Regisseur Daan Willekens over Wolflady: “Het is alles of niets”

november 28th, 2014

Vlak voor de derde vertoning van zijn film Wolflady interviewde ik regisseur Daan Willekens. Hij maakte een documentaire over zangeres Sharon Kovacs en haar weg naar succes. Op de bovenste verdieping van Pathé De Munt spraken we aan een tafeltje bezaaid met flyers over het ontstaan van de film, de samenwerking met zangeres Kovacs en de toekomst van Wolflady.

Zaterdag 22 november ging Wolflady in première. Hoe was dat?
“Het was echt geweldig en het publiek reageerde erg leuk. Er werd veel gelachen – zelfs op momenten waarop ik het helemaal niet verwachtte. Het was ook frappant dat Sharon’s producent Oscar bij de première de hele tijd is blijven zitten. De scènes gefilmd in New York kan hij normaal gesproken niet aanzien. Dan loopt hij weg om even een sigaretje te roken. Ook voor Sharon is dit een heftige scène en ze begon tijdens de eerste vertoning ook te roepen naar platenbaas op het scherm: ‘klootzak!’”

Waarom is dit zo’n heftige scène?
“Sharon en Oscar waren een half jaar uit elkaar. Tijdens deze periode kwam Oscar zijn huis niet uit. Met Sharon ging ik naar New York. In de tijd dat ik haar heb meegemaakt was zij daar geloof ik het meest gefocust. Ze heeft hard gewerkt en veel geschreven, maar achteraf waren de nummers die hieruit voortkwamen zoals zij het noemt ‘commerciële troep’. Dit is dan ook haar frustratie met deze scène.
Er waren ook lastige momenten in New York. Zo is er daar een zender door de wc gespoeld, haha!”

Wolflady heeft veel van zulke intieme, heftige momenten. Hoe kwam het vertrouwen tot stand?
“Ik kende Sharon nog niet toen ik aan de film begon. Ik ben bij haar terecht gekomen via Oscar, haar producer. Voorheen werkte ik voor Omroep Brabant en het Eindhovens Dagblad. Bij Omroep Brabant had ik het gevoel dat we alleen het nieuws aan het verfilmen waren en dat ging me tegen staan. Voor het Eindhovens Dagblad maakten we de eerste webtelevisie. Na ongeveer 10.000 camjo klussen wilde ik wat anders.
Een collega wist dat ik films wilde maken en tipte me Oscar, maar die film over Oscar kwam er niet door gebrek aan geld. Toen kwam Oscar plots in contact met Sharon via Facebook en toen hij haar demo hoorde viel hij letterlijk van zijn stoel en zei hij: “als mijn collega dezelfde reactie heeft mag je morgen op de koffie komen, Sharon”.  Toen ben ik met hen samen gaan filmen.
Ze stelden zich allebei heel erg open op. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat Sharon nooit een makkelijke jeugd heeft gehad en dat Oscar’s leven ook niet soepel verloopt. Als ze een leuke dag hebben zie je in de film dus ook dat ze samen weer op zoek gaan naar het ongeluk. In Cuba zegt Sharon dan ook: ‘Ik voel me te goed. Misschien moet ik helemaal naar de klote om goede muziek te maken.’ Ze zijn echt voor de camera, en niks wordt verdoezeld.”

Hoe is de rest van het proces verlopen?
“Met Oscar en Sharon was alles erg last minute. De reis naar Cuba bijvoorbeeld, of het tripje naar Hamburg voor de foto-shoot. Er zijn ook veel veranderingen geweest in de loop der tijd. In eerste instantie was er een commerciële versie van de film gefocust op Sharon en haar muzikale successen. Uiteindelijk is het echt een film over Sharon en Oscar samen geworden. Ik ben afgestapt van mijn journalistieke stijl en heb ook de lelijke dingen er gewoon in laten zitten. Er kan kritiek zijn op niet perfect gefilmde stukken, maar dat boeit niet want het is puur. Ik twee en een half jaar gefilmd, maar het verhaal is nog lang niet af.”

Hoe ziet de toekomst er dan uit?
“Het grootste compliment dat ik hier kreeg was: ‘ik wil deel twee zien’. Dus ik blijf filmen. Het zou stom zijn om te stoppen, want er gebeurt nu zo veel en het vertrouwen is er. Ook naar Sharon en Oscar toe kan ik niet stoppen, want zij vinden het ook niet af. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Misschien krijgen ze de CD niet af, misschien wordt de CD een groot succes: het kan alle kanten op.
Ik ben niet rijk geworden van Wolflady, maar dat was ook niet de bedoeling. Kijk nou, hier ligt de flyer en hij draait zo meteen in Pathé. Dat is toch mooi?”

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Interview, Tip | No Comments »

Conceptuele totaalervaringen op RijksakademieOpen 2014

november 27th, 2014

Ervaren is het sleutelwoord van de RijksakademieOpen 2014. Negenenveertig residenten, kunstenaars tonen in het weekend van 29 en 30 november hun meest recente werk in de voormalige Kavallerie-Kazerne in Amsterdam. Ze haalden hun gehele ateliers leeg en toverden de ruimtes om tot white cubes, videoruimtes, kleurrijke zalen en donkere hollen. Alle disciplines zijn vertegenwoordigd, maar vooral de totaalervaring is populair dit jaar.

Jaarlijks selecteert de Rijksakademie van beeldende kunsten 25 nationale en internationale kunstenaars uit zo’n 1400 aanmeldingen. Twee jaar lang krijgen de kunstenaars de mogelijkheid zichzelf te ontwikkelen op het gebied van onderzoek, experiment en productie in een inspirerende en kritische omgeving.

Indrukwekkende installaties

Traditionele schilderkunst en fotografie is bijna niet te vinden tussen alle indrukwekkende installaties en ruimtelijke werken. Alles beweegt, groeit, maakt geluid, ruikt of gaat letterlijk een dialoog aan met de toeschouwer. Elke ruimte is een wereld op zich. De ruimte van Mahmoud Bakhshi is minimalistisch ingericht. In het midden staat enkel een automatische typemachine. Felix Burger heeft daarentegen zijn atelier veranderd in een grote beangstigende installatie, waarin je als bezoeker onderdeel wordt van een psychische horrorfilm.

Presentatie

Het medium videokunst is alom vertegenwoordigd, als onderdeel van een installatie, maar ook als losstaand werk. Over de presentatie van de videowerken is tevens goed nagedacht. Ze worden niet gewoon op beeldschermen getoond, zoals tegenwoordig op veel tentoonstellingen wel gebeurd. Janis Rafa vulde bijvoorbeeld de vloer van haar presentatieruimte met aarde, waardoor naast de ogen ook het reukorgaan wordt gestimuleerd. Naïmé Perrette projecteert zijn films op glasplaten die verdeeld zijn over de ruimte, waardoor je door het ene scherm het andere kunt blijven zien en de presentatie al een kunstwerk op zich is. Shigeo Arikawa stelde een installatie samen met vier beeldschermen. Op de schermen zijn handen te zien die met een balletje spellen, waarop projectie van een gezicht zichtbaar is. Als de balletjes uit beeld verdwijnen valt een fysiek balletje in het midden van de installatie naar beneden. Hierdoor komen tijd, plaats en de perceptie van beelden samen.

Conceptueel

Veel werken zijn zo conceptueel dat ze lastig te ontcijferen zijn. Gelukkig hangt er bij iedere ingang een uitgebreide omschrijving over het werk en de kunstenaar. Maar naast het hoge conceptuele gehalte is er veel stimulatie voor het oog, de oren en hier en daar voor de neus. Als dit de kunstenaars van de toekomst zijn, belooft dat veel goeds voor het hedendaagse kunstdiscours.

Gedurende het weekend zijn er verschillende performances, rondleidingen en filmvertoningen. Tevens zijn veel kunstenaars zelf aanwezig voor eventuele vragen.

Tags: , , , , ,
Posted in Kunst, Reportage, Tip | No Comments »

Lezen en laten lezen: Ontlezing

november 27th, 2014

De laatste tijd lees ik zo’n twee, drie avonden per week voor. Sessies duren geregeld langer dan een uur, zonder pauze, aan het einde ervan is mijn stem hondsmoe. Het publiek is kritisch en de ene keer ontvankelijker dan de ander, maar waar het me in het begin nog onderbrak met vragen en aanvullingen, luistert het nu stil en aandachtig. Wat voor publiek ik telkens voor me heb? Eén pienter ventje van negen. Wat ik voorlees? Het oneindige verhaal van Michael Ende.

Met een half oog volg ik discussies over ontlezing als maatschappelijke trend. Hoe krijgen we de kinderen aan het lezen? Er is al zoveel gezegd: de (pre)tieners en kinderen van nu willen niet meer; ouders lezen ook steeds minder; men staat niet langer open voor ‘moeilijke’ boeken en oude klassieken; uiteindelijk zullen we dommer worden – verontrustend, hoor.
In de eerste klas van de middelbare school werd onze klas geregeld voorgelezen. Deed de lerares dat uit literaire overtuigingen of hield het die stuiterende pubers gewoon even rustig? Ik weet het niet meer. Ze las voor uit Holes van Louis Sachar, daar denk ik met plezier aan terug. Het was fijn de droge stem van de lerares te volgen, beelden ontstonden vanzelf. Te gekke jeugdroman ook.
Misschien was ik al vatbaar, maar had ik die liefde voor lezen en literatuur weten te vinden als ik nooit zo actief met verhalen was geconfronteerd? Het voorlezen tijdens die blokuren; de vele boeken die ik voor mijn verjaardagen kreeg; de biebpas: allemaal droeg het bij aan de onstilbare leeshonger die ik nu heb.

Mijn eenkoppig publiek vond lezen, de Donald Duck daargelaten, eigenlijk maar niets. Toch zetten zijn ouders hem op de bank met dikke boeken, vaak zonder plaatjes. En ik begon opnieuw met voorlezen. Ik koos Het oneindige verhaal omdat het boven alles – de vele avonturen, personages en en gekke namen – een boek is over leesliefde: Bastiaan leeft zo mee met wat hij leest dat hij het verhaal letterlijk inkruipt.
Inmiddels leest het jongetje van negen zelf ook – en veel. Hij is bezig aan het vijfde deel van De grijze jager van John Flanagan, voor zijn boekbespreking over deel vier kreeg hij een acht. Als ik na dertig pagina’s uitgeput Het oneindige verhaal dichtsla, vraagt hij hongerig om nog een hoofdstuk. Hoe het de ontlezing van de maatschappij zal vergaan weet ik niet, maar misschien is er één jongetje gered.

 

Marijn Sikken schrijft eens in de twee weken een literaire column voor CultuurBewust.nl. Lees hier al haar columns.

Tags:
Posted in Column, Literatuur | No Comments »

Madeleine Versteegh, genomineerd voor de HKU-Award: “Jonge ondernemers moeten zélf hun verbeterpunten zien”

november 26th, 2014

Zelfstandig cultureel ondernemen is het toverwoord tijdens de crisis in de cultuursector, maar hoe werkt dat in de praktijk? Madeleine Versteegh onderzocht dit voor haar afstudeerwerk binnen de opleiding Kunstmanagement aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze dook in de organisatie van Roof Garden Arnhem, en werd genomineerd voor de HKU-Award 2014, een prijs voor het meest vernieuwende en van ondernemerschap getuigende afstudeerwerk.

Wat is Roof Garden Arnhem?

“Het is een jonge groep mensen die lelijke daken in de zomer omtoveren tot tot groene stadstuinen vol cultuur, ontspanning en creativiteit. Denk bijvoorbeeld aan yogalessen, silent disco’s en sterren kijken. Belangrijk eraan is dat de organisatie samenwerkt met buurtbewoners en lokale ondernemers. Zo proberen ze in de programmering en de partijen die worden aangetrokken nieuwe combinaties te maken op een zo duurzaam mogelijke manier: het eten is biologisch en regionaal, en de meubels van gerecycled materiaal.”

Wat wilde je precies onderzoeken binnen deze organisatie?

“De organisatieontwikkeling: dus hoe kan ik een jonge vriendengroep, die bij elkaar zijn gekomen vanuit een gezamenlijke inspiratiebron en een goed idee, toch een professionele interne bedrijfsvoering op laten zetten, zonder dat het de kracht van hun creatieve, flexibele werkwijze verliest. Al mijn kennis en ervaring die ik de afgelopen vier jaar had opgedaan, wilde ik ergens inzetten waar het echt iets kon betekenen en toevoegen.”

Hoe pak je zoiets aan als kunstmanager in de dop?

“Het bijzondere aan dit onderzoek is dat ik niet alleen de situatie beschrijf en verklaar, maar deze ook probeer te verbeteren en veranderen. Je wordt als onderzoeker deel van de organisatie en tegelijkertijd moet je objectief blijven. Dat lukte doordat ik me heel bewust bleef van het doel waarmee ik daar was. Ik heb gebruikgemaakt van vrij traditionele theorieën en daar uitgehaald wat voor deze organisatie het beste zou werken. De teamrollen van Belbin bijvoorbeeld, die kun je heel letterlijk nemen, maar zijn ook te gebruiken als handvat om een gesprek op gang te brengen over de kwaliteiten van het team en zo hun reflectievermogen te vergroten. Ik zeg niet: ‘jullie hebben geen missie’, maar ik vraag: ‘goh wat zijn eigenlijk jullie collectieve ambitie over vijf jaar’, waardoor zij zélf dachten, ‘oh we hebben geen missie’.”

Ondanks de traditionele theorieën die je gebruikt, vindt de jury je onderzoek vernieuwend.

“Ik was ook wel een beetje verrast dat de jury mijn onderzoeksrapport gekozen heeft, omdat het eigenlijk heel specifiek voor één organisatie is geschreven. Het gaat over de verschillende persoonlijkheden en kwaliteiten die er binnen dát team zijn. Dat neemt niet weg dat ik een aantal ontdekkingen heb gedaan waar heel veel jonge organisaties iets aan kunnen hebben. De focus is nu erg gericht op cultureel ondernemen, dus op publiek en financieringsbronnen vinden, maar de meeste organisaties worden opgeheven wegens samenwerkingsproblemen of mismanagement in de eerste vijf jaar.”

Wat zou je jonge cultureel ondernemers dan concreet adviseren?

“Cultureel ondernemen is heel belangrijk, maar je moet daarnaast niet vergeten om genoeg aandacht te richten op het interne proces, het samenwerken in een groep. Een jonge groep ondernemers moet zélf hun verbeterpunten zien en die vergroten. Zij kunnen zelf leiding geven aan de groei van hun eigen organisatie. Hierdoor ontwikkelt de flexibiliteit van een onderneming, wat nodig is om jezelf te blijven vernieuwen en te verbeteren. In de dagelijkse praktijk zie je vaak dat starters worden opgeslokt door hun werk, pas als de crisis losbarst en het voorbestaan van een organisatie in gevaar komt, wordt er stilgestaan bij de samenwerking. Als je vanaf het begin al regelmatig stil zou staan bij de samenwerking, zowel extern als intern, kun je veel gemakkelijker de organisatie vormgeven.”

Je bent afgestudeerd, wat nu?

“Het afgestudeerde leven bevalt mij heel goed. Deze zomer ben ik betrokken gebleven bij Roof Garden als procesmanager en inmiddels organiseer ik een aantal festivals. Daarnaast begin ik kleine klussen binnen te krijgen die meer gericht zijn op creatieve processen en organisatieontwikkeling, ook wel mede dankzij deze nominatie denk ik. Ik vind het heel leuk dat de HKU mij de mogelijkheid heeft gegeven om de zoektocht naar mijn kwaliteiten aan te gaan, en vanuit verschillende perspectieven te denken: artistiek, zakelijk, organisatorisch en op managementvlak, en daartussen ook het belang te zoeken. Het is mooi dat het eigenlijk bij mijn afstudeerproject op de één of andere manier heel erg samenviel.”

En als je de HKU-Award 2014 wint?

“Dan ben ik heel blij en trots. Eigenlijk heb ik er nog niet echt over nagedacht wat ik met de geldprijs zou doen. Die 5000 euro is een flink bedrag voor een starter op de arbeidsmarkt. Het is vanzelfsprekend dat ik het in ontwikkeling stop, of in een nieuw project. Het is een grote eer om de prijs te winnen, en dat moet ik dan ook ergens heel mooi aan besteden.”

Tags: , , , , , , , ,
Posted in Geen categorie, Interview | No Comments »

Roy Cremers, oprichter voordekunst: “Als kunstenaar ben je ondernemer, of je wilt of niet”

november 26th, 2014

“Jezelf presenteren, ondernemen en je achterban bereiken”. Volgens Roy Cremers, de oprichter van kunst en cultuur crowdfundingsplatform voordekunst, zijn dat de belangrijkste punten om succesvol te crowdfunden. “Je kunt niet rustig wachten tot het geld binnenstroomt. Een kunstenaar moet verkopen en ondernemen.”

Tijdens zijn werk bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) ontdekte Roy Cremers dat kunstenaars absoluut niet gestimuleerd worden om ondernemend te denken. “Bij fondsen krijg je namelijk je subsidie op basis van het tekort op je begroting. Hoe meer geld je dus eigenlijk mist, hoe groter je bijdrage vanuit het fonds kan zijn. Daar word je als kunstenaar niet echt ondernemender van”. Hij vond de oplossing in zijn idee voor de website www.voordekunst.nl. Een crowdfundingsorganisatie, waarop mensen een kunstproject kunnen steunen door middel van donaties. Een platform dat begon met zes projecten in verschillende kunstdisciplines en dat nu is uitgegroeid tot een organisatie waardoor al ruim duizend projecten konden starten.

Draagvlak

Crowdfunding is een nieuwe uitdaging voor kunstenaars, die niet gewend zijn om zichzelf te verkopen. Vijf jaar geleden kon je een kunstenaar niet één op één ondersteunen. Ja, door een kaartje te kopen voor een voorstelling, maar niet door te doneren en bij te dragen aan het (opstarten) van een project. Tegenwoordig kun je als burger met crowdfunding kunstenaars stimuleren en bijdragen aan het succes van een project. Daarnaast kunnen kunstenaars er achter komen of er draagvlak is voor hun project.”

 

“Vijf jaar geleden kon je een kunstenaar
niet één op één ondersteunen”

 

Effect van bezuinigingen

In drie jaar tijd werd voordekunst het grootste crowdfundingsplatform voor kunst en cultuur. “Toen ik dit platform opzette was er nog niet bekend dat er zo fors bezuinigd zou worden in de culturele sector .” De bezuinigingen van kabinet Rutte I hebben volgens Cremers zeker invloed gehad op de ontwikkeling van crowdfunding. “Bezuinigingen dwongen de kunstenaars creatief na te denken over andere mogelijkheden om hun projecten te bekostigen, want het werd duidelijk dat je niet volledig afhankelijk kunt zijn van subsidie.”

Jezelf een ondernemer noemen als kunstenaar is lange tijd not done geweest in de kunstsector. “Verkopen, doelgroepdenken en ondernemen waren toch altijd vieze woorden bij een grote groep kunstenaars. Je merkt dat er een verschuiving plaatsvindt. Als kunstenaar ben je ondernemer, of je wilt of niet.” De motivatie om te doneren is ook veranderd, vindt Cremers. “Mensen dachten, als de overheid zich niet meer bekommert om de makers, dan zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om dat wel te doen.”

Jong van geest in de netwerkcultuur

Volgens Cremers is er nog een andere reden voor de groei van crowdfunding: de netwerkcultuur. “Onze huidige samenleving is gericht op netwerken en delen, denk aan het succes van Facebook. Crowdfunding past hier goed bij omdat je projecten deelt en samen aan het succes bouwt. De ‘doe het samen’ mentaliteit.” Hierdoor zie je dat het vooral voor jongere kunstenaars toegankelijker is om te crowdfunden. “Als je thuis bent in social media en internet, gaat crowdfunding vaak makkelijker. Het is een heel andere manier van communiceren. De inhoud staat centraal maar je moet het anders verkopen. In korte tijd iemands aandacht trekken en ervan overtuigen dat hij moet bijdragen aan jouw project, gaat vooral de makers die jong van geest zijn goed af.”

 

“Onze samenleving is gericht
op netwerken en delen

 

Twentyfourseven getriggerd

Een crowdfundingpagina aanmaken en wachten tot het geld binnenstroomt, ligt dat zo eenvoudig? Volgens Cremers is dit zeker niet het geval. “Bij een fonds dien je je plan in en wacht je af of je het bedrag toegewezen krijgt. Bij crowdfunding is dat pas het begin! Je kunt twentyfourseven op je pagina zien wat er gebeurt. Als de geldteller blijft hangen, moet je in actie komen. Je wordt getriggerd om aan de slag te gaan, jezelf te promoten en mensen te motiveren om te doneren”

“Het is het beste om niet afhankelijk te zijn van subsidies of één grote gever, maar ook niet van crowdfunding. Als gezelschap zou het fijn zijn om een financiële basis te hebben en daarnaast nog te crowdfunden voor losse projecten.” Het jonge theatergezelschap De Hollanders hebben eigen manieren van crowdfunding opgezet en zijn zo naast theatermaker ook ondernemer. Door zich te laten sponsoren, een creatieve pinactie op te zetten en eigen cd’s te verkopen, voorziet het gezelschap zichzelf zo steeds meer van de basis waarover Cremers het heeft.

Subsidie en crowdfunding gaan hand in hand

“Het blijft van belang dat je als maker het publiek aan je weet te binden en dat je draagvlak creëert. Subsidie vanuit de overheid of fondsen kan heel goed naast crowdfunding werken.” Cremers ziet nu al de tendens bij fondsen dat een deel van het doelbedrag wordt gesponsord door bijvoorbeeld het AFK of het VSB fonds. Bij de beginnende regisseuse, Shida Gizou, was dit het geval. Toen de donatie van dit fonds zichtbaar werd op de site, ging de teller goed lopen en heeft zij op de valreep haar doelbedrag gehaald. “Ze vullen elkaar in dit geval goed aan,” zegt Cremers. “Voor donateurs wekt het vertrouwen, het fonds investeert in jong en opkomend talent en de kunstenaar kan zijn project uitvoeren. Dát is crowdfunding!”

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Geen categorie, Interview | No Comments »

Kunstenaar Juul Kraijer: “Vraag me niet naar het waarom!”

november 26th, 2014

Juul Kraijer (1970) is een succesvolle kunstenaar, bekend om haar mysterieuze tekeningen en foto’s van vrouwen die verstrengeld zijn met organische vormen en dieren. Een vrouw met slangen als haar bijvoorbeeld, of een meisje vergroeid met een boom. In haar werk is ze naar eigen zeggen uiterst perfectionistisch, vasthoudend, eigenwijs en volledig intuïtief. Tijd om deze bijzondere kunstenaar te vragen naar het wie, wat, waar… En waarom!

 

Je tekent, fotografeert, maakt sculpturen en video’s. Wat vind je het leukste om te doen?

Ik werk graag met verschillende technieken. Momenteel ben ik gegrepen door de fotografie (Kraijer maakte recent een serie foto’s van vrouwen en reptielen, red.), maar ik teken tegelijkertijd ook nog. ‘Leukste’ is eigenlijk een te lichtvoetig woord. Het is een bloedserieuze obsessie!

 

In je werk zien we vaak vrouwelijke lichamen die overwoekerd zijn met bomen of struiken of waarvan lichaamsdelen getransformeerd zijn in dieren of planten. Waarom precies?

Vraag de kunstenaar liever niet naar het waarom, maar laat het beeld het woord voeren. Ik weet wel wat ik moet maken, maar niet waarom ik het maak.

 

Waarom geen mannen? 

Ik heb zelf een vrouwelijk lichaam. Een man tekenen zou een uitspraak zijn: de ander tekenen. Een Engelse curator beschreef mijn vrouwelijke protagonist laatst als een soort ‘everywoman’. Net als de ‘everyman’ staat ze voor ‘de mens’. Het onderscheid man/vrouw is secundair.

 

Hoe ben je op het idee gekomen om een vrouw met een slang of schorpioen op haar gezicht te fotograferen?

Het motief van de Medusa en de ourobouros (een slang die in zijn eigen staart bijt en symbool is van de cyclische aard van de natuur, red.) fascineren me al sinds lange tijd. Ik heb het geluk met een model te werken dat dit aandurft. We werken met een heel ervaren reptielentrainer en zijn aanwezigheid garandeert dat het allemaal veilig is. Hij stuurde me aanvankelijk een lijst van de reptielen die hij tot zijn beschikking had. Toen werd ik overspoeld met ideeën. Mijn model vond gelukkig alles goed, behalve spinnen en krokodillen. Daar trok ze resoluut de grens!

 

Teken je ook naar levende modellen?

Zo nu en dan, maar meer als algemene oefening om mijn kennis van het menselijk lichaam op peil te houden. Voor mijn tekeningen gebruik ik geen model, hooguit voor onderdelen waar ik echt niet uit kom. Ook daar biedt een model maar gedeeltelijk uitkomst. De houdingen die ik teken zijn anatomisch immers niet altijd mogelijk. De werkelijkheid van het menselijk lichaam is veel te beperkend.

 

Waarom werk je voornamelijk op groot formaat?

In mijn tekeningen en beelden is het afgebeelde lichaam(sdeel) ongeveer even groot als in de werkelijkheid. Een ‘niet-keuze’, éen op éen. De foto’s zijn vaak kleiner, van intiemer formaat. Een foto heeft een ander karakter dan een tekening; het is meer een venster op een andere werkelijkheid en daarmee een wereld waarin je binnengezogen kan worden.

 

Wat beschouw je als je beste werk? 

(Kraijer toont een tekening van een met bomen overwoekerde vrouw en een foto van een meisje met  twee peulen in haar mond). Ik beschouw ze niet zozeer als mijn beste werken, maar eerder als mijlpalen in de ontwikkeling van mijn werk. Werken waarvan ik zelf verbaasd was dat ze door mijn handen gemaakt waren. Wat de toekomst betreft heb ik geen idee wat er nog kan gaan komen. Ik kijk niet vooruit, maar ga van werk naar werk.

 

Heb je advies voor aankomende talenten in de kunst?

Volg je instinct. Alleen als je je ergens met hart en ziel aan overgeeft kun je bijzondere dingen maken.

 
Recent is er een nieuw boek verschenen van Juul Kraijer: Penumbrae (40 foto’s uit de periode 2011 – 2014). Mail naar info@juulkraijer.com om het boek snel in huis te halen!

Tags: , , , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

Hoe is het nu met… Barbara Broekman en het tapijt in de Schuttersgalerij?

november 26th, 2014

In de openbaar toegankelijke Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum ligt sinds 2012 een bijzonder tapijt. Het verenigt alle 179 nationaliteiten die Amsterdam rijk is, aan de hand van kleurige textieldessins uit al deze landen en culturen. Maakster en textielkunstenaar Barbara Broekman zette afgelopen zomer via Voordekunst.nl een succesvolle crowdfundingscampagne op om het langzaam slijtende tapijt van de ondergang te redden. Hoe staat het nu met het project, en wat leverde het Broekman allemaal op?

“Het eerste idee voor het tapijt stamt al uit 1999”, vertelt Broekman bij een kopje koffie in haar ruime atelier. “Iemand riep een keer dat in Amsterdam meer dan 170 nationaliteiten samenwonen. Dat vond ik zo’n mooi gegeven! Er lag in die tijd nog helemaal niet zo’n nadruk op de problemen die de mix van culturen opleverde, dus was ik eigenlijk alleen maar gefascineerd door het feit dat het kennelijk mogelijk was om met zoveel verschillende mensen in één stad te wonen.”

Verbinding van nationaliteiten

Het simpele feitje bleek een enorme inspiratiebron. Het resultaat was een tapijt dat textieldessins uit 179 verschillende landen samenvoegde. Broekman ging vervolgens zelf met het idee langs verschillende partijen voor financiering. “Ik wilde het op een zo publiek mogelijke plek hebben, het liefst op een manier dat iedereen ervan zou kunnen genieten.” Dit bleek nog geen eenvoudige opgave, er gingen jaren overheen. Het Amsterdam Museum toonde zich in 2005 geïnteresseerd, maar toen het project op een haar na rond was ketste het alsnog af op tijd- en budgetgebrek. “Toen heb ik wel even mijn wonden moeten likken”, zegt Broekman, nu lachend. “Er zat zoveel energie in!” Twee jaar later begon ze opnieuw en nu was er meer geluk. Het project bleek actueler dan ooit vanwege het aantrekkende polarisatiedebat. “Er werd zo gefocust op wat er allemaal niet goed ging in de samenleving, dat ik graag een tegengeluid wilde laten horen. Ik heb zelf de financiën geregeld en zo heeft het tapijt alsnog een plekje veroverd in het Amsterdam Museum.”

Persoonlijke verhalen

Hoewel het tapijt eigenlijk maar een half jaar zou blijven liggen, ligt het er nu nog steeds. “Het is zo’n enorm succes, ik krijg er de meest mooie reacties op.” Zo was er een Colombiaanse vrouw die Broekman vertelde dat ze wekelijks even twee minuten op het dessin van haar land kwam staan. Gewoon, om weer even contact met Colombia te hebben. Of de kennis die bij het zien van het tapijt geëmotioneerd raakte omdat hij meteen begreep dat het om verbinding ging.  “Dat is toch prachtig? Ik zou heel graag nog een keer een verzameling interviews maken, met al die mensen die op mijn tapijt staan en daar hun ideeën en associaties bij hebben. Helaas heb ik daar voorlopig echt even geen tijd voor.”

Crowdfunding

Gelukkig kunnen we wel van het tapijt blijven genieten. Omdat het oorspronkelijke tapijt te hard sleet, vroeg het Amsterdam Museum Broekman een offerte te maken voor een duurzamer exemplaar. Met sponsoring kwam ze niet rond, dus besloot ze met Voordekunst in zee te gaan. “Ik vind crowdfunding een fantastisch systeem, enorm interessant om me een keer in te verdiepen. Je bent er heel veel tijd aan kwijt, met name door de reclame die je constant moet maken.” De reacties vielen haar echter tegen. Hoewel ze een bereik van ruim 16.000 mensen wist te creëren, kwamen de daadwerkelijke donateurs vrijwel allemaal uit haar directe netwerk. “In een tijd waarin de kunst in een best wel kritieke situatie zit, blijken niet veel mensen er iets voor over te hebben. Dat vind ik jammer.”

Het is een relatief trieste conclusie voor iemand die haar kunst in het teken stelt van toegankelijkheid en verbinding. “Het is een missie van me om kunst te maken die voor iedereen leesbaar is. Je moet erdoor geprikkeld en aangesproken worden, zodat je vervolgens zelf kan bepalen wat je ermee doet. Vind je het niks en loop je door, dan is dat prima. Vind je het fantastisch, des te beter. In dat opzicht doet het tapijt eigenlijk precies wat het moet doen.”

Voor de toekomst

Het nieuwe tapijt wordt hoogstwaarschijnlijk begin volgend jaar gelegd. “Het eerste uitgangspunt was dit najaar, maar dat bleek iets te hoog gegrepen. Er zijn aanpassingen aan de Schuttersgalerij zelf nodig om het tapijt goed te kunnen leggen, dus dat duurt allemaal even.” In de tussentijd denkt Broekman alweer verder. “Ik heb het gevoel dat ik dit jaar aan mijn meesterstuk moet beginnen. Ik weet nog niet precies wat het wordt, behalve dat het heel groot en ultiem verleidend moet zijn.”

Het tapijt van Barbara Broekman is zeven dagen per week te bewonderen in de Amsterdamse Schuttersgalerij

Tags: , , , , ,
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.