Madeleine Versteegh, genomineerde voor de HKU-Award: “Jonge ondernemers moeten zélf hun verbeterpunten zien.”

november 26th, 2014

Zelfstandig cultureel ondernemen is het toverwoord tijdens de crisis in de cultuursector, maar hoe werkt dat in de praktijk? Madeleine Versteegh onderzocht dit voor haar afstudeerwerk binnen de opleiding Kunstmanagement aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze dook in de organisatie van Roof Garden Arnhem, en werd genomineerd voor de HKU-Award 2014, een prijs voor het meest vernieuwende en van ondernemerschap getuigende afstudeerwerk.

Wat is Roof Garden Arnhem?

“Het is een jonge groep mensen die lelijke daken in de zomer omtoveren tot tot groene stadstuinen vol cultuur, ontspanning en creativiteit. Denk bijvoorbeeld aan yogalessen, silent disco’s en sterren kijken. Belangrijk eraan is dat de organisatie samenwerkt met buurtbewoners en lokale ondernemers. Zo proberen ze in de programmering en de partijen die worden aangetrokken nieuwe combinaties te maken op een zo duurzaam mogelijke manier: het eten is biologisch en regionaal, en de meubels van gerecycled materiaal.”

Wat wilde je precies onderzoeken binnen deze organisatie?

“De organisatieontwikkeling: dus hoe kan ik een jonge vriendengroep, die bij elkaar zijn gekomen vanuit een gezamenlijke inspiratiebron en een goed idee, toch een professionele interne bedrijfsvoering op laten zetten, zonder dat het de kracht van hun creatieve, flexibele werkwijze verliest. Al mijn kennis en ervaring die ik de afgelopen vier jaar had opgedaan, wilde ik ergens inzetten waar het echt iets kon betekenen en toevoegen.”

Hoe pak je zoiets aan als kunstmanager in de dop?

“Het bijzondere aan dit onderzoek is dat ik niet alleen de situatie beschrijf en verklaar, maar deze ook probeer te verbeteren en veranderen. Je wordt als onderzoeker deel van de organisatie en tegelijkertijd moet je objectief blijven. Dat lukte doordat ik me heel bewust bleef van het doel waarmee ik daar was. Ik heb gebruikgemaakt van vrij traditionele theorieën en daar uitgehaald wat voor deze organisatie het beste zou werken. De teamrollen van Belbin bijvoorbeeld, die kun je heel letterlijk nemen, maar zijn ook te gebruiken als handvat om een gesprek op gang te brengen over de kwaliteiten van het team en zo hun reflectievermogen te vergroten. Ik zeg niet: ‘jullie hebben geen missie’, maar ik vraag: ‘goh wat zijn eigenlijk jullie collectieve ambitie over vijf jaar’, waardoor zij zélf dachten, ‘oh we hebben geen missie’.”

Ondanks de traditionele theorieën die je gebruikt, vindt de jury je onderzoek vernieuwend.

“Ik was ook wel een beetje verrast dat de jury mijn onderzoeksrapport gekozen heeft, omdat het eigenlijk heel specifiek voor één organisatie is geschreven. Het gaat over de verschillende persoonlijkheden en kwaliteiten die er binnen dát team zijn. Dat neemt niet weg dat ik een aantal ontdekkingen heb gedaan waar heel veel jonge organisaties iets aan kunnen hebben. De focus is nu erg gericht op cultureel ondernemen, dus op publiek en financieringsbronnen vinden, maar de meeste organisaties worden opgeheven wegens samenwerkingsproblemen of mismanagement in de eerste vijf jaar.”

Wat zou je jonge cultureel ondernemers dan concreet adviseren?

“Cultureel ondernemen is heel belangrijk, maar je moet daarnaast niet vergeten om genoeg aandacht te richten op het interne proces, het samenwerken in een groep. Een jonge groep ondernemers moet zélf hun verbeterpunten zien en die vergroten. Zij kunnen zelf leiding geven aan de groei van hun eigen organisatie. Hierdoor ontwikkelt de flexibiliteit van een onderneming, wat nodig is om jezelf te blijven vernieuwen en te verbeteren. In de dagelijkse praktijk zie je vaak dat starters worden opgeslokt door hun werk, pas als de crisis losbarst en het voorbestaan van een organisatie in gevaar komt, wordt er stilgestaan bij de samenwerking. Als je vanaf het begin al regelmatig stil zou staan bij de samenwerking, zowel extern als intern, kun je veel gemakkelijker de organisatie vormgeven.”

Je bent afgestudeerd, wat nu?

“Het afgestudeerde leven bevalt mij heel goed. Deze zomer ben ik betrokken gebleven bij Roof Garden als procesmanager en inmiddels organiseer ik een aantal festivals. Daarnaast begin ik kleine klussen binnen te krijgen die meer gericht zijn op creatieve processen en organisatieontwikkeling, ook wel mede dankzij deze nominatie denk ik. Ik vind het heel leuk dat de HKU mij de mogelijkheid heeft gegeven om de zoektocht naar mijn kwaliteiten aan te gaan, en vanuit verschillende perspectieven te denken: artistiek, zakelijk, organisatorisch en op managementvlak, en daartussen ook het belang te zoeken. Het is mooi dat het eigenlijk bij mijn afstudeerproject op de één of andere manier heel erg samenviel.”

En als je de HKU-Award 2014 wint?

“Dan ben ik heel blij en trots. Eigenlijk heb ik er nog niet echt over nagedacht wat ik met de geldprijs zou doen. Die 5000 euro is een flink bedrag voor een starter op de arbeidsmarkt. Het is vanzelfsprekend dat ik het in ontwikkeling stop, of in een nieuw project. Het is een grote eer om de prijs te winnen, en dat moet ik dan ook ergens heel mooi aan besteden.”

Tags: , , , , , , , ,
Posted in Geen categorie, Interview | No Comments »

Roy Cremers, oprichter voordekunst: “Als kunstenaar ben je ondernemer, of je wilt of niet”

november 26th, 2014

“Jezelf presenteren, ondernemen en je achterban bereiken”. Volgens Roy Cremers, de oprichter van kunst en cultuur crowdfundingsplatform voordekunst, zijn dat de belangrijkste punten om succesvol te crowdfunden. “Je kunt niet rustig wachten tot het geld binnenstroomt. Een kunstenaar moet verkopen en ondernemen.”

Tijdens zijn werk bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) ontdekte Roy Cremers dat kunstenaars absoluut niet gestimuleerd worden om ondernemend te denken. “Bij fondsen krijg je namelijk je subsidie op basis van het tekort op je begroting. Hoe meer geld je dus eigenlijk mist, hoe groter je bijdrage vanuit het fonds kan zijn. Daar word je als kunstenaar niet echt ondernemender van”. Hij vond de oplossing in zijn idee voor de website www.voordekunst.nl. Een crowdfundingsorganisatie, waarop mensen een kunstproject kunnen steunen door middel van donaties. Een platform dat begon met zes projecten in verschillende kunstdisciplines en dat nu is uitgegroeid tot een organisatie waardoor al ruim duizend projecten konden starten.

Draagvlak

Crowdfunding is een nieuwe uitdaging voor kunstenaars, die niet gewend zijn om zichzelf te verkopen. Vijf jaar geleden kon je een kunstenaar niet één op één ondersteunen. Ja, door een kaartje te kopen voor een voorstelling, maar niet door te doneren en bij te dragen aan het (opstarten) van een project. Tegenwoordig kun je als burger met crowdfunding kunstenaars stimuleren en bijdragen aan het succes van een project. Daarnaast kunnen kunstenaars er achter komen of er draagvlak is voor hun project.”

 

“Vijf jaar geleden kon je een kunstenaar
niet één op één ondersteunen”

 

Effect van bezuinigingen

In drie jaar tijd werd voordekunst het grootste crowdfundingsplatform voor kunst en cultuur. “Toen ik dit platform opzette was er nog niet bekend dat er zo fors bezuinigd zou worden in de culturele sector .” De bezuinigingen van kabinet Rutte I hebben volgens Cremers zeker invloed gehad op de ontwikkeling van crowdfunding. “Bezuinigingen dwongen de kunstenaars creatief na te denken over andere mogelijkheden om hun projecten te bekostigen, want het werd duidelijk dat je niet volledig afhankelijk kunt zijn van subsidie.”

Jezelf een ondernemer noemen als kunstenaar is lange tijd not done geweest in de kunstsector. “Verkopen, doelgroepdenken en ondernemen waren toch altijd vieze woorden bij een grote groep kunstenaars. Je merkt dat er een verschuiving plaatsvindt. Als kunstenaar ben je ondernemer, of je wilt of niet.” De motivatie om te doneren is ook veranderd, vindt Cremers. “Mensen dachten, als de overheid zich niet meer bekommert om de makers, dan zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om dat wel te doen.”

Jong van geest in de netwerkcultuur

Volgens Cremers is er nog een andere reden voor de groei van crowdfunding: de netwerkcultuur. “Onze huidige samenleving is gericht op netwerken en delen, denk aan het succes van Facebook. Crowdfunding past hier goed bij omdat je projecten deelt en samen aan het succes bouwt. De ‘doe het samen’ mentaliteit.” Hierdoor zie je dat het vooral voor jongere kunstenaars toegankelijker is om te crowdfunden. “Als je thuis bent in social media en internet, gaat crowdfunding vaak makkelijker. Het is een heel andere manier van communiceren. De inhoud staat centraal maar je moet het anders verkopen. In korte tijd iemands aandacht trekken en ervan overtuigen dat hij moet bijdragen aan jouw project, gaat vooral de makers die jong van geest zijn goed af.”

 

“Onze samenleving is gericht
op netwerken en delen

 

Twentyfourseven getriggerd

Een crowdfundingpagina aanmaken en wachten tot het geld binnenstroomt, ligt dat zo eenvoudig? Volgens Cremers is dit zeker niet het geval. “Bij een fonds dien je je plan in en wacht je af of je het bedrag toegewezen krijgt. Bij crowdfunding is dat pas het begin! Je kunt twentyfourseven op je pagina zien wat er gebeurt. Als de geldteller blijft hangen, moet je in actie komen. Je wordt getriggerd om aan de slag te gaan, jezelf te promoten en mensen te motiveren om te doneren”

“Het is het beste om niet afhankelijk te zijn van subsidies of één grote gever, maar ook niet van crowdfunding. Als gezelschap zou het fijn zijn om een financiële basis te hebben en daarnaast nog te crowdfunden voor losse projecten.” Het jonge theatergezelschap De Hollanders hebben eigen manieren van crowdfunding opgezet en zijn zo naast theatermaker ook ondernemer. Door zich te laten sponsoren, een creatieve pinactie op te zetten en eigen cd’s te verkopen, voorziet het gezelschap zichzelf zo steeds meer van de basis waarover Cremers het heeft.

Subsidie en crowdfunding gaan hand in hand

“Het blijft van belang dat je als maker het publiek aan je weet te binden en dat je draagvlak creëert. Subsidie vanuit de overheid of fondsen kan heel goed naast crowdfunding werken.” Cremers ziet nu al de tendens bij fondsen dat een deel van het doelbedrag wordt gesponsord door bijvoorbeeld het AFK of het VSB fonds. Bij de beginnende regisseuse, Shida Gizou, was dit het geval. Toen de donatie van dit fonds zichtbaar werd op de site, ging de teller goed lopen en heeft zij op de valreep haar doelbedrag gehaald. “Ze vullen elkaar in dit geval goed aan,” zegt Cremers. “Voor donateurs wekt het vertrouwen, het fonds investeert in jong en opkomend talent en de kunstenaar kan zijn project uitvoeren. Dát is crowdfunding!”

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Geen categorie, Interview | No Comments »

Kunstenaar Juul Kraijer: “Vraag me niet naar het waarom!”

november 26th, 2014

Juul Kraijer (1970) is een succesvolle kunstenaar, bekend om haar mysterieuze tekeningen en foto’s van vrouwen die verstrengeld zijn met organische vormen en dieren. Een vrouw met slangen als haar bijvoorbeeld, of een meisje vergroeid met een boom. In haar werk is ze naar eigen zeggen uiterst perfectionistisch, vasthoudend, eigenwijs en volledig intuïtief. Tijd om deze bijzondere kunstenaar te vragen naar het wie, wat, waar… En waarom!

 

Je tekent, fotografeert, maakt sculpturen en video’s. Wat vind je het leukste om te doen?

Ik werk graag met verschillende technieken. Momenteel ben ik gegrepen door de fotografie (Kraijer maakte recent een serie foto’s van vrouwen en reptielen, red.), maar ik teken tegelijkertijd ook nog. ‘Leukste’ is eigenlijk een te lichtvoetig woord. Het is een bloedserieuze obsessie!

 

In je werk zien we vaak vrouwelijke lichamen die overwoekerd zijn met bomen of struiken of waarvan lichaamsdelen getransformeerd zijn in dieren of planten. Waarom precies?

Vraag de kunstenaar liever niet naar het waarom, maar laat het beeld het woord voeren. Ik weet wel wat ik moet maken, maar niet waarom ik het maak.

 

Waarom geen mannen? 

Ik heb zelf een vrouwelijk lichaam. Een man tekenen zou een uitspraak zijn: de ander tekenen. Een Engelse curator beschreef mijn vrouwelijke protagonist laatst als een soort ‘everywoman’. Net als de ‘everyman’ staat ze voor ‘de mens’. Het onderscheid man/vrouw is secundair.

 

Hoe ben je op het idee gekomen om een vrouw met een slang of schorpioen op haar gezicht te fotograferen?

Het motief van de Medusa en de ourobouros (een slang die in zijn eigen staart bijt en symbool is van de cyclische aard van de natuur, red.) fascineren me al sinds lange tijd. Ik heb het geluk met een model te werken dat dit aandurft. We werken met een heel ervaren reptielentrainer en zijn aanwezigheid garandeert dat het allemaal veilig is. Hij stuurde me aanvankelijk een lijst van de reptielen die hij tot zijn beschikking had. Toen werd ik overspoeld met ideeën. Mijn model vond gelukkig alles goed, behalve spinnen en krokodillen. Daar trok ze resoluut de grens!

 

Teken je ook naar levende modellen?

Zo nu en dan, maar meer als algemene oefening om mijn kennis van het menselijk lichaam op peil te houden. Voor mijn tekeningen gebruik ik geen model, hooguit voor onderdelen waar ik echt niet uit kom. Ook daar biedt een model maar gedeeltelijk uitkomst. De houdingen die ik teken zijn anatomisch immers niet altijd mogelijk. De werkelijkheid van het menselijk lichaam is veel te beperkend.

 

Waarom werk je voornamelijk op groot formaat?

In mijn tekeningen en beelden is het afgebeelde lichaam(sdeel) ongeveer even groot als in de werkelijkheid. Een ‘niet-keuze’, éen op éen. De foto’s zijn vaak kleiner, van intiemer formaat. Een foto heeft een ander karakter dan een tekening; het is meer een venster op een andere werkelijkheid en daarmee een wereld waarin je binnengezogen kan worden.

 

Wat beschouw je als je beste werk? 

(Kraijer toont een tekening van een met bomen overwoekerde vrouw en een foto van een meisje met  twee peulen in haar mond). Ik beschouw ze niet zozeer als mijn beste werken, maar eerder als mijlpalen in de ontwikkeling van mijn werk. Werken waarvan ik zelf verbaasd was dat ze door mijn handen gemaakt waren. Wat de toekomst betreft heb ik geen idee wat er nog kan gaan komen. Ik kijk niet vooruit, maar ga van werk naar werk.

 

Heb je advies voor aankomende talenten in de kunst?

Volg je instinct. Alleen als je je ergens met hart en ziel aan overgeeft kun je bijzondere dingen maken.

 
Recent is er een nieuw boek verschenen van Juul Kraijer: Penumbrae (40 foto’s uit de periode 2011 – 2014). Mail naar info@juulkraijer.com om het boek snel in huis te halen!

Tags: , , , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

Hoe is het nu met… Barbara Broekman en het tapijt in de Schuttersgalerij?

november 26th, 2014

In de openbaar toegankelijke Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum ligt sinds 2012 een bijzonder tapijt. Het verenigt alle 179 nationaliteiten die Amsterdam rijk is, aan de hand van kleurige textieldessins uit al deze landen en culturen. Maakster en textielkunstenaar Barbara Broekman zette afgelopen zomer via Voordekunst.nl een succesvolle crowdfundingscampagne op om het langzaam slijtende tapijt van de ondergang te redden. Hoe staat het nu met het project, en wat leverde het Broekman allemaal op?

“Het eerste idee voor het tapijt stamt al uit 1999”, vertelt Broekman bij een kopje koffie in haar ruime atelier. “Iemand riep een keer dat in Amsterdam meer dan 170 nationaliteiten samenwonen. Dat vond ik zo’n mooi gegeven! Er lag in die tijd nog helemaal niet zo’n nadruk op de problemen die de mix van culturen opleverde, dus was ik eigenlijk alleen maar gefascineerd door het feit dat het kennelijk mogelijk was om met zoveel verschillende mensen in één stad te wonen.”

Verbinding van nationaliteiten

Het simpele feitje bleek een enorme inspiratiebron. Het resultaat was een tapijt dat textieldessins uit 179 verschillende landen samenvoegde. Broekman ging vervolgens zelf met het idee langs verschillende partijen voor financiering. “Ik wilde het op een zo publiek mogelijke plek hebben, het liefst op een manier dat iedereen ervan zou kunnen genieten.” Dit bleek nog geen eenvoudige opgave, er gingen jaren overheen. Het Amsterdam Museum toonde zich in 2005 geïnteresseerd, maar toen het project op een haar na rond was ketste het alsnog af op tijd- en budgetgebrek. “Toen heb ik wel even mijn wonden moeten likken”, zegt Broekman, nu lachend. “Er zat zoveel energie in!” Twee jaar later begon ze opnieuw en nu was er meer geluk. Het project bleek actueler dan ooit vanwege het aantrekkende polarisatiedebat. “Er werd zo gefocust op wat er allemaal niet goed ging in de samenleving, dat ik graag een tegengeluid wilde laten horen. Ik heb zelf de financiën geregeld en zo heeft het tapijt alsnog een plekje veroverd in het Amsterdam Museum.”

Persoonlijke verhalen

Hoewel het tapijt eigenlijk maar een half jaar zou blijven liggen, ligt het er nu nog steeds. “Het is zo’n enorm succes, ik krijg er de meest mooie reacties op.” Zo was er een Colombiaanse vrouw die Broekman vertelde dat ze wekelijks even twee minuten op het dessin van haar land kwam staan. Gewoon, om weer even contact met Colombia te hebben. Of de kennis die bij het zien van het tapijt geëmotioneerd raakte omdat hij meteen begreep dat het om verbinding ging.  “Dat is toch prachtig? Ik zou heel graag nog een keer een verzameling interviews maken, met al die mensen die op mijn tapijt staan en daar hun ideeën en associaties bij hebben. Helaas heb ik daar voorlopig echt even geen tijd voor.”

Crowdfunding

Gelukkig kunnen we wel van het tapijt blijven genieten. Omdat het oorspronkelijke tapijt te hard sleet, vroeg het Amsterdam Museum Broekman een offerte te maken voor een duurzamer exemplaar. Met sponsoring kwam ze niet rond, dus besloot ze met Voordekunst in zee te gaan. “Ik vind crowdfunding een fantastisch systeem, enorm interessant om me een keer in te verdiepen. Je bent er heel veel tijd aan kwijt, met name door de reclame die je constant moet maken.” De reacties vielen haar echter tegen. Hoewel ze een bereik van ruim 16.000 mensen wist te creëren, kwamen de daadwerkelijke donateurs vrijwel allemaal uit haar directe netwerk. “In een tijd waarin de kunst in een best wel kritieke situatie zit, blijken niet veel mensen er iets voor over te hebben. Dat vind ik jammer.”

Het is een relatief trieste conclusie voor iemand die haar kunst in het teken stelt van toegankelijkheid en verbinding. “Het is een missie van me om kunst te maken die voor iedereen leesbaar is. Je moet erdoor geprikkeld en aangesproken worden, zodat je vervolgens zelf kan bepalen wat je ermee doet. Vind je het niks en loop je door, dan is dat prima. Vind je het fantastisch, des te beter. In dat opzicht doet het tapijt eigenlijk precies wat het moet doen.”

Voor de toekomst

Het nieuwe tapijt wordt hoogstwaarschijnlijk begin volgend jaar gelegd. “Het eerste uitgangspunt was dit najaar, maar dat bleek iets te hoog gegrepen. Er zijn aanpassingen aan de Schuttersgalerij zelf nodig om het tapijt goed te kunnen leggen, dus dat duurt allemaal even.” In de tussentijd denkt Broekman alweer verder. “Ik heb het gevoel dat ik dit jaar aan mijn meesterstuk moet beginnen. Ik weet nog niet precies wat het wordt, behalve dat het heel groot en ultiem verleidend moet zijn.”

Het tapijt van Barbara Broekman is zeven dagen per week te bewonderen in de Amsterdamse Schuttersgalerij

Tags: , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

Volumeoverschot veroorzaakt matig resultaat bij Curtis Harding in Paradiso

november 26th, 2014

Een overschot aan volume is niet genoeg om een show vermakelijk te maken. Zo bleek tijdens het concert van Curtis Harding in de kleine zaal van Paradiso. Live laat de opkomende soul- en r&b-ster veel van de subtiliteit van zijn debuutplaat Soul Power achter zich. Zijn band speelt zo hard dat de vloerplanken ervan trillen, maar tot het eind van de set blijft echte opwinding uit.

Op de plaat heeft Harding veel weg van klassieke soulsterren als Otis Redding. Live doet hij echter meer denken aan funkmetal à la de vroege Red Hot Chili Peppers. Met het eerste nummer wordt het verwachtingsvolle publiek direct platgewalsd door keiharde bas- en drumpartijen. Helaas verdrinken de details van veel nummers in dit geweld. Ook worden de ritme’s te zwaar gespeeld om echt dansbaar te zijn, waardoor weinig toeschouwers echt in beweging komen.

Niet dat de band onbekwaam is. De riffs en solo’s die Harding en zijn leadgitarist uitwisselen zijn behending en vurig – al lijken ze soms verdacht veel op elkaar. De toetsenist is moeilijker te beoordelen, aangezien hij meestal onhoorbaar is. Het charmante, door piano- en orgelpartijen gecreeërde gospeltintje van Hardings studiowerk blijft hierdoor achterwege.

Onvolgroeide showman

Duidelijk is dat Harding nog flink kan groeien als showman. Zijn blik vestigt zich vaker op zijn gitaar of op zijn schoenen dan op het publiek. Onnodige bedeesdheid, want hij heeft een knaller van een soulstem, die overtuigend door de zaal dreunt. Minder indrukwekkend zijn de paar grapjes waar hij zich aan waagt. Met anekdotes over coffeeshops en wacky tobacky hoef je in Amsterdam anno 2014 niet aan te komen.

Te snel afgelopen

Je zou dus denken dat het niet erg is dat de set absurd kort is: minder dan 50 minuten. Het tegendeel blijkt waar. Bij zijn grote hit ‘Keep on Shining’ ruilt Harding zijn gitaar om voor een tamboerijn. Dit maakt het geluid luchtiger en minder overweldigend. Ook geeft het hem kennelijk de bewegingsvrijheid om tóch los te gaan. Het publiek volgt zijn voorbeeld. Toegift ‘No Pressure’, van zijn garagesoulband Night Sun, is nóg beter: net zo heavy als de rest van de set, maar veel losser, funkier en enthousiaster. Eindelijk wordt er écht gedanst. In deze trant had hij nog een uurtje door mogen gaan.

Tags: , , , , , ,
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »

The Sound of Music is verfrissend nostalgisch

november 25th, 2014

Marcherende kindjes, zingende nonnen en de Oostenrijkse bergen: The Sound of Music is sentiment, een echte klassieker. Deze musicalversie is meer dan dat. Dankzij een abstract decor en een jonge, zeer gedreven cast is er een frisse wind door de voorstelling gegaan. Maar de nostalgie is niet verdwenen.

De jonge postulante Maria (Anouk Maas) probeert haar weg in het leven te vinden. Op dit pad komt zij als gouvernante terecht in het huis van Kapitein von Trapp (Ad Knippels) en zijn zeven kinderen. Met haar muziek en warme persoonlijkheid brengt zij liefde terug in dit gezin en in haar eigen leven.

Jeugdige uitstraling

De cast van deze productie is betrekkelijk jong. Zo is Vajèn van den Bosch pas 16 jaar, net als haar personage Liesl. Haar eigen jeugdigheid geeft een extra dimensie aan haar rol. Ook Anouk Maas en Cindy Bell geven met hun jonge uitstraling een nieuwe lading aan hun personages. Maas geeft met extra humor vorm aan een energieke, uitdagende Maria, die mooi transformeert in een liefdevolle moeder. Haar minder klassieke stem past juist mooi bij haar Maria. Cindy Bell heeft een briljant timing als Barones Von Schräder en haar chemie met Oom Max (Tony Neef) werkt aanstekelijk. De sterke cast is de kracht van deze voorstelling: jong, gedreven en talentvol.

Weinig nodig

Een ander verfrissend kenmerk van deze uitvoering is het abstracte decor. Enkele ramen vormen het decor van zowel verschillende ruimtes in het klooster, als ruimtes in en om het huis van de familie Von Trapp. Door de ramen steeds in een andere positie te plaatsen worden de verschillende ruimtes weergegeven. Met mooi gebruik van licht en schaduw een kerkelijk symbool getekend op de vloer, waarmee de sfeer van het klooster met minimale middelen wordt weergegeven.

Muziekband

Het enige minpunt aan deze uitvoering, is dat de muzikale begeleiding op band staat. Ondanks dat je de magie van het live-orkest mist, word je toch meegesleept in het vrolijke ‘Do-Re-Mi’ en het emotionele ‘Edelweiss’. De nostalgie van het stuk is niet verloren gegaan. Mede dankzij een prachtig klinkend nonnenkoor.

Deze klassieker blijft, zeker voor de liefhebbers, de moeite waard.

 

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

In De linkshandigen toont Christiaan Weijts op hoge snelheid zijn kunnen

november 25th, 2014

Christiaan Weijts (1976) bouwt gestaag aan een veelgeprezen oeuvre. Dit jaar voegde hij daar essay- en columnbundel Achternamiddagen aan toe. Als eindejaarsbonus komt Weijts met De linkshandigen, een korte roman over een cartoonist die een mysterieuze lifter oppikt. Het boek raast in volle vaart langs alle kenmerkende elementen van Weijts’ werk. Juist daarom had er misschien zelfs nog meer in De linkshandigen gezeten.

De linkshandigen vertelt het verhaal van cartoonist Simon Sinkelberg, die ontslag neemt bij de krant waarvoor hij een dagelijkse spotprent tekent. Onderweg pikt hij een liftende vrouw op, celliste Katharina, wier verhalen voornamelijk uit leugens lijken te bestaan. Maar ook in Sinkelbergs eigen leven is het een en ander niet in de haak. Weijts volgt het mysterieuze duo op hun tocht in een onvervalste road novel waarin ook het plot flinke vaart heeft.

Barstensvol inhoud

Weijts staat bekend om zijn intelligente romans, waarin essayistische bespiegelingen een voorname plaats bezetten. Ondanks de geringe omvang (191 pagina’s) van De linkshandigen komt ook dat facet in de roman aan bod. Zo hangt Sinkelbergs werkconflict samen met zijn aversie tegen telecomgigant Stones & Middleton. Dit geeft Weijts alle gelegenheid om uit te weiden over privacy en de macht van grote corporaties. Hij verweeft deze passages in een plotlijn over Sinkelbergs zus, die bij het bedrijf werkte. Ook linkshandigheid is een terugkerend thema in de roman, in beschouwende stukken die nauw aansluiten op het verhaal. ‘De linkshandige zal bij elke opgelegde regel in zichzelf zeggen: maar voor mij is het anders. (…) In het verborgene van elke linkshandige groeit een eigenwijs wezen wiens wereld zich gedraagt naar zelfgemaakte wetten’.

Voortrazend verhaal

De intelligente zijpaadjes vormen soms een welkome onderbreking van het voortrazende verhaal, maar zijn tegelijkertijd een belangrijke bouwsteen in de roman. Weijts blinkt uit in het terloops noemen van details, om ze later als fundamenteel onderdeel van het plot weer op te rakelen. De topsnelheid waarop de auteur dit geheel voorschotelt toont zijn veelzijdigheid. Een wat ruimer jasje had desondanks meer recht gedaan aan Weijts’ stilistisch en beschouwend vernuft. Toch is De linkshandigen een ‘echte Weijts’: scherp, fraai geschreven en een tikkeltje pedant.

Tags: , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.