De vraag of games kunst zijn, is niet relevant bij New Horizons

november 24th, 2014

Het Fries Museum heeft met New Horizons een interessante weg in geslagen op het gebied van kunst; kunst in videogames. De logische vraag die er op volgt is: “Zijn games kunst?” Volgens initiatiefnemer Tim Laning is die vraag helemaal niet relevant.

De Engelse Ernest Adams, veteraan in de game industrie en videogame consultant, opent de expositie. “Als ik een game speel met een mooie omgeving, wil ik de tijd nemen om deze te bewonderen, maar telkens als ik dat doe, probeert iemand mij neer te schieten.” De bezoekers lachen, maar gamers weten dat dit waar is. Zonde, want omgevingen in games zijn vaak prachtig gemaakt. New Horizons haalt de beelden uit hun context en geeft de mogelijkheid om de esthetische kant van videogames te bekijken.

Wederzijdse inspiratie

De rode draad van de expositie is de omgeving, maar New Horizons geeft ook uitgebreid aandacht aan de wisselwerking tussen games en kunst. Er wordt een link gelegd tussen het werk van M.C. Escher, bekend om zijn prenten van onmogelijke constructies en de games Portal en Echodrome. Vooral Echodrome, waar in de speler zijn omgeving moet draaien om nieuwe looproutes te vinden, lijkt op Escher te zijn geïnspireerd.
Uit de kunstwereld worden ook werken getoond die door games zijn beïnvloed. Bij de ingang van de expositie zien we bijvoorbeeld de korte film Parallel 1 van Harun Farocki, waar in tweeduizend jaar kunstgeschiedenis met dertig jaar videogamegeschiedenis wordt vergeleken.

Vraagtekens

Toch zijn er een aantal onduidelijkheden in de expositie. Kunstenaar Imogen Stidworthy scande bijvoorbeeld haar omgeving met een sonarapparaat en zette deze om in beelden. De flinterdunne link die naar de expositie gegeven wordt, is dat Stidworthy omgevingen kan maken in enkele seconden, terwijl game designers hier jaren mee bezig zijn. Dit is echter eerder een irritatiepuntje dan een minpunt van de tentoonstelling.

New Horizons probeert de bezoeker niet te overtuigen dat games kunst zijn. Het enige wat de expositie probeert, is de bezoeker het medium voor een keer in een ander perspectief te laten zien. Zelfs als het blijkt dat videogames geen kunst zijn, kan het niet worden ontkent dat er behoorlijk kunstzinnige aspecten aan games zitten. Aspecten, die het waard zijn in een museum te bekijken.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Geen categorie, Kunst, Recensie | No Comments »

Dat zit wel snor: Bas Kosters

november 24th, 2014

“Ik vind het mooi dat het uiterlijk van de man wordt ingezet voor een goed doel. Baarden en snorren komen en gaan, het is heel trendgevoelig. Dan is het grappig dat zo’n actie voorbij de fashion gaat. Het is leuk en charmant dat het publiek actief betrokken is bij een goed doel met achterliggende gedachte.” Bas Kosters (37) is modeontwerper en artiest, maar bovenal ziet hij zichzelf als storyteller. Hij laat deze maand zijn snor staan voor Movember en vertelt zijn verhaal over deze actie en zijn nieuwe collectie, waarmee het wel snor zit.

Storytelling with fashion as a language, is the way in which I distinguish myself with my label within the large group of (fashion) designers. My goal is to create a body of work, a future history’. Zo omschrijft Bas zijn werk op zijn eigen website. In zijn werk verwerkt hij de snor die bij Movember hoort, regelmatig. “De actie zet mensen aan actief een goed doel te steunen, door zelf ook iets actiefs te doen. Namelijk: een maand lang je snor laten staan en geld inzamelen. Degene die het meeste geld doneert bij mij, krijgt een speciaal snorren artwork”, vertelt Bas.

Breed publiek bereiken

Voor het tweede jaar op rij doet Bas mee aan Movember. Vorig jaar vroeg de organisatie hem mee te doen aan de actie. “Ze wilden een zo breed mogelijk publiek zien te bereiken. Als Mo Bro ben ik ambassadeur van Movember en zo laat ik zien dat de gezondheid van mannen voor mij belangrijk is. Ik zit in de mode en dan trek ik heel ander publiek aan dan een bekende voetballer of een dj.”

Snorren

De storyteller is sinds vorig jaar meer bezig met het verwerken van ‘de snor’ in zijn werk. “Voordat ik meedeed aan deze actie, was de link met mijn werk eigenlijk niet heel sterk. Vorig jaar heb ik wel een art work gemaakt over snorren.  As we speak ga ik die even opzoeken”, (het blijft even stil). “Ja, ik heb ‘m gevonden.”

Een tekening komt tevoorschijn van verschillende figuren met snorren die symbool staan voor Movember op een mintgroene achtergrond. “Een snor geeft een komisch beeld”, vertelt Bas. “Vrouwen hadden al langer een symbool voor het goede doel: het roze strikje. Nu hebben wij mannen ‘de snor’.”

“Door deze actie draag ik nu vaker wel een snor, dan niet. Voor ik aan Movember meedeed droeg ik wel eens een plak snor, maar nu heeft de snor een andere lading gekregen. Het is een leuke verandering en het staat me wel goed. Je went eraan. Het is meer onderdeel van mijn eigen persoonlijkheid geworden.”

Publiceren over Movember

“Nu ben ik meer gaan doen met de actie dan vorig jaar”, aldus Bas. In zijn column over Movember schrijft hij: Feeling bonded because you are working on the same cause seems like such a logical way to have people commit, and think. Because to me it seems clear that we need to be engaged, step up and see what we ourselves can contribute to this world. Not only will you help another, a nice side effect is that it makes you feel good about yourself. Maybe even more than with the purchase of a new bag or shoes. Dress yourself with well-being, how is that for a change?’

“Deze column schreef ik speciaal voor de actie. Daarnaast komt in mijn werk toch vaak een snor terug. Ik teken heel snel en vrij vlot een snor bij mijn werk. Het is een soort impulsieve actie: dan zit er maar zo een snor in mijn werk verweven.”

Verhalen vertellen

“Het vertellen van verhalen vind ik leuk, maar vooral ook nuttig. Ik ben ook een beeldmaker, ik zie mijn werken als prikkelend en enthousiasmerend. Voor mij is het vooral interessant om mensen te prikkelen om na te denken over acties. Dat mijn werk iets doet met mensen, dat er reacties komen, vind ik belangrijk.”

Naast storytelling voor de Movember-actie, is Bas ook bezig met nieuwe projecten. “Ik werk aan een collectie en dat is voor het komende half jaar mijn belangrijkste focus. Het is een combinatie van performance en kostuums en het kost heel veel tijd om deze collectie te maken. Het heet Permanent Stage of Confusion Phase 1 SS15 en iedere dag werk ik eraan met mijn team in mijn studio in Amsterdam. Ik ben meer daar, dan thuis.”

Fashion is leven

“Soms, heel soms denk ik wel eens: ik zou iets rustigs moeten doen. Maar een seconde later kan ik me dat al niet meer voorstellen. Dit is mijn ultieme droom: het creëren en communiceren van ideeën. Ik zou ook niet weten wat ik anders zou willen of moeten doen. Dit is het gewoon.”

Tags:
Posted in Interview, Kunst | No Comments »

ProzArt: Het Gouden Lotus servies

november 23rd, 2014

Henk Baantjes loopt na een lange dag naar de tram. Het is acht uur ‘s avonds, het Waterlooplein is verlaten. Uit de café’s komt licht, warmte en geroezemoes. Hij hoopt dat ze morgen die stomme doos wel kunnen vinden. De hele dag zijn alle teams bezig geweest met zoeken, het enige dat ze hadden vonden was een achtergelaten voorraad latex handschoenen. Hopelijk kost hem dit niet weer zijn baan, dat zou de vierde keer zijn dit jaar.

23 september 2014 (ANP) Tot op de dag van vandaag staan zowel de directie van de Hermitage Amsterdam, de Amsterdamse politie en de gemeente Amsterdam voor een raadsel. Tien jaar geleden verdween tijdens de inrichting van Hermitage Amsterdam het Gouden Lotus servies. Het tachtigdelige theeservies dat beging 19e eeuw door Frankrijk aan het Russische hof werd geschonken is nog steeds spoorloos. Geruchten dat het servies nooit vanuit Rusland is opgestuurd, of zelfs nooit heeft bestaan worden door alle partijen ontkend. Men gaat nog steeds uit van diefstal, hoewel nooit braaksporen zijn gevonden.

Langs de Nieuwe Herengracht loopt een oude vrouw met twee zware boodschappentassen. Haar grijze haren zijn vettig en plakken in dunne strengen aan haar gezicht. De bontjas die ze draagt is verschoten en aangevreten door motten. Langzaam schuifelt ze langs de gracht, niet gehinderd door de ongeduldige toeristen of de gehaaste fietsers. Hulp van passanten wijst ze beleefd, in slecht Nederlands af. Eenmaal in de metro merkt niemand het vrouwtje, dat een boodschappentas omhelst alsof het haar enige bezit is, meer op.

In een eenkamerappartementje in Amsterdam Oost is het warm en benauwd. Veertig kaarsen verlichten de twee aardappels en het hoopje gebakken uien op het met bladgoud versierde bord. Op een stapel paperassen naast de kledingkast staat de theepot, ernaast staan twintig gebaksbordjes op de grond. De kopjes staan in de vensterbank. Vanuit alle hoeken van de kamer glinstert het servies het oude vrouwtje tegemoet. Ooit, lang geleden, zag ze dit eerder. Anastasia Nikolajevna Romanov huilt.

*

Momenteel is in de Hermitage Amsterdam Dining with the Tsars te zien, over het rijke hofleven, het servies en de eetgewoonten van de laatste drie generaties Romanov. Maar liefst acht serviezen, bestaande uit 1034 onderdelen zijn te bezichtigen. Dining with the Tsars is nog  tot 1 maart 2014 te zien in de Hermitage Amsterdam.  

Tags: , ,
Posted in Kort verhaal, Kunst | No Comments »

Nacht voor het feest is geen feest voor de lezer

november 23rd, 2014

De Duits-Bosnische schrijver Saša Stanišić debuteerde met het lovend ontvangen Hoe een soldaat de grammofoon repareert. Na vier jaar op het Duitse platteland te hebben doorgebracht, is hij nu terug met een ode aan het dorpse leven. Maar hoewel het verhaal doorspekt is met nostalgische terugblikken, blijft een afsluitende climax helaas uit.

In Fürstenfelde vieren de dorpelingen al jarenlang jaarlijks het Annafeest, waarbij ofwel een pop ofwel een heks wordt verbrand: wat hen op dat moment het beste uitkomt. Ze vieren dit feest als traditie, maar niemand lijkt er echt zin in te hebben. Meneer Schramm, oud-generaal, is depressief en wil zelfmoord plegen. Mevrouw Kranz, de dorpsschilderes, probeert het dorp bij nacht te schilderen, maar faalt daar jammerlijk in. En zo maakt elke dorpeling wel iets tragisch mee, terwijl het feest nadert.

Heden en verleden

Omdat het Annafeest al zo lang wordt gevierd, hebben alle dorpelingen herinneringen aan vroegere feesten en wat daaromheen gebeurde. Stanišić verweeft heden en verleden dan ook met elkaar, Daarbij lopen ook alle verhaallijnen van de personages door elkaar. Dit doet hij zowel door gedachtestromen te beschrijven als door tussenstukken in ouderwets ogend taalgebruik in te voegen. ‘1613, de 23ste Septembris, is alhier met gruwelyck geraes de kerckspits door de donder in twee stukken gekliefd’. Omdat deze taal bedacht is, komt dit nogal gekunsteld over. Dit taalgebruik leidt van het verhaal af en komt het dan ook niet ten goede.

Geen richting

Stanišić maakt het lastig alle verhaallijnen uit elkaar te houden, doordat hij alle personages met elkaar verbindt en alle verhalen een treurige achtergrond hebben. Ook lijken de karakters geen toekomst of doel te hebben: ze leven naar een feest toe waar ze eigenlijk geen zin in hebben. Als lezer wacht je op een climax waarin alles samenkomt, maar deze climax blijft helaas uit. ‘Ze had eromheen gedraaid. En eromheen draaien – misschien is eromheen draaien wel het enige waarin meneer Schramm nog altijd een soldaat is’. Helaas draait Stanišić ook driehonderd pagina’s lang om het verhaal heen.

Tags: , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »

Piepschuim op recept is een aanrader voor elke dip

november 22nd, 2014

Met alweer hun vijfde kleinkunstvoorstelling toeren de heren van Piepschuim langs de kleinere theaters van Nederland. De plot van Op Recept is rond, slapstick en serieuze onderwerpen zijn perfect in balans en de mannen zijn virtuoos op een tiental instrumenten.

Dichterlijke liedjes, virtuoze saxofoonsolo’s en humoristische sketches doen vermoeden dat de mannen van Piepschuim elkaar zijn tegengekomen op de Kleinkunstacademie. Niets is minder waar. Cor Burger (zang, gitaar, banjo) studeerde Nederlands en filosofie, Jacco Westeneng (gitaar, toetsen, neusfluit, ukelele) volgde de opleiding tot fysiotherapeut en Robbert Koekoek (saxofoon, cajón, basklarinet, blokfluit) waagde zich zelfs aan planologie. Dat ze toch in het theater zijn beland, is een geluk voor het publiek, dat na een avondje Piepschuim opgewekt naar huis toe gaat.

Energie

Cor, Jacco en Robbert hebben sinds 2010 een fulltime baan aan Piepschuim. Dat ze daar nog iedere dag dankbaar voor zijn, straalt vanaf de eerste seconde van hun gezichten. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en het duurt niet lang voordat de hele zaal meezingt: “Participeeeeeren, kun je leeeeeeren.” Van de energie die de interactie veroorzaakt, kun je je mooi even opladen voor de naderende winter. En daarmee gaat de wens van Piepschuim – om het pil-loze recept tegen een (winter)dip te zijn – in vervulling.

Mooie teksten

Vooral taalfilosoof Cor heeft een natuurlijke manier van vertellen. Als hij een zondagsochtendritueel met croissantjes, zelfgemaakte jam en koffie schetst, dan zit je zo bij hem aan de ontbijttafel. De taalkunst zit ook in de liedjes, die óf heel grappig zijn en bijvoorbeeld over het vrouwelijk geslachtsorgaan gaan (“oh guttogut, oh guttogut, waarom is er geen gezellig woord voor …”), of een gevoelige snaar raken als ze een onderwerp als kanker of dementie aansnijden (“er staat een foto op de schouw, met daarop een oude vrouw. Ik heb geen idee wie zij moet zijn”).

De vlotte afwisseling van slapstick en pijnlijke passages zorgen voor een uitstekende dynamiek, waardoor het einde van de voorstelling veel te snel nadert. Gelukkig schrijft de dokter ook herhaalrecepten uit.

Tags: , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Regisseur Hanna Polak over Something Better to Come: “Het maken van deze film was een gevaarlijke klus”

november 22nd, 2014

De Poolse regisseur Hanna Polak had veel succes met de korte documentaire The Children of Leningradsky, over straatkinderen in Moskou. In haar nieuwe documentaire Something Better to Come volgt ze opnieuw straatkinderen in de Russische hoofdstad, maar nu op de grootste vuilnisbelt van Europa. “Dit is één van de mooiste en tegelijkertijd moeilijkste projecten waar ik tot nu toe aan heb gewerkt.”

Wanneer Skype verbinding maakt, hoor ik na twee keer rinkelen een enthousiaste Polak die opneemt vanuit de auto in Polen. Ze vertrekt bijna naar Amsterdam waar Something Better to Come in wereldpremière gaat op het IDFA. “Het is gekkenwerk, er moeten nog zoveel technische dingen geregeld worden! Maar verder gaat het goed, daar ben ik blij om.”, aldus de regisseur.

Veertien jaar filmen

Na The Children of Leningradsky is Polak met de lange documentaire Something Better to Come nog dieper in het leven van dakloze kinderen in Moskou gedoken. Polak kwam met deze kinderen in aanraking toen ze liefdadigheidswerk deed. “Ik kookte in weeshuizen, ging langs bij sociale hulpcentra voor ouderen en via die weg kwam ik in contact met straatkinderen. Daar werd ik zo door geraakt, ik wilde de kinderen echt helpen om van de straat te blijven. Ik ben er een film over gaan maken en The Children of Leningradsky was het resultaat. Tijdens dit maakproces had ik ook kinderen gefilmd die op de grootste vuilnisbelt van Europa aan de rand van Moskou woonden. Daar wilde ik heel graag meer mee doen en zo is het veertienjarige proces rondom Something Better to Come begonnen.”

Enge honden

In de documentaire volgen we hoofdperoon Yula van een elfjarig meisje tot een zwangere adolescent, wonend op een gigantische vuilnisbelt. Niet bepaald een gemakkelijke filmlocatie. “Filmen op de vuilnisbelt was strikt verboden en daarom alleen al een gevaarlijke klus. Het is ook een heel ontoegankelijk gebied met hoge hekken en bulldozers die constant aan het vuil storten zijn. Vaak was het lastig om Yula überhaupt te vinden als ik kwam filmen, de mensen die op de vuilnisbelt wonen verplaatsen zich elke keer met het vuilnis mee. Doodsbang was ik voor de honden op de stortplaats, die hebben ons meerdere keren aangevallen.”

Toch bleef de filmmaakster terugkomen, ondanks het grote leed op de vuilnisbelt. “Daar continue mee bezig zijn was lastig, maar het is een beetje zoals bij een dokter. Die ziet veel nare dingen, maar weet dat hij iets moet doen om zijn mensen te helpen. Dat gevoel had ik ook. Daarbij is het heel belonend om met deze mensen om te gaan, om ze te helpen. Je wordt echt rijker van binnen. Het is niet alleen maar zwartgallig, ik heb hier heel veel mooie herinneringen en vriendschappen aan over gehouden.”

Warme ontvangst

Wat vonden de mensen op de vuilnisbelt er eigenlijk van dat Polak hun leven kwam vastleggen? “Ze voelden zich omarmd door de aandacht. Ik luisterde naar ze en accepteerde ze. Voor veel mensen zijn bewoners van de vuilnisbelt niks waard. Ik ontving enorm veel menselijkheid en vriendelijkheid. Op zo’n plek is er geen tijd voor materialisme, het gaat om overleven. Als iemand niet gefilmd wilde worden, deed ik dat ook niet. Toen de film af was vroeg Yula wat ik van de mensen op de vuilnisbelt vond. Ik antwoordde dat ik nog nooit zo warm ergens was ontvangen. Ze zei dat de daklozen echt aan het wachten waren tot ik weer kwam filmen. Daar moesten we allebei even om huilen.”
Als ik Polak vraag naar het moeilijkste onderdeel van het maken van deze film, antwoordt ze dat dit het monteren was. “De complexiteit heb ik echt onderschat. Door mijn filmervaring dacht ik dat ik er niet zo lang mee bezig zou zijn, maar ik realiseerde me niet hoe moeilijk het is om een goed lopend verhaal te vertellen in een draaiperiode van veertien jaar. Het maakt deze film één van de meest mooie, maar ook één van de meest moeilijke projecten waar ik ooit aan heb gewerkt.”

Met Something Better to Come hoopt Polak dat ze, net als met The Children of Leningradsky, mensen bewust kan maken van de erbarmelijke situatie van straatkinderen. “Door het succes van The Children of Leningradsky werd ik uitgenodigd op allerlei conferenties, talkshows en evenementen om bewustzijn voor straatkinderen te creëren. Soms was ik in Moskou bij de apotheek om medicijnen te halen voor de mensen op de vuilnisbelt en dan werd ik herkend. Mensen zeiden: jij bent toch die vrouw van tv die daklozen helpt? En dan mocht ik vaak gratis wat dingen meenemen. Ik wil dat zoveel mogelijk mensen, vooral in de politiek, weten dat er straatkinderen zijn en er iets aan doen, in plaats van hun kop in het zand steken. Hopelijk gaat dat met Something Better to Come nog meer gebeuren.”

Tags: , , , , , , ,
Posted in Film, Interview, Tip | No Comments »

Dat zit wel snor: Arjen van Lith

november 22nd, 2014

Arjen van Lith is schrijver, televisiemaker, fotograaf en journalist. Hij maakte een fotoboek over zijn geboorteplaats Krommenie, schreef voor Tirade en blogde een paar jaar geleden een maand lang over zijn snor. Dat laatste resulteerde in het boek Mijn Snor, waaruit deze maand dagelijks fragmenten op de site van Movember worden geplaatst. Een gesprek over Texas, great unreadables en snorren.

Je maakt werk dat qua vorm heel erg uiteenloopt. Het enige wat steeds terugkomt, is een autobiografische thematiek. Waarom doe je dat?
Een van mijn beste vrienden Gilles van der Loo, ook schrijver, zegt: zodra je iets opschrijft, wordt het fictie. Voor mij is juist alles werkelijkheid, ook als ik die als heel onwerkelijk ervaar. Dat geeft me de vrijheid om mijn fantasie in te zetten bij het beschrijven van de wereld om me heen. De Amerikaanse schrijver David Sedaris noemt dat ‘truthiness‘ of ‘waar-achtigheid': Sedaris zet de werkelijkheid naar zijn hand. Als zijn vriendje iets is overkomen, plakt hij gewoon zijn eigen karakter op die gebeurtenis en doet hij alsof hij het zelf heeft meegemaakt. Hij doet dat om het verhaal zo sterk mogelijk te maken en het punt over te brengen. Dat doe ik ook. Ik heb een heel nauwe relatie met de werkelijkheid, maar ook een heel verstoorde en vertekende.

Je noemt een Amerikaanse schrijver als je voorbeeld. Zelf woon je een deel van het jaar in Texas. Heeft dat invloed op je schrijven?
Mijn echtgenoot woont sinds tweeënhalf jaar in Austin. Het is geen ideale situatie, maar het is wel fijn voor de privacy die ik nodig heb om te kunnen schrijven. Als ik iets uitprobeer, heb ik vaak het gevoel iets bespottelijks te maken. Alleen zijn helpt me om over die schaamte heen te komen. Daarnaast lees ik al sinds ik begon met studeren voornamelijk Amerikaanse literatuur. De beste literatuur komt momenteel daar vandaan. Het gaat daar tenminste niet altijd over mijn protestantse jeugd of mijn opa in de Tweede Wereldoorlog. Amerika is radicaler en dat is goed voor de kunst.

Streef je zelf dat radicale ook na?
Nee, ik ben zelf niet radicaal. Ik heb geen behoefte om heilige huisjes omver te schoppen, misschien omdat er voor mij ook niet zo veel heilige huisjes zijn.

Een heel boek over je snor is dan wel weer het andere uiterste. Waarom moest dat er komen?
Niet eens vanwege Movember. Ik weet niet meer hoe ik op die snor kwam, maar ik ben een groot fan van schrijvers die een experiment doen en daarover schrijven. Neem bijvoorbeeld het Amerikaanse boek Dishwasher van Pete Jordan. Hij schrijft over zijn missie om in elke staat in Amerika als afwasser te werken. Ik vind dat bijzonder boeiend, het is bijna antropologie. Als maker ervaar je even een totaal andere wereld.
Mijn snor is natuurlijk een heel klein onderwerp om over te schrijven, maar het werkt vaak goed bij het schrijven van komedie om iets kleins heel groot te maken. Ik heb de snor opgevat als een ‘man-wordingssymbool.’ Dat speelde toen ook heel erg, mijn moeder kreeg borstkanker. Dat eist van je dat je geen jongetje meer bent. Je moet je verantwoordelijkheid nemen om voor haar te zorgen. Zo werd de snor ook een queeste, er viel iets mee te winnen.

Waarom heb het boek toch gekoppeld aan Movember?
Uitgeverij De Harmonie had mij benaderd naar aanleiding van mijn stukjes voor Tirade. In eerste instantie hebben we gesproken over een roman, maar ze wilden graag al eerder iets met mij gaan doen. Op het web hadden ze mijn snorrenblog gevonden en zo ontstond het idee om hier rond november een boek van te maken.

Vind je het geen probleem dat de kern van Movember, de prostaatkanker, niet in je boek zit?
Nee. Ik draag Movember een heel warm hart toe. Mijn boek past thematisch goed bij de actie en ik heb sympathie voor de zaak. Mijn moeder is overleden aan borstkanker, de vrouwelijke variant van prostaatkanker. Beide soorten kanker zijn een statistische zekerheid. Als je maar lang genoeg leeft, krijg je het. Voor borstkanker is veel meer aandacht dan voor prostaatkanker. Bovendien vind ik het ludieke element van de actie leuk. Een snor is een van de weinige manieren waarop mannen met hun uiterlijk kunnen experimenteren. Dat neemt niet weg dat mijn boek los staat van deze actualiteit. Als je het over vijftig jaar in handen zou krijgen, kun je het gewoon lezen. 

Hoe zie je je literaire toekomst?
Ik hoop dat ik kan blijven doen wat ik altijd heb gedaan: leven van mijn fantasie. Bij De Harmonie voel ik me heel erg op mijn plek. Ik verwacht te blijven schrijven, ook aan projecten die meer tijd kosten. Zo hoop ik te groeien. Uiteindelijk zou ik best een ‘great unreadable‘ willen schrijven.

Tags: , , , , ,
Posted in Interview, Literatuur | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.