuze voorstelling de potentiële bezoeker nieuwsgierig maakt, maar anderzijds is het contrast met de daadwerkelijke tentoonstelling groot. De vrouwen in avondjaponnen, weelderige voorstellingen en het kleurgebruik van Latouche verschilt sterk van het boerenleven dat te zien is in andere werken in de tentoonstelling.

Pas in 1986 werd het wervingsbeleid van het museum aangepast en werd de focus verlegd naar moderner werk, waaronder dat van Peter Alma (1880-1969) en Chris Beekman (1887-1964). De tentoonstelling sluit af met een aantal bruiklenen en, de trots van het Singer, hun verzameling beelden van Auguste Rodin.

Het Singer van nu
Het is interessant om te zien vanuit welk uitgangspunt en met welke collectie het Singer is begonnen. De vrij conservatieve verzameling van de Singers groeide tegen het einde van de twintigste eeuw langzaam uit tot een bredere en meer moderne collectie. Voor de hoogtepunten uit de moderne werken van het museum kun je terecht bij de tentoonstelling Kleurrijk Singer in de achtergelegen zalen. Deze is net als Beelden, tekeningen en prenten tot 29 augustus te bezichtigen. Want eerlijk is eerlijk, na de veelal behoudende en landelijke werken van de Singers ontstaat de behoefte om toch enige vooruitstrevendere kunst te zien.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

Subway-snapshots in Wall Street Stop

zaterdag, juli 10th, 2010

Straatfotografie krijgt met de bijzondere opnametechniek van Reinier Gerritsen een geheel nieuwe dimensie. In Wall Street Stop, te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, wordt de kijker meegenomen naar de metro van New York. Door de economische crisis is dit een omgeving met veel zorgelijke gezichten.

Zwaarwegende zorgen
Wat is een betere plek om de impact van de wereldwijde economische crisis op beeld vast te leggen dan Wall Street? Reinier Gerritsen reisde in de zomer van 2009 af naar New York en raakte gefascineerd door de zwijgzame mensenmassa’s in de metro, waar de financiële onzekerheid was te lezen op de gezichten van moeders, jongeren en zakenmannen. Het resultaat is een reeks ongeposeerde groepsportretten met een surreëel tintje. Opvallend is de foto van een jonge zakenman diep in gedachten, die zich vasthoudt om door het schudden van de metro niet om te vallen. Door de magnifieke compositie lijkt de ijzeren stang met de zwaarwegende zorgen mee te buigen.

Scherptediepte
Meerdere dagen heeft Gerritsen ondergronds doorgebracht, voornamelijk op het perron, zijn kans op een mooi shot afwachtend. Door het samenvoegen van snel achter elkaar genomen foto’s ontstaat een bijzondere weergave van dat ene moment. Waar in een foto normaliter scherpteverschil tussen voor- en achtergrond is te onderscheiden, zijn op deze foto’s meerdere personen verrassend scherp. Hoe langer je kijkt, hoe meer gebeurtenissen je ontdekt.
Zo is te zien hoe een vrouw met grote kijkers haar nieuwsgierigheid naar de muzieksmaak van haar buurvrouw niet kan bedwingen, terwijl op datzelfde moment op de achtergrond een stelletje elkaar liefkoost en een derde vrouw al lezend aan haar neus zit. En dit alles net zo scherp, op één foto. Als kijker word je in het beeld gezogen en even denk je ook in een New Yorkse metro te staan, op weg naar je werk samen met de tientallen mensen om je heen.

Illusie
In een speciaal promotiefilmpje van Wall Street Stop razen de beelden van de metro aan je voorbij, met bij iedere stop een nadere kijk op de bezorgde burgers. Dit goed in elkaar zittende filmpje is een voorproefje van de tentoonstelling. De breed uitgesneden foto’s zweven in de lucht waardoor je op ooghoogte met de geportretteerden staat en je je als het ware tussen de reizigers begeeft. Aan de muur hangt een reeks foto’s die vanaf het perron is genomen, waardoor de illusie ontstaat dat je langs een stilstaande trein loopt. Daarbij geeft de donkere ruimte met spots op de foto’s een goede sfeer die sterk overeenkomt met de underground.

“First shoot, then ask”
Spontaniteit speelt een grote rol bij straatfotografen: “first shoot, then ask”. Het favoriete moment van Gerritsen was naar eigen zeggen vlak voor het dichtschuiven van de deuren. De mensen gaan zo in hun gehaastheid op dat ze de stilstaande man met enorme camera niet opmerken, wat zorgt voor de mooiste opnamen. Soms krijgen mensen hem echter door en dit levert een paar verbaasde blikken in de lens op. Gerritsen spreekt in een getoonde video zonder enige bescheidenheid zeer verheugd over het resultaat. Het zijn inderdaad mooie portretten, maar de keerzijde is wel dat er minder ‘echte’ spontaniteit aan deze paar foto’s overblijft. Gelukkig is het eerste wat Gerritsen doet als iemand hem opmerkt diegene toelachen, want “op lachende mensen wordt men niet boos”.

Al is er voor boos worden ook geen tijd als de deuren op datzelfde moment dichtschuiven en je met verbazing op je gezicht langzaam wegglijdt, met de mensenmassa’s mee de donkere tunnels in. Ach, er zijn belangrijkere zaken om je zorgen over te maken.

Klik hier voor het promotiefilmpje
Klik hier voor de making of van de tentoonstelling

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reacties uitgeschakeld

« Older Entries |